‘Diagnose als aanzet tot zelfzorg en ontplooiing’ … autisme en diagnose

Hoe hoger het niveau van functioneren en de intelligentie van een persoon met autisme, hoe later een diagnose wordt gesteld. Onder andere omdat dat functioneren en die intelligentie mensen met autisme instrumenten in handen geven om hun kwetsbaarheid zo onzichtbaar mogelijk te maken.

Zo wordt oogcontact onbewust al vroeg doelgericht geoefend. Dat gebeurt vaak na aanmaning van (groot)ouders, kleuterjuffen en leerkrachten van het lager – en middelbaar onderwijs. Sociaal passend gedrag wordt vervolgens ‘afgekeken’ en met veel bereidheid en zin voor analyse bij zichzelf ingeprent. Vervolgens trainen mensen met relatief veel stressbestendigheid en compensatievermogen zichzelf zodanig dat ze hun eigen bijzonderheden en gedragsverschillen in vergelijking met de grote meerderheid van leeftijdsgenoten, de zogenaamde ‘toetsgroep’, te verbergen.

Deze ‘toetsing’ gebeurt voornamelijk in situaties zoals de middagpauze, het bedrijfsfeest en andere contexten die sociaal aantrekkelijk zijn, en die voor de ‘toetsgroep’ geen bijzondere inspanningen vergen. Als het oorspronkelijke autistische gedrag dan eens gesteld wordt, is het voor mensen met een doorsnee denkstructuur, die de persoon met autisme uit die situaties kennen, zo onbegrijpelijk.

Die onverstaanbare dubbele aard leidt dan tot wederzijdse misverstanden, manklopende interpretatie en conflicten die een rode draad vormen in het leven van veel bijzonder sterk compenserende autistische mensen. Net voor deze groep mensen is de autismediagnose bij een terugblik op hun identiteitsvorming een van de meer plausibele verklaringen voor chronische moeilijkheden ze in hun leven (hebben) ervaren. De moeilijkheid bestaat er echter in dat dergelijke mensen zich door hun compensatiegeschiedenis in een grensgebied gaan manoeuvreren. Wat de moeilijkheidsgraad om de vinger te leggen op de autistische symptomen en tot een diagnose te komen zelfs voor ervaren diagnostisch deskundigen erg groot maakt.

Het gaat dan wel om mensen die, vaak sinds hun kindertijd, weliswaar amper zichtbaar en onbewust, problemen hebben met oogcontact, die graag met rust gelaten worden met hun eigen bezigheden en door wie lichamelijke aanrakingen eerder onaangenaam of intolerabel worden ervaren.

Het zijn inderdaad mensen die in sociale groepen slechts moeilijk of helemaal niet terecht kunnen. Zij hebben al sinds lang een neiging om gesproken taal letterlijk op te vatten. Al sinds ze zich herinneren hebben ze zich opgeladen aan routines en een min of meer voorspelbaar verloop van de dag et nagekomen afspraken. Worden die afspraken niet nagekomen, dan frustreert dit al snel en gaan ze opvallend gemakkelijk in overspanning met aanvallen van woede en (zelf)beschadiging.  Het zijn mensen van wie de waarneming sterk op details en hun aanvankelijk beeld storende elementen is gericht.

Niettemin hebben ze zich doorheen hun ontwikkeling schijnbaar spelenderwijs in het ene na het andere buitengewoon thema verdiept. Ze hebben meestal ook een relatief tot succesvolle schoolloopbaan afgelegd, soms een universitair diploma afgewerkt en hebben daarna, vaak onder hun niveau, werk gevonden. Daarnaast zijn ze ook gaan samen leven met een partner en slagen ze er soms in een min of meer normaal leven met gezin en kinderen uit te bouwen.

Kunnen deze mensen echter werkelijk voldoen aan de medische criteria die bestaan om iemand met een diagnose autisme(spectrumstoornis) te voorzien? Natuurlijk niet, is het enig mogelijke antwoord. Niettemin is het hebben van een diagnose autisme(spectrumstoornis) voor veel van deze zeer hoog-compenserende autistisch denkende mensen van groot belang om zichzelf en anderen hun eigen ‘zo-te-zijn’ plausibel te kunnen verklaren.

Pas dan, en ook door de erkenning van hun eigen persoonlijkheid of structuur, ontwikkelt zich een zelfbeeld op hun eigen maat waarin de eigen beperkingen maar ook de eigen sterkten realistisch en zonder eigen of vreemde veroordeling onder ogen gezien kunnen worden. Pas op basis daarvan kan dan een levensplanning worden opgebouwd waardoor zelfzorg en ontplooiing mogelijk worden.

Hans-Jürgen Boxberger in Kleine Brötchen backen? Als Asperger-Autist in den Tücken des Berufslebens (Loeper Karlsruhe, 2018) – eigen vertaling uit het Duits

1 Comment »

  1. Oogcontact doe ik nooit ik denk dat ik dit enkel gehad heb bij de tandarts. En dat is dan omdat je daar zo ligt en ze uren boven je gezicht staan te kijken. Normaal moet je dit doen als je iets zegt om te zien of het aangekomen is of zo denk ik. Of als je een gebaar doet eens kijken om te bevestigen dat het is aangekomen. Ik ontwijk al heel mijn leven bewust ogen ze zijn niet dodelijk figuurlijk misschien . Maar ik hoor de persoon zijn stem zo ook even goed. Kijken zal wel extra verbinding geven maar lijkt mij zo intiem. Dit past wel in mijn straatje van mensenschuw.

    Ik denk dat de leeftijd van diagnose vroeger ook samenhing met wanneer is er een obstakel. Dat men problemen verwacht zo ben ik pas op 15 getest terwijl men dit bij mij al zo wel wist. Maar op 16 zit je met buitenschoolse stages waar een amper sprekend kind een probleem is. Tegenwoordig weten ze het soms al zeer jong. En dan zijn er speciale autiklassen waar je afgescheiden zit van zogenaamd normaal gedrag. Volgens mij versterk je op die manier bij sommige misschien wel de autistische trekken. Of tenminste ze zien een pak minder neurotypical gedrag. En zullen zo misschien nog minder begrijpen er van.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.