Een kwestie van vertrouwen … – autisme en vertrouwen

Soms is het, denk ik, vooral een kwestie van vertrouwen. Een teveel, of een tekort. Logisch, schrijft Barry Prizant in zijn boek ‘Gewoon uniek’, want autisme kan je het best verstaan als een ‘disability’ als het op vertrouwen aankomt. Hij heeft een punt, Dokter Barry, en schrijft verder best ook wel aardig. In het Engels tenminste, de Nederlandse vertaling kon mij om een of andere reden niet bekoren.

Vertrouwen is een uitdaging

Vertrouwen, ik heb het daar altijd moeilijk mee gehad. Het bouwt moeizaam, het blijft een tijdje rotsvast maar eenmaal het goed begint af te brokkelen, stort het met veel lawaai in elkaar. Of het nu gaat om vertrouwen in mijn eigen lichaam en geest, de wereld en met andere mensen. Als dat vertrouwen weg is, dan blijft er alleen angst over. Angst dat mijn lichaam of verstand me in de steek laat. Angst dat de wereld het op mij heeft gemunt. Angst dat andere mensen erop uit zijn om mij een loer te lappen.

Dat vertrouwen is vaak zoek bij mij. Omdat mijn lichaam en ook wel eens mijn verstand van alles doet wat eigenlijk niet voorzien is. Wat ik niet kan voorzien, rationeel weet ik het maar ratio is ook niet alles. Wat zal het zijn vandaag, vraag ik ’s morgens wel eens aan mijn lichaam. Mijn lichaam antwoordt niet terug maar doet zijn of haar eigen ding. En ik luister, en volg, gedwee. Daardoor blijft het moeilijk plannen of meegaan in wat anderen gepland hebben. Ik heb er intussen mee leren leven dat mijn lichaam af en toe onverwacht uit de hoek komt, met sensaties, bewegingen en uitstulpingen die niemand op die plaats en op dat moment verwacht. Aan een buitenstaander valt dat niet altijd uit te leggen.

Uit mijn comfortzone, op zoek naar waar ‘the magic happens’ … waar dat ook moge zijn

Vertrouwen komt van twee kanten, is me al vaak gezegd. Als ik er geen geef, kan ik er geen krijgen. Ik herhaal het af en toe wel eens als ik weer het een opstoot van wantrouwen krijg: ik moet vertrouwen hebben, het komt wel goed, courage. Telkens ik in een vreemde situatie kom of op iets of iemand moet vertrouwen waar ik geen vertrouwen voel. Op het ritme van die mantra’s (courage, het komt wel goed, je bent goed bezig), als een murmelende monnik (ik tracht zo onopgemerkt mogelijk te doen) beweeg ik mij zo door het leven.

Uit mijn comfortzone, want daar is toch waar ik heen moet, zegt iedereen, daar is ‘where the magic happens’. Buiten die comfortzone, daar voel en vind ik voorlopig, veeleer dan ‘the magic’, vooral wantrouwen. En onverdraagzaamheid en minachtende blikken  en verbittering en cynisme ook natuurlijk, maar daar ga ik het hier niet over hebben. Het zal aan mij liggen, maar anderen lijken dat uit te stralen. Gelukkig niet iedereen, maar toch een grote meerderheid. Zeker mensen die ik nog niet (lang) ken.

Een goede dosering vinden van vertrouwen en wantrouwen … een belangrijke uitdaging 

Een van de belangrijkste uitdagingen in mijn leven is dan ook de goede dosering van vertrouwen en wantrouwen, en, daaraan gekoppeld, aan wie, wanneer, met wie, waarom en hoe welke informatie uitgewisseld kan worden. Het evenwicht vinden, net genoeg vertrouwen geven, is immers geen gemakkelijk vraagstuk. Ik voel dat namelijk niet zomaar aan.

Natuurlijk, ook mensen zonder autisme vergissen zich daar wel eens in. De meeste mensen worden wel eens, of zelfs meerdere keren om de tuin geleid. De meerderheid wordt zelfs continu gejost. Sommigen zelfs gigantisch. Om allerlei redenen, zoals hoogmoed, hebzucht, teveel ambitie, gebrek aan gezond verstand en inzicht in beperkingen en grenzen, buren jaloezie, … die natuurlijk ook mensen met autisme niet vreemd zijn. Alleen hebben ‘wij’ (die er, evenmin als een ‘zij’, niet is) daar andere reacties op. Aan het ene uiterste volstrekte naïviteit (denken dat iedereen betrouwbaar is, dat mensen volledig goed zijn), aan de andere kant een verlammende angst en onzekerheid, en vermijdingsdrang.

Tussen teveel angst en te weinig energie

Zelf ben ik geëvolueerd van het ene naar het andere extreem en sinds enige jaren evolueer ik terug naar het midden. Zowel alles loslaten als proberen alles zelf in de hand proberen te houden of controle te krijgen vind ik weinig zinvol. Eerstgenoemde geeft ontzettend veel angst, laatstgenoemde kost ontzettend veel energie.

Van mensen, ook met autisme, die beweren dat ze zonder planning, zonder voorbereiding en zo spontaan mogelijk de wereld tegemoet treden, krijg ik nu al, bij het schrijven, koude rillingen, angstzweet. Spontaan iets doen, à l’inproviste, op de wilde boef … dat is hetzelfde voor mij als met doodsverachting van de Niagara Watervallen naar beneden storten en hopen dat ik het overleef.

Niet dat ik me rigoureus aan mijn voorbereiding of planning hou, of toch niet zo gedisciplineerd als ik zou willen, maar mensen die zeggen ‘we zien wel hoe het loopt’ of ‘laat dat maar in mij over, vertrouw mij, ik weet wat ik doe’ maken me doodsbang. Zeker als die dat aan mij willen leren. Ik wil graag iets spontaan doen, maar zoals een blinde danser die op een podium zijn afgebakende ruimte krijgt toegewezen.

De onbetrouwbaarheid van de wereld

In die voorbereiding zijn er natuurlijk veel ‘parameters’, veel variabelen, in de wereld die onbetrouwbaar zijn. Niet alleen de mensen, ook dienstverlening en ondersteuning. Door nonchalance, veralgemening van oplossingen, vooroordelen, of gewoon slordigheid. Berekeningsfouten, vertragingen, defecten, denkfouten … ze komen om de haverklap voor.

Zelf ben ik verre van perfect, maar als ik iets doe probeer ik al van vooraf te verwittigen wat er fout zal gaan. Zal ik mogelijks te laat komen, dan laat ik dat weten, en kom ik meestal nog te vroeg, met de nodige excuses voor het ongemak. Zitten er fouten in wat ik doe, dan laat ik dat weten. Hoe groter de verwachtingen, hoe minder mijn vertrouwen in de goede afloop.

Bijsturen, herberekenen, opnieuw afstemmen, veranderen … zo gaat het maar de de hele tijd door

Wat ik stilaan wel geleerd heb, is niet meer te vertrouwen op het beeld dat anderen geven. Ik weet intussen dat ik mijn traject van elk moment voortdurend moet bijstellen, bijsturen, herberekenen, afstemmen, veranderen. Het hoort blijkbaar bij het leven, net als de hoofd – en andere pijn, de hartkloppingen, het warme en koude zweet dat ik voel uitbarsten. Tot ik weer alleen of met mijn vriendin ben, met mijn geluidswerende hoofdtelefoon op, mijn ogen afgedekt, in lijkhouding (een yoga-techniek) op mijn bed liggend of een met mijn laptop of tablet.

Onder de mensen komen, een stap in de wereld zetten blijft ook op veertig jarige leeftijd aan als me op glad ijs begeven. Een beetje zoals de choreografie van de kleine Bambi in de film, een hertjesjong dat amper het evenwicht kan bewaren en van hot naar her glijdt, snakkend naar vertrouwde oriëntatiepunten.Je zou denken dat het met de leeftijd verbetert, maar dat gevoel heb ik alvast niet. Elke dag is een nieuwe, zegt het spreekwoord, en dat ervaar ik heel letterlijk.

De angst van teveel vertrouwen te geven aan mensen die te vertrouwen lijken …

Eenmaal ik andere mensen (een beetje) ken, ze vertrouwenswaard zijn, voel ik bovendien een nieuwe angst. Zal ik hen niet teveel vertrouwen? Zoals wel eens eerder voorviel. En hoeveel is teveel vertrouwen? Zijn ze het vertrouwen wel waard? In de situatie dat ik ze ken wel, maar wat met alle andere situaties waarin ze zich bevinden? Gaan ze dan wel zorgvuldig genoeg om met de informatie die ik hen geef? Het zijn vragen die ik me eigenlijk te weinig stel. Omdat er geen antwoorden op zijn.

Toch zijn er gelukkig  ook wel mensen, plekken, momenten waarop ik veel vertrouwen ervaar. Waar en bij wie ik graag kom. Ze stralen wel vertrouwen uit, door wat ze (niet) doen en (niet) zeggen. Hun duidelijkheid, hun vriendelijke maar no-nonsense communicatie draagt daartoe bij. Ze komen afspraken na, ook al hebben ze zoveel verleidingen om zich heen om dat niet te doen. Als ze dat toch niet kunnen, laten ze het me duidelijk weten en stellen al meteen enkele alternatieven voor.

Tot slot: eenmaal er vertrouwen is, blijft die meestal lang standhouden

Ook blijven ze ver weg van emotionele chantage of sentimentele steken onder de gordel. Ze doen ook geen beroep op trucjes uit zelfhulp – of hulpverlenersboekje. Ze hebben die kunstgrepen ook niet nodig. Zij hebben immers natuurlijke empathie en openheid voor anders-zijn, maar ook een duidelijk en coherent idee over wat volgens hen een brug te ver is. Ze proberen niet te charmeren, of gaan figuurlijk of letterlijk niet op hun hurken zitten om mij iets te zeggen.

Ik mag dan wel steeds opnieuw moeten leren wat vertrouwen is, hoe daar sociaal en emotioneel mee om te gaan, maar daarom ben ik nog geen kind of kinderlijk. Ik mag dan wel iemand met autisme zijn, ik ben vooral een mens, met een zekere volwassenheid. Vertrouwen kweken bij mij betekent dan ook vooral mij als volwassene te behandelen. Rekening houdend met mijn anders-zijn, maar met dezelfde rechten en plichten. Als je dat doet, groeit er een ijzersterk loyaliteit. Tenzij je je eigen ramen inslaat natuurlijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s