Liever helemaal te laat dan in stukjes op tijd … autisme en verkeer

Een auto veilig door het verkeer loodsen is tegenwoordig meer dan een huzarenstukje. Toch wordt een rijbewijs hebben, en liefst ook een auto, nog vaak vermeld als een vereist als je ergens aan de slag wil. Om het even of het als poetshulp, verkoper, docent oud-Chinese letterkunde, zakkenwasser of administratieve kracht is. Soms wordt het zelfs voor een functie als vrijwilliger gevraagd. Naast een bewijs van goed gedrag en zeden, een vormingsattest van dit of dat, en gepolijst uiterlijk.  Niet overal, maar toch vaker dan je zou denken, moet je als vrijwilliger superkrachten bezitten.

Zo toonde ik enkele jaren terug interesse om vrijwilliger te zijn in een residentiële woonvoorziening voor ‘zeer zorgbehoevende’ personen met autisme. Het was duidelijk dat de selectie rigoureus was. Na een eerste contact per telefoon, mocht ik op gesprek. Drie verantwoordelijken (leefgroep, vrije tijd en algemene intake) peilden naar mijn interesses, waarden en normen, burgerlijke staat, voorgeschiedenis en motivatie. Met een bang hartje vermeldde ik op een bepaald moment, eerder terloops, dat ik autisme had.

Dat bleek tot mijn opluchting geen probleem te zijn. Want, zeiden ze, “aangezien je een rijbewijs hebt, zal dat autisme best meevallen. Onze mensen hebben immers geen rijbewijs”.

Een laatste vraag bleek beslissend: ‘Stel dat een verkeerslicht plots op rood springt terwijl je groen verwacht, wat doe je dan en wat gaat er door je heen?’ Mijn antwoord: ‘Ik rem voor het rode licht en tegelijk verwittig ik de passagiers die er eventueel bij zijn dat ik iets bruusker dan anders ga remmen. Ik maak me niet druk want ik weet dat er altijd een kans bestaat dat een groen licht op rood springt, en het niet te voorspellen is wanneer dat het geval is.’ Dat bleek, tot mijn verbazing, erdoor te kunnen als antwoord. Oef, ik mocht vrijwilliger zijn.

Later bleek inderdaad niemand van de personen met autisme die in de voorziening woonden een rijbewijs te hebben. Ze bleken over het algemeen wel heel goed op de hoogte te zijn van het verkeersreglement. Ook al hadden sommigen er een eigen versie van gemaakt.

Onderweg kreeg ik dan ook geregeld commentaar over ‘onlogisch’ en ‘crimineel’ gedrag van andere bestuurders. Als het van hen afging, mochten die meteen hun rijbewijs inleveren, moesten ze meteen hun ‘wrak’ verkopen en daarenboven een cursus volgen over hoe angstaanjagend hun gedrag wel was. Ook toen ik te traag reed of een ‘onlogisch’ traject volgde, werd ik vriendelijk maar kordaat verzocht om ‘normaal’ te doen.

Om onveilige toestanden en irritatie onderweg te verhinderen, besloot ik na een tijdje van zodra we in de auto zaten duidelijkheid te scheppen over de rol van de bestuurder en wat er van de passagier(s) verwacht werd. Dat kwam in het kort neer op: ik rijdt en bepaal wie welke muziek draait, jullie kijken en zwijgen tot we er zijn.

Toen ik onlangs las over een onderzoek naar de kwaliteiten en beperkingen van automobilisten met autisme, kwamen die herinneringen naar boven. Autistische bestuurders in het onderzoek bleken veiliger in het verkeer als het ging om afstand houden van andere voertuigen. Ze deden beduidend minder aan bumperkleven. Daarentegen scoorden ze minder in het reageren op snel veranderende verkeerssituaties. En ze vertoonden ook meer angst. Geen groot nieuws, en herkenbaar, lijkt me.

Anderzijds helpen voorbereiding, afspraken in de auto (niet praten, geen radio), inzicht of rijden wel veilig is (ingeval van vermoeidheid of overprikkeling) en kalmte bewaren bij roekeloosheid van anderen mij om een relatief goed bestuurder te zijn. Bovendien zijn veel andere bestuurders met zoveel tegelijk bezig dat ze onderweg vergeten dat een auto dient om van A naar B te rijden, binnen een verkeersreglement, en liefst zonder anderen verbaal of fysiek te beschadigen.

Ook af en toe het verkeersreglement opfrissen, of nu en dan een praktijkexamen opnieuw afleggen, zeker de eerste tien jaar na het behalen van het rijbewijs en na de pensioengerechtigde leeftijd, zou het verkeer een stuk veiliger maken. Als positief neveneffect voor zowel economie, volksgezondheid als milieu, zouden er dan misschien ook minder auto’s in het verkeer blijven.  Intussen probeer ik bij elke verplaatsing zoveel mogelijk zoveel mogelijk andere verkeersmiddelen (trein, tram, bus, elektrische deelauto, carpooling, (elektrische) fiets, vouwfiets of te voet) te gebruiken. En voorts vooral proberen om te anticiperen door voorbereiding en focussen op de belangrijkste prioriteit: liever helemaal levend te laat dan in stukjes op tijd.

1 Comment »

  1. Ik heb geen rijbewijs.. ooit in een kart gereden en dat ging in de eerste bocht al mis.. iets met reageren, remmen en sturen of gasgeven.. je snapt het al, daarna was ik genezen en hoefde ik geen rijbewijs, aangezien alleen gasgeven en sturen al teveel is en dan moet ik ook nog kunnen inschatten wat de ander gaat doen.. ik weet zelf amper wat links en rechts is dus hoe dat zit voor de ander al helemaal niet.. dus nee.. ik fiets (al een idioot) en daarmee kom ik overal.. met de auto, alleen als het echt moet..en dan nog hopen dat die persoon niet de weg als een racebaan ziet..

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s