‘Mens zijn is ingewikkeld’ … wilde gedachten op de trein

Mens zijn is ingewikkeld. Ik hoorde het onlangs op de tram. Een vrouw was zo enthousiast over haar pas gekochte boek dat ze hardop een fragment voorlas aan haar vriendin die naast haar zat. Het was ’s avonds laat, er was weinig volk op de tram en dus kon, nee moest, iedereen het horen. Het duurde echter niet lang vooraleer het fragment uit de pas verfilmde roman ‘Vele hemels boven de zevende’ mijn aandacht verloor. Al had het natuurlijk veel erger gekund.

Mens zijn is inderdaad ingewikkeld. Daar kon ik het alleen maar eens zijn. Ook al is een alternatief moeilijk denkbaar, ik interpreteer het toch vooral als ‘een mens met een configuratie als de mijne in de samenleving proberen te leven’. In die zin zou ik het kunnen vergelijken met een spook in de badkamerspiegel proberen na te doen. Of zoals met veerkrachtige tred in ingegeven maat proberen te wandelen terwijl het gezelschap om je heen er van alles aan doet om dat ritme te verstoren. Terwijl je jongleert met lucht en vuur, en je op je tocht steeds vaker belaagd wordt met moeilijk te vangen ballen. Bovendien: op het ogenblik dat je een beetje doorhebt hoe het werkt, komt er vanuit het niets iemand met een zaklamp in je ogen schijnen om je aandacht erop te te vestigen dat je een of andere ongeschreven regel overtreedt, terwijl een ander in je oor brult. Of je het wel naar je zin hebt, en of die sabayon niet wat sneller geklopt raakt.

Die herinnering aan die vrouw op de tram, schoot me onlangs te binnen. Precies in het midden van een gesprek op een treinrit naar huis met een vriendelijke en intelligente jonge vrouw. Op dat moment probeerde een jong kind op de achtergrond onbewust de aandacht af te leiden van een radio die even verderop stond. De presentatrice was er in gesprek met een dj, die bij hoog en laag beweerde dat kinderen alleen maar problemen gaven maar dat hij ze toch graag had. Hij vertelde over zijn broer wiens kinderen na de scheiding van zijn tweede vrouw naar de andere kant van de wereld waren vertrokken en niets meer van zich lieten horen. Dat zou bij hem geen waar geweest zijn, zei hij. “Ik zou ze opgezocht hebben en ter plekke aan de muur hebben genageld”. En toen was er muziek. De Dinky Toys met ‘I can’t keep your hands off you’. Een nummer dat de laatste tijd bijzonder actueel blijkt te zijn. Voor alle duidelijkheid: dat kon ik wel in het gezelschap van de jonge vrouw naast mij.

Intussen liep het gesprek verder, maar zoals wel vaker zou ik pas veel later weten wat er precies gezegd was. Of tenminste wat de betekenis van de woorden was geweest, en welke de impact was voor mijn verdere leven. Dat ‘veel later’ hangt af van hoe goed de wachtrij vlot. Op sommige momenten is die zo lang dat ik dagenlang niemand meer hoef te spreken. Zoals een printer met een wachtrij goed om dagenlang te printen. Tenzij er plots een offline-moment is. Dan is alles verloren. Zoals gebeurde op dat moment.

Mens zijn is ingewikkeld. Zeker op dat moment, midden in het gesprek. Niet omdat ik terug dacht aan de passage die de vrouw op de tram voorlas uit het boek waar ze zo enthousiast over was. Evenmin omdat ik afgeleid werd door het jengelende kind en de radio met de stem van de presentatrice die een interview had met de DJ met zijn vreemde houding tegenover  kinderen. Het was iets anders, aan de andere kant van de treinwagon, iemand die iets zei, even moest niezen, een haast onhoorbare wind liet, overvallen werd door een milde vorm van onwelriekende flatulentie.

Voorbij dat moment was ik de draad kwijt van een gesprek dat mijn leven mogelijks had kunnen veranderen, in goede of slechte zin. Het was die fractie van een seconde dat ik als het ware uit mezelf trad en zag hoe mijn evenwichtsoefening van informatie in vertraagd beeld in duigen viel, hoe de realiteit in scherven viel, en de trein zich opsplitste in hapklare kubussen, driehoeken en cirkels die elk hun eigen dynamiek gingen aannemen.

In die fractie, die eeuwen leek in mijn perceptie, kwam ik ook weer terug, viel alles weer in elkaar, en leek er niets gebeurd. Of toch, het leek mijn gesprekspartner uit te maken of ik er bij was of niet, want ze keek me vreemd aan, en begon een tic te vertonen. Ze zette haar bril recht, pulkte aan haar trui, putste even aan haar beha, krabde aan haar linkeroor. Lap, dacht ik, ze heeft het gemerkt: mijn gezicht is een eigen leven gaan leiden. Het heeft niet langer de mimiek die ik na vele jaren heb leren simuleren, in gepaste vormen zoals ‘geïnteresseerd’ (figuur 6 a), ‘luisterend’ (figuur 6 b), ‘bezorgd’ (figuur 6 c), ‘bedachtzaam’ (figuur 6 d) … zeg maar het hele repertoire in de dikke ringmap met daarop in grote letters “sociale vaardigheden, mimiek, deel 5′.  Ook al ratelen de meeste mensen gewoon door. Als dat zo is, sla ik, op dat moment, soms onzichtbaar en soms opmerkelijk duidelijk, in paniek.

1 Comment »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s