Naar de bron van onze mosterd … impressie aan de waterlijn

Als de tocht niet meer voert naar de plaats waar alles goed komt, wat houdt haar gaande? Wat maakt dat we onderweg blijven naar de bron van onze mosterd? Als het warm is, en mijn liefste en ik weer worden bevangen door zomerse gewoontes als pootje baden en ijsjes likken, duiken die vragen wel eens op uit mijn grijs-paarse hersenbrij.

De weg die wij gewoonlijk kiezen op de waterlijn, elke avond tussen half zes en half zeven, is niet zonder risico’s. Met kwallen en pietermannen zijn we intussen bekend. Netjes gegraven valkuilen en kniediepe putten kunnen we al ontwijken. Ook gemene schelpjes, steentjes en afval zoals blikjes, rietjes en plastic zakjes kunnen we aan.

Moeilijker is de confrontatie met de muur van fotografen die zich aan de lijn tussen strand en zee scharen. Die willen ons liever vereeuwigd op een van hun vakantiekiekjes. Ze fotograferen liever een tafereel, op het strand, ter zee of in de lucht. Een tijdje geleden vroeg een Aziaat ons nog of hij ‘echte plaatselijke bewoners’ mocht fotograferen, maar dat is toch eerder zeldzaam. Sindsdien zijn we wellicht zo veranderd dat we niet meer zo authentiek plaatselijk lijken, wie weet.

Van de fotografen zijn de vaders en moeders die absoluut een foto willen van hun kind het aandoenlijkst. Of het kind heeft er al genoeg van nog voor vader of moeder het beeld goed hebben. Of het ziet steeds vervaarlijker golven aanrollen die het rubberbootje even verderop al een eind naar de horizon hebben meegenomen.

Tussendoor kan je natuurlijk niet wegkijken van de redders en redsters die zich, hoog op hun mirador of redderstoel, te pletter blazen of hun armen eraf zwaaien om aan te geven dat onwetende badgasten niet moeten denken dat in een meertje zwemmen.

Op onze tocht rechtdoor, langs de waterlijn, ontmoeten we verder nog heel wat andere mensen, zeg maar een staalkaart van de menselijke diversiteit. Haarbuikige heren, tongzoenende jongeren, gillende bakvisjes, een geestelijke nu en dan, een oud-leraar die mij aanspreekt, iemand met een strandrollator of – rolstoel, een groepje mensen met (elk) een verstandelijke beperking, eenzame zielen die het strandwater doorploegen op zoek naar het einde van de zomer.

En dus stappen wij naarstig verder, houden wij de tocht gaande, naar de bron van onze mosterd, samen wadend, kniediep, hand in hand, onder de late namiddagzon, door het aanrollende zeewater.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.