Maken de kleren de autist(e)? … autisme en mode

‘Wat zou ik graag hebben dat mijn zoon ook zo gekleed was als jij’. ‘Voor een autist ga je nog best goed gekleed door het leven’. Dergelijke reacties krijg ik wel eens, goed bedoeld natuurlijk, tijdens of na een voordracht. Als de reacties niet gaan over het onzichtbare van mijn autisme, of mijn spraakvaardigheid en taal, dan wel over de kledij die ik draag.

Mensen met autisme blinken vaak niet echt uit in verzorgde, modieuze en gepaste kledij

Het moet gezegd, veel mensen met autisme, over het hele genderspectrum, blinken niet echt uit in verzorgde, modieuze en gepaste kledij.  Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Vrouwen met autisme die heel smaakvol gekleed zijn. Mannen met autisme die keurig voor de dag komen, en schril afsteken tegen hun ervaringsgenoten.

Daar kunnen allerlei logische verklaringen voor zijn. Bepaalde zintuiglijke (onder – en over) gevoeligheden, minder goed oog voor wisselende verwachtingen, een zeer individuele en nut georiënteerde betekenisgeving aan kledij, of gewoonweg andere prioriteiten … het zijn er maar enkele van. Sommige mensen slagen er met de beste wil van de wereld niet in om bepaalde kledij te dragen, of ze voelen zo ongemakkelijk dat het hun mobiliteit en sociale contact sterk beperkt.

Gebrek aan rolmodellen met autisme die iets weten van kledij

Helaas zijn rolmodellen, bekend(ere) mensen met autisme die doordacht met kledij omgaan, niet bepaald dik gezaaid. Het merendeel is hetzij ‘underdressed’ (sjofel, te weinig variatie of overdreven casual) of ‘overdressed’ (te formeel, te shockerend) gekleed voor de gelegenheid. Ook in de media en films is het volgens mij echt hard zoeken naar een goed voorbeeld. Naar iemand die niet bizar, in lompen, afgewassen t-shirt of als drag is gekleed.

Het zou wat worden mocht iedere man met autisme gekleed zijn als Sheldon Cooper of Filemon Wesselink en elke vrouw met autisme als Temple Grandin. Gelukkig is dat niet zo. Er zijn echt wel mensen met autisme die kledij echt wel verzorgen, proberen er zo goed mogelijk uit te zien en met mode bezig zijn. Alleen komen ze vaak niet aan bod in de beeldvorming. Wellicht omdat ze niet beantwoorden aan bepaalde ingebrande beeldvorming.

Mijn omgang met kledij gaat terug tot mijn prille kindertijd

Mijn zoektocht om met kledij om te gaan is er een die al teruggaat tot mijn prille kindertijd. Tot aan mijn dertigste, ver na het succesvol afwerken van mijn hogeschool opleidingen,  bepaalde mijn moeder in sterke mate wat ik droeg, wanneer we gingen winkelen en wat paste en niet.

Dat heeft ze heel wat jaren schitterend gedaan. Een winkel zoeken waar we kleren vonden die ik echt droeg (er waren er ook die we kochten maar die ik niet droeg), een verkoopster die zich niet liet afschrikken door mijn gedrag of uitstraling, een naaister die mijn kleding ‘draagvriendelijk’ kon en wilde maken … het was niet zo eenvoudig.

In het begin bracht mijn moeder gewoon een hele hoop kleren, inclusief kapstokken naar huis, waar ik kon passen. Een hele tijd nadien trok ik mee naar de winkel, tot het daar niet meer lukte (omdat ik te oud was geworden) en er een andere moest gezocht worden. Kleverige, prikkelende, spannende, schreeuwlelijke kledij passen in een veel te warme, met geuren en lelijk geluid volgestouwde winkel vond en vindt ik nog steeds het ergste wat je me kan aandoen.

Er zit altijd wel iets niet lekker aan kledij

Ik was nochtans niet snel tevreden, er was namelijk altijd wel iets dat niet goed was aan kledij. Het spande, er stonden letters op die net te groot of net te klein waren, de kleur was écht niet goed, ik wou bepaalde merken niet dragen, en het liefst kocht ik wat ik het jaar daarvoor had gekocht. Of als ik dan toch iets graag zag, bleek het voor meisjes en niet voor jongens te zijn. Of het bleek niet mee beschikbaar. Wat mij betreft mogen modehuizen of kledingfabrikanten gerust hun collecties veranderen, maar waarom verdwijnt steeds alles wat ik graag zie of waar ik aan gewoon ben geraakt?

Eenmaal de twintig voorbij, merkten sommige mensen op dat je zag dat mijn moeder mijn kledij koos. Die was weliswaar kwaliteitsvol maar steeds minder gepast voor mijn leeftijd. Ik kleedde me veel te klassiek, te ‘braaf’, te oud, en hopeloos gedateerd. Dat bepaalde, samen met beperkte sociale vaardigheden en initiatiefname en angsten, mee hoe ik (niet al te vlot) overkwam op anderen. Als een stijve hark recht uit een veel te dure kledingzaak. Onder invloed van mijn liefste veranderde dat gelukkig, ging ik me beter kleden en beter in mijn kledij voelen.

Kledij is een van de terugkerende thema’s tijdens ervaringsuitwisseling rond autisme

In de ervaringsuitwisseling over autisme (met (groot)ouders, omgeving en mensen met autisme) is kledij, naast voeding en implosie/explosie, vaak een thema. Soms willen kinderen met autisme bepaalde kledij of helemaal geen kledij dragen.

Vaak is de verandering van kledij aangepast aan het seizoen een issue. En dan is er natuurlijk ook nog die context en ongeschreven regels binnen bedrijfs – en schoolomgeving. Wanneer draag je wat, hoe, bij wie en waarom? En wat past bij wat en waarom? Sommige mensen met autisme trekken er zich niets van aan (en staan wel eens voor aap), anderen zijn er voortdurend mee bezig, of laten het over aan anderen, zoals hun moeder, de opvoedster of hun vrouw, wat ze wanneer zullen dragen.

Kledij heeft veel verschillende, soms tegenstrijdige, functies 

Kledij heeft enorm veel, onbewuste, verschillende en soms tegenstrijdige functies. Kledij is zoveel meer dan een bescherming van ons lichaam tegen de natuurelementen. We dragen kledij de hele dag met ons mee, het geeft ons een gevoel, maar het zegt ook iets over ons aan anderen.

We communiceren er ons zelfbeeld, ons wereldbeeld, ons mensbeeld mee. We laten met onze kledij weten tot welke groep, cultuur of religie we behoren. Of hoe we staan tegenover beïnvloeding door de tijdsgeest, door reclame, of we gevoelig zijn voor de invloed van onze generatiegenoten. Kledij is een deel van onze routine, bakent grenzen af (werk -, thuis – en uitgaanskledij), en bevordert of remt de communicatie.

Wat voor mezelf belangrijk is aan kledij

Voor mezelf vind ik het belangrijk dat kledij me een goed zintuiglijk gevoel geeft, dat het vertrekt vanuit hoe ik me op dat moment voel. Of kledij spannend of net los moet zitten, wil ik zelf bepalen. Daarnaast vind ik het echter ook belangrijk te ‘blenden’, zoveel mogelijk aan te sluiten bij de omgeving. Daarbij let ik wel op de samenstelling van de stoffen. Op mijn blote huid kan ik namelijk alleen katoen dragen, geen stoffen zoals polyamide of soortgelijke. Ook mijn lichaamsbouw is wat grillig en veel kledij moet aangepast worden. Verder hou ik niet van te drukke, te warme en te luidruchtige klerenwinkels met opdringerige verkopers of bemoeizuchtige bemoederende verkoopsters. Dat bemoeilijkt wel eens het winkelen, het keuzeproces en het samen kleding kopen en beleven

Ik val niet graag op door mijn kledij, en doe er alles aan om dat te vermijden. Als kledij vuil, bezweet, onwelriekend, met plekken of afgedragen is, doe ik het niet meer aan.  Een van mijn leefregels is elke dag minstens verse kledij, van onder tot boven, elke laag, en uiteraard na het sporten, fitnessen of andere hevige inspanning (bv een lange treinrit). Kledij die al enkele jaren meegaat, doneer ik aan armoedeorganisaties. Ik ben dus geen liefhebber van sokken  of ondergoed met gaten, t-shirts waar je erwten in kan zaaien of dragen van tweede – of derdehandskledij.

Tot slot: kledij als onderdeel van bestaanskwaliteit

Mijn liefste probeert mij af en toe uit die comfortzone mee te nemen, en dat is nodig om niet elk jaar dezelfde kledij te kopen. Dat apprecieer ik, maar dat komt wellicht omdat ze het ‘autismevriendelijk’ aanbrengt. Ze past (onbewust) de ‘nudge’-theorie toe, die staat voor een ‘niet-dwingende wijze van sturen van gedrag door in te spelen op de irrationaliteit in het maken van keuzes’.  Ze dwingt mij echter niet iets anders te dragen wat mij niet past of goed bevalt. Uiteindelijk blijft dat dan toch in de kast liggen of geeft het mij een erg ongemakkelijk gevoel, wat mijn sociale initiatief alleen maar afremt.

Mode blijft echter een thema dat, minstens bewust, een heel beperkte rol speelt in mijn leven. Ik laat me er niet door afschrikken, ga er niet tegen in maar zoek het evenmin op. Kledij is voor mij functioneel en esthetisch tegelijk. Het moet goed voelen, het mag wat geld kosten en ik wil er niet armoedig uitzien. Kledij hoeft geen problematiek te zijn. Er zijn mogelijkheden te over om me te kleden zoals ik wil, en te winkelen zoals ik wil, online of offline, met hulp van kleermakers (die broeken of hemden aanpassen naar mijn grillige vormen). Maar kledij past wel in mijn bestaanskwaliteit, in hoe ik mijn leven aanvoel en hoe ik overkom, hoe het is gesteld met mijn bestaanskwaliteit. Er zijn veel bepalender aspecten aan hoe ik ben en me voel, maar kledij is zeker iets om voldoende aandacht aan te besteden.

Elke achttiende van de maand schrijf ik een langer stuk over een thema in het leven met autisme, vanuit mijn eigen ervaringen, al dan niet geïnspireerd door een boek (of een hoofdstuk daarin). Deze keer gaat het over kledij & mode, de functie en het belang ervan.

6 Comments »

  1. Prachtig geschreven ! Ik krijg vaak de opmerking dat ik voor iemand met Autisme er erg goed uit zie qua kleding. Tenzij ik me erg depressief voel en ik de ene trui met kap na de andere draag, maar dat is dan voor Psychiater en Psycholoog al een teken dat het niet goed gaat. Ik heb zelf een diploma mode adviseur en ben nu nog styliste aan het studeren. De enige passie die ik heb is mode 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s