Een geval van versoepelstress … autisme en covid-19

Foto van Sigmund op Unsplash

Eindelijk buiten, na anderhalf jaar binnen, uit de lockdown, las ik enkele dagen geleden bij een contact op mijn social media. Of de brave man dat bij wijze van spreken bedoelde of echt meende, kon ik er niet uit opmaken. Andere kennissen, jong en oud, waren eerder sceptisch, minder enthousiast en vonden dat er voor hen niet zoveel veranderde. Ze snapten ook niet van wat ze zich dan precies ‘bevrijd’ moesten voelen. Zeker omdat het nog wel een jaar of drie duurt voor we naar een nieuw evenwicht kunnen.

En toen viel bij een aantal media plots het woord ‘versoepelstress’. Meteen werden deskundigen onder de arm genomen om het woord te verklaren. Het werd in één adem genoemd met dat andere woord, het grotsyndroom, en gelinkt aan groepsdruk en druk van macho’s en macha’s om meteen onvoorzichtig te doen nu de overheid niet meer beloofde te straffen. In het verlengde van knaldrang en zo meer. Het woord blijkt in Nederland bedacht, en is een van de vele neologismen die in de Covid-19-periode zijn uitgevonden of ontdekt. Als fervent verzamelaar van woorden zijn het voor mij drukke tijden.

Versoepelstress is, zo klinkt het bij sommige psychologen, de spanning die je ervaart als de ander gebruik maakt van de verwarring om het niet te nauw te nemen met richtlijnen om geen Covid-19 op te lopen of te verspreiden, en er niet langer algemeen belang of richtlijnen van de overheid ingeroepen kunnen worden als argument. Dat houdt uiteraard in dat die richtlijnen ook gevolgd werden. Bij veel mensen valt er niets te versoepelen en als dat wel het geval is, kan die versoepeling niet afgedwongen worden. ‘Je hoeft niet te versoepelen als het aangekondigd wordt’, zegt een prof sociale psychologie op het radionieuws. ‘Zo mag je ook drinken en roken, maar het is niet aangeraden’.

Versoepelstress blijkt al langer te bestaan en zelfs vaak voor te komen, namelijk telkens strengere regels of richtlijnen of geboden om een onduidelijke reden wegvallen en er nog geen nieuwe in de plaats zijn gekomen, maar er beroep wordt gedaan op gezond verstand of fingerspitzengefühl. Wanneer je niet langer ‘u’ moet zeggen tegen een nieuwe werkgever maar ‘je’, bijvoorbeeld, en je niet zeker weet of ‘je’ het nieuwe ‘u’ is of dat die nieuwe baas echt een horizontale organisatie nastreeft (met beperkte hiërarchie). Of als de leerkracht in het lager onderwijs je vraagt niet langer ‘mevrouw’ (of ‘juffrouw’) of ‘mijnheer’ (of ‘meester’) te zeggen, maar ‘Janne’, ‘Dirk’, ‘Pieter’ of ‘Malrymke’. Ik vond het vreselijk als zoiets gebeurde. ‘Voor mij blijft u mijnheer, meester’, dacht ik doen.

De Nieuwsdienst van de Vlaamse Radio en Televisie (VRT) maakt het concreter door versoepelstress te koppelen aan het nog niet klaar zijn voor feestjes en knuffels. Dat begreep ik meteen, ik ben namelijk nog nooit klaar geweest voor dat soort evenementen, en, in het verlengde, voor elk sociaal gebeuren. Dat hoeft ook niet, want ik word al sinds meer dan twee decennia niet veel meer uitgenodigd op feestjes en knuffel toch vooral mijn liefste. En voor u me om de oren slaat met halfzachte slogans als ‘ach, het leven is een feest’, ik hou wel van een bepaald soort feestjes, maar dat is een ander verhaal. Als ik uitgenodigd word, is het meestal op evenementen die sommige mensen aandoen op weg naar elders en waar de rest liever niet zou zijn.

Tot voor kort beleefden we het ongewone voorrecht dat een smoes verzinnen voor die feestjes en knuffels, liveoptredens of contactonderwijs niet moest. De overheid deed het voor ons, op aangeven van virologen en andere deskundigen. Het was ofwel verboden, afgeraden, of gewoon zodanig beperkt dat alleen de fanatiekelingen erop afkwamen. Zeker als het zitfeestjes waren. Je hoefde geen enge ziekte te verzinnen of te liegen dat je morgen op de luchthaven verwacht werd voor een vlucht. Nee, het enige wat je moest doen, was ‘corona’ (of, bij oudere of minder snuggere mensen ‘corona’) uitspreken, en ze waren zelfs blij dat je er niet was. Geen een die zei, kom maar af, we kunnen dat hier wel aan.

Die tijd is nu voorbij, klinkt het bij een ‘etiquette-expert’ (geen idee dat zoiets bestond). Nu moeten assertief aangeven waar we ons goed bij voelen, wat onze grenzen zijn. Dat is vaak niet zo gemakkelijk. De kluizenaars, eenzaten of mensen die beweren dat ze zich geen snars aantrekken van sociale druk vinden dat geen probleem, voor mij (en nog heel wat anderen) is dat vallen en opstaan. Versoepelstress of niet, die wisselende grenzen zijn voor mij een blijvende uitdaging. Wat mij betreft, neem ik daarbij liever het zekere voor het onzekere, en blijf ik op veilige afstand. Een afstand van waarop, ondanks dat het tegendeel overal verkondigd wordt, ook veel liefde, creativiteit, genegenheid en verbondenheid mogelijk is. Je hoeft elkaar daar echt niet meteen voor past te pakken. Zeker als het niet goed voelt.

2 Comments »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.