‘Je schrijft mijn taal niet’ … autisme en taal

Af en toe krijg ik mails van, al dan niet autistische, personen die opmerken dat ik niet in hun taal schrijf en ze het daarom moeilijk hebben om mij te verstaan. Deze mensen schrijven aan mij, voor alle duidelijkheid, in het Nederlands, of ze doen daarvoor hun best.
Ik merk wel vaak dat deze lezers zelf zondigen tegen grammaticale regels en bepaalde woorden wel eens anders schrijven dan bedoeld. Ik struikel daar niet over, ik doe het zelf meer dan eens. Af en toe mailt er wel eens iemand die mij erop wijst waar er nog taalfoutjes in mijn tekst staan. Ik waardeer dat. Het toont dat er iemand mijn teksten grondig leest, en niet enkel reageert op de titels, vetgedrukte subtitels of de fotoās.
‘Het is zo autistisch om je te mailen over komma’s en punten‘
Na een voordracht merkt er wel eens iemand op dat h/zij dat ook zou willen, maar het niet durft. āHet is zo autistisch om je te mailen over kommaās, dtās en punten die verkeerd staan. Dat hoort eigenlijk niet, je moet dat met de mantel der liefde toedekken.ā
āHelemaal nietā, antwoord ik dan (en zeg ik nu tegen u) āje doet me geen groter plezier, dan me te mailen, of via het formulier me te laten weten waar jij een kromme zin, een herhaling, een gedachtesprong of iets grammaticaal of als het aankomt op spelling fout hebt opgemerkt.ā Ik heb weliswaar een hele reeks Nederlandse en VlaamseĀ proeflezers voor deze blog, en een āpremiumā spellings ā en grammaticachecker, maar het kan gebeuren dat er iets staat wat spellingsoren doet flapperen.
Het ātaalprobleemā gaat echter verder dan de letterlijke taal, dan spelling en grammatica, dan spreek ā en schrijftaal. Het gaat om elkaar al dan niet kunnen verstaan en begrijpen. Dat kan leiden tot verwarring, coƶptatie, bitterheid en andere onbedoelde gevolgen. Dat komt niet enkel omdat mensen verschillende verwachtingen hebben bij het lezen van mijn teksten, vanuit een verschillend perspectief lezen en verschillende doelen voor ogen hebben. Waar het telkens op neer komt in kritieken, is mijn benadering van mijn autismebeleving, en de daaruit volgende schrijfstijl op mijn blog. Ā
Moeite met de onzekerheid van wat je mag verwachten op mijn blog
Hoe die benadering van mijn autisme is geĆ«volueerd van het begin in 2008 tot nu, is mooi beschreven door dr. Leni van Goidsenhoven in verschillende artikelen en in haar boek āAutisme in meervoudā.
Aanvankelijk lag de nadruk in mijn blog vooral op hoe anders, verschillend en zelfs hoe abnormaal ik was. Naarmate de blog vorderde, ben ik me veel minder gaan interesseren in autisme als categorisch verschil en veel meer in autisme als praktijk. Mijn blog is een zeildagboek geworden, die op duizend-en-ƩƩn manieren is in te vullen, met een fascinatie voor taal, die voortkomt uit een doofheid voor diverse vormen van betekenis. Zonder verlangen naar compleetheid of enige vorm van finaliteit. Tistje is een werk in voortdurende uitvoering gebleven, steeds zoekend en bewogen bewegend.
De moeite van vooral autistische (en sommige niet-autistische) lezers met de onzekerheid van wat ze mogen verwachten, van welke kant mijn blog uitgaat, komt vaak terug in reacties die ik via mail of sociale media krijg.
Soms leidt dat tot uitspraken als āje spreekt onze taal niet (meer)ā of āik vind het moeilijk leesbaarā. Je zou kunnen vermoeden dat het een kritiek is te lange zinnen, teveel theoretische begrippen, te intellectualistisch maar meestal is het iets anders. Het gaat om iets meer fundamenteels, om, zoals iemand me in een lange mail schreef, āde taal van je blogā.
Er zijn gelukkig ook mensen die mailen dat ze āwel mee zijnā. Het zijn mensen die mij laten weten dat zij vinden dat mijn blog er een is die ādie nuance probeert te koppelen aan duidelijkheid, die probeert het midden te houden tussen rouwen om wat er had kunnen zijn, wat er hier en nu is en wat eventueel wel mogelijk zou kunnen zijnā.
De voornaamste verklaring: genuanceerd in verband met de last van autisme
De voornaamste verklaring die ik heb voor de taalverwarring is dat ik de last van autisme niet helemaal toeschrijf aan individuele beperkingen maar evenmin en misschien net iets minder, aan de ontoegankelijkheid van de samenlevingsstructuren.
Net zoals ik me bijna evenveel of even weinig op mijn gemak voel bij autistische als niet-autistische mensen, even onzeker over hoe ik me moet gedragen, even verward over hoe ik het gedrag van andere mensen moet interpreteren en even bang dat ik mensen zal beledigen zonder het te beseffen.
Die vervreemding komt soms ook voort uit de standpunten die sommige mensen in de autismegemeenschap innemen, zoals de afwijzing (van de mogelijkheid) van autisme als handicap, of de omhelzing van bepaalde autistische superkrachten. Ik heb niet meteen angst voor het gebruik van de term handicap. Ik heb dan ook zelf een āerkende ernstige handicapā.
Toch erken ik tegelijk ook dat er autistische mensen zijn die in veel minder of meer situaties dan ik een handicap hebben. Ik krijg soms de vraag waar ik me situeer op het autismespectrum, maar daar kan ik moeilijk op antwoorden. Dat is niet alleen een plaats die voortdurend verandert en evolueert, maar ook een vraag naar welke elementen ik zou moeten meenemen in mijn berekening van die plaats. Meestal antwoord ik dan dat ik schommel al naargelang duizend-en-ƩƩn parameters beroerd worden. Schommelen? Bent u dan een spectrumschommelaar? Alweer taalverwarring !
Tot slot … onverstaanbaarheid is voor een deel ook mijn handicap
Als iemand me laat weten dat ik zijn of haar taal niet spreek of schrijf, doet me dat wel iets. Het grootste deel van onze samenleving is al onverstaanbaar voor het grootste deel van de autismegemeenschap. Als ik als klein elementje daarin iets kan doen om toch verstaanbaar te zijn, probeer ik dat graag.
Tegelijk ben ik wie ik ben, en worden mijn taal en mijn autismebeleving door veel meer dan mijn autisme beïnvloed. Mijn taal als een ratjetoe van invloeden vanuit mijn persoonlijkheid, begaafdheid, opleiding, nabije omgeving, opvoeding, sociale en culturele invloeden ⦠is niet zomaar te veranderen. Ik kan me dus niet anders voordoen dan ik ben. Als mijn blog daardoor onverstaanbaar is, of onleesbaar, dan hoop ik dat er een dag komt wanneer ik ontwikkeld genoeg zal zijn om daar iets aan te kunnen doen.  Al zal het wellicht voor een stuk ook mijn handicap blijven.