Tistje bij de garageboxhobbyisten … autisme en samenleven

Binnenkort woon ik al een maand in deze flat in dit dorp midden in de polders. Mijn gebouw wordt wel eens de Bijlmermeer van de boeren genoemd. Ik ken niet zoveel van de Bijlmermeer, alleen van hoe de Nederlandse vertaler August Willemsen, die er woonde, over schreef in zijn boeken. De vergelijking met de hoogbouw of architectuur van de Amsterdamse wijk gaat volgens mij in elk geval niet op. Hoewel een gebouw van drie tot zeven verdiepingen hoog al indrukwekkend is in een dorp dat vooral bestaat uit boerderijen, villa’s en bungalows.

Ik denk dat onze mededorpsbewoners vooral de vergelijking maken met de verloedering, veelkleurigheid en vierde-wereld-karakter van de inwoners, de lange reeks van nagelaten herstellingen en het gevoel van onveiligheid ’s avonds laat op ons domein. Dat klopt wel voor een stuk. Al zegt het ook iets over de houding van de omgeving tegenover minder gegoede en ongeschoolde medemensen.

Alles is hier dichtbij, pocht de redacteur van het dorpsmagazine, maar tegelijk zijn de verbindingen naar andere streken eerder beperkt. Vroeger was er maar één buslijn, nu zijn er al drie. Om het uur kan je naar Nederland, om het uur kan je zuidwaarts, richting Frankrijk, en om het half uur kan je richting de kust. Wie een beetje geld heeft, koopt snel een auto. De anderen komen soms hun hele leven niet buiten dit dorp.

Hoewel bijna niemand in ons gebouw een auto heeft, valt het op dat heel wat mensen wel een garagebox huren. Onder ons gebouw, en de aanpalende gebouwen, staan dan ook een zestigtal garageboxen die relatief goedkoop verhuurd worden. Sommige mensen zetten er hun auto of fiets in (of knutselen eraan), maar de meesten richten het in als een extra kamer of berging waarin ze een groot deel van de dag verblijven. Er is licht, er is stroom en er zijn om de tien garages kraantjes voorzien waar je (regen)water kan halen.

In de huurovereenkomst staat weliswaar uitdrukkelijk dat deze garages geen werkplaatsen of verblijven mogen zijn, maar daar lijkt niemand zich hier iets van aan te trekken. Sommige garage-interieurs die ik zag, vond ik behoorlijk smaakvol ingericht, met staande lamp, fauteuil, boekenkast, sofa, koelbox, televisie, kacheltje, radio, wandtapijt, … alles om een aangename namiddag in door te brengen … als je tenminste vergeet dat je in een ondergrondse garage zit. Mensen vinden vaak dat ik geen neus heb voor gezelligheid, maar ik heb wel een neus voor verse lucht, goed licht en ik waardeer stilte. De ondergrondse garages zijn niet ongezellig, maar je kan niet zeggen dat het er goed ruikt, dat de lucht er gezond is en het is er eerder luidruchtig, alleen al door de ventilatie.

Dat deert de meeste mensen die daar zitten, de ene al regelmatiger dan de andere, blijkbaar niet. Sommigen zitten er te breien, anderen steken een modelspoorweg in elkaar, nog anderen timmeren of boetseren, schilderen landschappen of portretten van medebewoners die willen poseren. Ik heb nog geen naakt gezien, het zijn meestal karakterkoppen die op het canvas komen. En de garageboxkunstenaar houdt ook bijzonder veel van koeiekonten, dat valt hier ook op.

Waarom dan niet in je flat boven zitten, waar de lucht iets rijker is aan zuurstof, vroeg ik me af. Ik durfde het aan om enkele mensen hierover aan te spreken. Met enige schroom weliswaar. Omdat de elektriciteit hier inbegrepen is in onze huur van de garage natuurlijk, klonk het bij zowat iedereen. En bij sommigen omdat ze dan niet in de weg liepen van hun partner. Toen ik opperde dat de verhuurder van de garages dat wel eens zou kunnen doorhebben, en de eerder lage huur zou optrekken, werd ik eens vreemd aangekeken. De huur groeit mee met de index, kreeg ik te horen, en verder gebeurt er helemaal niets. Als niemand iets zou zeggen, zou er niets gebeuren, ik moest die verhuurder ook niet overschatten.

In mijn garagebox, helemaal achterin, diep verscholen in een hoek, wordt in elk geval niet geknutseld of genoten van gratis elektriciteit, licht en water. Voorlopig staat mijn elektrische fiets er, naast bijna honderd kartonnen dozen met mijn bibliotheek (die ik nog wil verhuizen naar mijn flat), een mobiele airconditioning, restanten van meubels en gordijnen, en verder vooral veel dozen met papier, artikels, schoolmateriaal van vroeger, bladzijden vol ideeën, en dagboeken van heel lang geleden. En welgeteld één krukje met drie kromme pootjes. Ik kom er wel eens, als ik wil alleen zijn, en boeken zoek om te lezen, of eventjes verdrietig ben, maar verder niet. Voor mij is mijn garagebox vooral een bergplaats om spullen te stoppen als een soort vagevuur of tussenstation waar beslist wordt of dit definitief weg moet of toch bewaard zal blijven. En daar wil ik toch het liefst zo weinig mogelijk tijd in doorbrengen.