Er is leven in wachtzone 7 … oefeningen in wachten

Het lijkt of elke dag alles opnieuw begint. Het licht, het vuur, wat rolt en draait, vierkant of vloeiend, het is nooit helemaal hetzelfde als wat opgeslagen is als beeld. Vergeefs pogen mensen mij wijs te maken wat hetzelfde smaakt, wat er volgens hen precies hetzelfde als voorheen uitziet en aanvoelt. Er is niets van aan en ik voel me bedrogen. Bij anderen lijkt het uit de lucht te komen hoe het zit. En hoeveel er ook benadrukt wordt ‘vertrouw me nu maar’ en ‘doe maar of je thuis bent’, het is niet wat het lijkt.

Het is zevenendertig na zeven op maandagmorgen. Hier zitten we dan. Op twee gammele stoeltjes. In wachtzone 7 op de afdeling medische beeldvorming. Zalen of kamers zijn er al lang niet meer. En over wachtruimtes spreken is ook zo passé. Hier zijn er zones, die in elkaar overgaan. Net zoals er mensen zijn, naast ons ook andere wachtenden. Een stuk of tien zelfs. Ze houden zich nuttig bezig met het invullen van een vragenlijst. Op papier en met pen zowaar. Toen ik bij de aanmelding mijn tablet toonde en vroeg of ze dat ook elektronisch hadden, was de enige reactie ‘god bewaar mij’. Wat ik interpreteerde als een ‘nee’. Nu  ja, het voelt wel nostalgisch aan, dat schrijven met de pen, maar goed, training kan geen kwaad, denk je dan.

Eenenveertig na zeven is het geworden. Het formulier A512 is ingevuld. De voor – en de achterzijde. Op het kamerbreed scherm dat tegen de wand hangt, staat Discovery Channel op. Op mijn krakkemikkig stoeltje zie ik hoe een bende moderne boekaniers op de Atlantische Oceaan vergeefs op zoek gaat naar gezonken schepen met zilverschatten. Met materiaal dat 100.000 euro per dag kost. Net wanneer ze een klompje zilver vinden, is het geduld van de regisseur op. Op naar een een bijna dodelijk accident van de Nasa: een astronaut die ei zo na verdrinkt in zijn helm. Gevolgd door de mysterieuze verdwijning van een vliegtuig, met vermoeden van ontvoering door buitenaardse wezens.

Naast ons zit een vrouw die alzheimer’s heeft. Of dat zegt haar dochter, want zij ontkent dat. Terwijl haar dochter de reclameblaadjes van gisteren leest, vraagt zij plots waarom de prijzen met een € staan. ‘Ben je soms op reis geweest?’, vraagt ze. De dochter doet een gebaar naar ons dat haar moeder ‘doolt’. Straks moet de dochter ‘binnen’ (voor een onderzoek) en blijft de moeder ‘buiten’. Als dat maar goed afloopt, denk ik. Alsof de dochter mijn gedachten kan lezen, probeert ze me gerust te stellen. ‘Ik maak moeder straks wel vast’, fluistert ze. Met moeders’ gehoor is alvast niets mis want ze schrikt en steek haar gerimpelde handen diep in haar zakken.

Tot het tijd is om onderzocht te worden. Daarvoor zijn we hier per slot van rekening. Om ons te ontkleden, de oordopjes op maat in te steken, op de koude metalen plank te liggen en blootgesteld te worden aan het lawaai van duizend straaljagers, aan claustrofobische angst en magnetische superdruk. Terwijl de wachtzaal buiten volstroomt met verontruste patiënten die elkaar vragen stellen over wat er hen te wachten staat. Wees gerust, zou ik hen zeggen, vergeleken met wat je kan zien op Discovery Channel, valt het binnen nog heel goed mee. Wellicht is dat ook de bedoeling geweest van het katholieke ziekenhuis waar we zijn, en het past ook volledig in hun inspiratie. Het vergelijken van lijden wordt wel eens hun core-business genoemd.

Het is tijd om te vertrekken. In dit ziekenhuis kunnen we niet terecht voor de interpretatie van de beelden. Of toch, maar dan is er een wachtlijst van drie maand, en daar bedanken we voor. Nee, we hebben een afspraak ‘bij de concurrentie’, in het ziekenhuis aan de andere kant van de stad. Waar de dokters en het personeel net iets vriendelijker, de wachtzones nog ruimtes zijn en de wachtlijsten net iets korter. Doorgaans is het daar slechts een maand wachten voor je met een dringend probleem ergens terecht kan. We hebben geluk, dit keer, een afspraak in twee ziekenhuizen op dezelfde dag, met tien à vijftien minuten om enkele kilometers af te leggen en parkeerplaats te vinden. Gelukkig is er niet teveel verkeer. Net op tijd staan we, enigszins buiten adem maar heelhuids, aan het loket van de afdeling neurologie, neuropsychologie en neuropsychiatrie van het andere ziekenhuis.

Op tijd zijn blijft relatief. Zeker als anderen, zoals dokters en verpleegkundigen, vertraging hebben. Intussen trekt het hele ziekenhuis langs ons voorbij. Met gesprekken over ‘welke afdeling er nu weer het meest ballen’ (uit de tomatensoep) heeft. Of met wie de secretaresse van de directie het nu weer doet. Natuurlijk ook welke lastige patiënten er nu weer zijn, ‘mijnheer P. heeft echt eens een goed bad nodig’ en ‘mevrouw L., die mag wel eens een toontje lager zingen’.

Intussen beoefenen wij alweer de nobele kunst van het wachten. Nu in een wachtruimte, met televisiescherm waar ‘herfstbeelden’ op worden vertoond. Sfeerbeelden vanuit diverse Europese bestemmingen, staat eronder. Al zie ik nu toch vooral door mist omhulde bergtoppen. Toch al iets beter dan Discovery Channel, want minder angstaanjagend. En op de achtergrond van deze beelden is er daarenboven smaakvolle muziek. Tot er vanuit de luidspreker onze naam klinkt: Mijnheer en mevrouw Peeters voor dokter Vogelnest. Wat volgt, dat is medisch geheim, maar even later mogen we heelhuids (en enigszins teleurgesteld: verder onderzoek is nodig) weer naar huis. Volgende maand mogen we het allemaal nog eens overdoen. Op hoop van zegen.

2 Comments »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s