Toch liever geen hart van goud … autisme en waardering

Ik heb een gouden hart. Zo zei de verhuurder van mijn appartement me toch vandaag. Ik hoor zelf liever een peperkoeken hart. Toch wil ik dat compliment in dankbaarheid aanvaarden. Ik heb het nochtans niet gemakkelijk om zulke ‘complimentjes’ te (h)erkennen als een vorm van waardering.

Waardering krijgen vind ik nog moeilijker dan waardering geven. Hoewel het slechts een duimbreed verschil is, want waardering geven, dat vind ik toch ook wel een hele kunst.  Zeker omdat de waardering die ik geef niet altijd als waardering wordt gezien.

Soms wordt het niet opgemerkt, en het wordt in sommige gevallen als een belediging beschouwd. Zeker naar mensen die zich volwassen beschouwen ben ik zuinig geworden met opmerkingen die ik als positief zie, maar die door de ander niet zo opgevat worden.

Ik zeg bijvoorbeeld niet zo vaak meer iets over iemands mooie jurk, met een mooie decolleté, of dat iemand lang niet meer zo dik toont in die broek als vroeger. Of als iemand zwanger lijkt, hou ik nog even mijn mond, want het zou altijd kunnen dat die buik toch geen vrucht maar vet draagt. Ook bij heren pas ik op. Soms ben ik daardoor zo zenuwachtig dat ik me verspreek en er een zin uitkomt als ‘u bent heel gebruiksvriendelijk, dat vind ik tof’. Daar kan mijn omgeving vaak heel erg mee lachen, maar degene voor wie het bedoelt is lacht vaak veel minder.

Ik moet iemand eigenlijk dus al heel goed kennen, veel ervaringen met hem of haar meegemaakt hebben, om een figuurlijk schouderklopje te geven. Andersom moet die andere ook mijn figuurlijke onhandigheid kunnen verstaan. Zinnen als ‘op jou kan ik bouwen’, ‘jij bent uniek’, ‘jij bent geweldig’ of ‘jij kan alles aan’, krijg ik immers niet uit mijn strot. Ik kan niets zeggen wat ik zelf meteen in vraag stel, en me situaties herinner waarin de betrokkene niet zo geweldig was.  

Waardering krijgen is voor mij echter nog een stapje hoger. Dat ligt niet aan mijn ouders, want als mijn leven een voetbalveld was, staan zij aan de spionkop met hun sjaaltjes en mutsen zichzelf schor te zingen of met vuurwerk te gooien. Ook al vind ik dat meteen weer een rare metafoor.

Nee, het is meer dan mensen anders dan mijn ouders dat ik complimentjes, steun, positieve dingen mis. Dat zou niet mogen, wordt wel eens gezegd, je moet vooral in jezelf geloven en je zelfbeeld niet laten afhangen van de waardering van anderen. Terwijl ik vind dat een mens vooral in zichzelf gelooft omdat h/zij in zijn/haar leven goede cheerleaders of supporters heeft gehad. Iemand die hem/haar vooruit schreeuwt, roept dat h/zij het goed doet, en liefst ook wat h/zij dan precies goed doet. Iemand die het ziet en het laat weten, dat, denk ik, willen we allemaal graag. Autistisch of niet.

Andere mensen lijken wel iets beter om te kunnen met dat complimentje plaatsen. Met het verschil maken tussen echte en valse complimentjes. Ik twijfel daar namelijk heel sterk in, omdat ik dat verschil eerlijk gezegd vaak niet zie. Bij sommigen zie ik het wel, maar dan ligt het er vaak al vingerdik op of ik ben al gewaarschuwd door anderen.

Ik heb ook vaak de indruk dat complimentjes voorwaardelijk zijn. Sommige mensen zijn heel erg goed in het inspelen op de emoties van mij (en van anderen) om iets te verkrijgen dat ze eigenlijk niet verdienen. Anderen zijn heel erg goed in het detecteren van zulke mensen. Zelf ben ik niet goed in het inspelen op emoties van anderen, en nog minder in het detecteren van mensen die dat wel kunnen. Waarschijnlijk heb ik het daarom moeilijker met waardering krijgen, en voor een stuk ook waardering geven (en dat duidelijk verwoorden). Als iemand zegt dat ik het goed doe, denk ik vaak dat ik ofwel gewoon mijn ding doe ofwel: wat zit daarachter dat ik niet zie? Terwijl daar vaker niet achter zit, of toch niets dat mij kan beschadigen.

Als mijn verhuurder zegt dat ik een hart van goud ben, denk ik daar dus het mijne van. Voor sommige mensen betekent het zachtaardig van inborst zijn en goed voor een ander. Zelf associeer ik het meer met een hart van edelmetaal, dat bestand is tegen veel maar toch maar koud aanvoelt. Misschien hoor ik toch liever dat ik een hart van iets zoet of eetbaars heb, van peperkoek of chocolade of zoiets. Voor sommige mensen zal het aanvoelen alsof hij een complimentje wou geven, maar zelf wist ik niet goed wat ik er mee moest doen. Uit beleefdheid, en vooral omdat ik het zo aangeleerd ben, heb ik hem toch maar bedankt. In de hoop dat ik niets verkeerd deed. Je weet immers nooit.

1 Comment »

  1. Dag,
    Ik volg je ondertussen (bijna) dagelijks. Laat ik het zo zeggen: dit is één van je mooiste. Waaruit je dus gerust mag verstaan dat ik sommige andere van je bijdragen heel wat minder vond. (Altijd bereid tot een gesprek daarover)
    Je zegt hier ook iets dat we allemaal (en daarmee bedoel ik: iederéén) wel weten – of ons afvragen. Hoe is een compliment bedoeld? Meent de persoon die dat zegt het ook echt?
    En, last but not least, ik zou ook liever horen dat iemand mij een ‘peperkoeken hart’ toedicht dan ‘een hart van goud’.

    Hartelijke groet,
    Mieke Felix

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.