‘U, autist?’ … uit mijn leven

Drieëntwintig seconden, dat is de gemiddelde duur dat een arts een patiënt laat uitspreken alvorens hem of haar te onderbreken en het gesprek in handen te nemen. Zo lang duurde het ook voor Dr. T., mij aan het woord liet toen ik hem voor het eerst zag.

Het was in de periode waarin ik niet meer terecht kon bij mijn vorige psychiater, en op zoek was naar een waardige opvolger. Meestal kreeg ik bij een laatste consult wel een lijstje mee met namen van kandidaten, maar Dr. L., was onverwachts gestorven, en het lijstje was nog niet gemaakt. Ik moest dus noodgedwongen op veldonderzoek. Met alle risico’s van dien, zoals gevoelloze reacties, discriminerende opmerkingen en stigmatiserende verwijten incasseren.

Na een eerste selectie in de lokale sociale kaart en beschikbare informatie op het internet, zoals prijs, beschikbaarheid, afstand, gebruikte methodieken … maakte ik bij vijf psychiaters een afspraak. Niet te dicht bijeen, ik wou mezelf tussenin wat recuperatietijd gunnen, maar ook niet te ver, omdat ik een psychiater-vrije periode niet verstandig vond.

Ter voorbereiding had ik alvast een lijstje gemaakt met vragen die ik zeker beantwoord wou hebben. Aanvankelijk wou ik dit lijstje gewoon opsturen, maar ik vreesde dat geen van deze dokters daarop wilden antwoorden. Misschien zou het zelfs niet eens voorbij het secretariaat geraken. Ook het idee om het lijstje af te geven en ter plekke laten invullen liet ik na wat bedenken vallen. Het interview moest volgens mij zo spontaan mogelijk gebeuren. Ik zou het gesprek stiekem opnemen en later het lijstje invullen. Op internetfora bleek dat ook het meest geadviseerd.

Op een donderdagmiddag in de lente stond ik voor het riante herenhuis van Dr. T. Zijn artistiek fraai vormgegeven bordje schitterde in de lentezon. ‘Simon T. Psychiater’ stond er te lezen. ‘Enkel op afspraak’. Nou, die afspraak had ik, en dus, stapte ik enkele treden naar boven, belde ik aan en wachtte.

Enigszins onverwacht, ging de deur snel open en stond een vrouw met borstel en zeemvel mij aan te kijken. Ze leek eerder een poetshulp dan een assistente. ‘Simon ! Simon!’ schreeuwde ze hard door de gang. ‘Een patiënt voor jou!’. En dat herhaalde ze nog eens langgerekt. En dan wendde ze tot mij: “Ga maar door en zet je in het salonnetje. Hij slaapt nog maar tegen dat je goed en wel zit, is hij vast wakker en komt hij je wel halen. Er staat koffie en thee, en er zijn koekjes. Bedien jezelf maar”.

Aangezien mijn vorige psychiater consult hield in een gewoon ziekenhuis, op de afdeling neurologie, was duidelijk dat  ik mijn beeld in korte tijd moest bijstellen. Zeker als het ging om de wachtkamer. Deze was bij Dr. T. echt een juweeltje, met een hoog plafond, parket en tapijt, antieke stoelen en een bank, een stevige boekenkast met alle mogelijke psychologische standaardwerken en psychologische romans en een groot schilderij van een halfnaakte vrouw die languit op een fauteuil lag en een psychotherapeut die erachter schijnbaar ongeïnteresseerd luisterde. Een mat glazen dubbele antieke deur met een bordje ‘kabinet’ deed vermoeden dat aan de andere kant de dokter zat of lag.

Even later kwam de psychiater zelf mij halen. Ik schrok wel even omdat het een heel oude man leek. Een man die enkele eeuwen geleden geboren leek te zijn en heel plechtig sprak, met een Amerikaans accent. ‘Kom je voor jezelf of voor iemand anders?’ vroeg hij me meteen, wat ik toen een rare vraag vond. ‘Voor mezelf’, antwoordde ik stilletjes. ‘Good, good’ mompelde hij. ‘Ga maar liggen, en vertel maar’, wees hij me de lange ligbank aan. Iets wat ik bij vorige ondersteuners nog niet had gedaan. ‘Mag ik eerst een kussen?’ vroeg ik, voor ik ging liggen, ‘Ik kan niet liggen zonder een kussen’. ‘Interessant, interessant’, antwoordde hij, en haalde wel heel snel een kussen tevoorschijn. Alsof het een test was. Ik voelde me al meteen in de classificatie ‘mannen die op banken met kussens liggen’.

Eenmaal ik goed lag, en me voornam vooral niet in slaap te vallen (of te klagen over de rugpijn die ik al had), begon ik te motiveren waarom ik dacht psychiatrische ondersteuning nodig te hebben. Dat leek Dr. T. niet te interesseren. ‘No, no, ik wil iets horen over uzelf. Wie bent u? Wat brengt u hier?’ Nou goed, dacht ik. Laat ik maar meteen vertellen wie ik  ben. Meteen ter zake. ‘Nou, ik ben autist, en …’. ‘U, autist?’, onderbrak hij me meteen. ‘Mijnheer, u bent heel veel, maar u bent geenszins een autist’. ‘Ach zo’, antwoordde ik en flapte er, vrij automatisch, uit: ‘Dan ben ik bij het verkeerde adres’.

Dat verkeerde adres deed het gesprek zonder dat ik echt had gewild helemaal kantelen. Naar de verkeerde kant. Ik had gedacht nog allerlei vragen aan Dr. T. te stellen. Vragen die ik had ingeoefend en gememoriseerd. Maar dat was buiten de dokter gerekend. Die was opgestaan en met rasse schreden naar zijn boekenkast gestapt, om er enkele dikke boeken uit te halen. ‘U zegt dat u een diagnose autisme hebt gekregen?’, riep ik me toe toen ik net recht zat op de bank. ‘Ja, inderdaad’, riep ik terug, naar de andere kant van het vrij grote kabinet. Het bleef even stil. ‘En u was al … volwassen?’. Ik moest even nadenken, maar zei dan maar : ‘Ja, voor zover ik me daarmee associeer wel’. Hij leek te denken dat ik met hem lachte (wat niet het geval was) en riep geïrriteerd: ‘Dit is hier ernstig, mijnheer, ik ben een ernstig man, ik wil dat u ook ernstig antwoord op mijn vragen. Anders is dit allemaal verloren tijd, en onze tijd op deze aarde is al  kostbaar genoeg. Elke seconde telt.’

Ok, dacht ik bij mezelf, ik ben hier nog maar pas binnen en heb al bijna geen neus meer. Toen kreeg ik een ingeving die meteen het einde van het gesprek zou inluiden. ‘Ik heb mijn diagnostische verklaring mee. Mocht u dat willen inzien?’ Dat bleek het geval. Hij las de verklaring, met hoog opgetrokken wenkbrauwen. “Mijnheer, natuurlijk bent u autist als ik dit lees. Maar dan ben ik dat ook. En mijn vrouw. En mijn zoon Emile. Versta me goed, ik weet dat u lijdt, pijn hebt binnenin. Maar ik kan u  niet helpen. U moet mij beloven zo goed mogelijk voor uzelf te zorgen. Voor zo lang het nog duurt. U hoeft mij niets te betalen. Genivee zal u eruit laten.”

En zo eindigde mijn eerste van een reeks gesprekken die uiteindelijk gelukkig toch tot een goede psychiater leidden. Al waren ze gelukkig niet allen zo memorabel als deze.

Elke vijfde van de maand beschrijf ik een anekdote uit mijn leven. Deze keer gaat het over een psychiatrisch consult dat ik had op mijn prospectie naar een nieuwe psychiater, waar ik tal van dokters ontmoette die niet altijd even verwacht reageerden en een sterk verschillend beeld hadden van autisme, zeker bij volwassenen

2 Comments »

    • Als die keuze voor jou werkt, is dat natuurlijk positief. Voor mij is een netwerk van ondersteuners (waaronder psychiater, die ook werken zonder medicatie) iets noodzakelijk, maar dat is zeker niet zo voor iedereen. Als er een behoorlijk natuurlijk of sociaal netwerk is, kan dat ook een,goeie firewall vormen.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s