In bed met Clara … autisme en knuffels

Eigen foto (c) Tistje

Het eerste wat ik doe als ik opsta, is, behalve opstaan en het raam openen, is mijn hoofd naar buiten steken, en uitkijken op een kletsnat binnenplein, dat verderop toegang geeft tot een open weide, een kapelletje en, nog verder, een gigantische windmolen met twee rode ogen.

Het heeft flink gewaaid vannacht, zeg maar gestormd. Alles staat recht op mijn terras, maar op dat van de buren danst alles wat de wind kan beroeren heen en weer, en op en neer. Niet verstandig, denk ik, maar hier zijn ze dat soort windkracht misschien niet gewoon.

Geen weer om een hond door te jagen, zou je denken, maar dat is buiten de honden van dit gebouw gerekend. Strikt genomen, volgens de letter van de huurovereenkomst, mag er hier niemand een huisdier houden. ‘Alleen vogels zijn toegelaten’ staat er letterlijk. Er staat overigens niet vermeld dat die vogels in kooien moeten worden gehouden. Toch is er blijkbaar niemand op het idee gekomen een duiventil op zijn of haar terras te zetten.

Intussen is het in ons gebouw wel een echte zoo. Je hoort, ziet, en ruikt er allerhande dieren. Er wordt gefluisterd dat er in een appartement zelfs een collectie exoten huist, maar dan in een ander gebouw op dit terrein. ‘En verder zijn er natuurlijk ook varkens, koeien en apen’, probeert een buurman grappig te zijn. Ik heb mijn buren al verzekerd dat ik een dierenliefhebber ben. Als ze hun dier goed verzorgen en het voor geen overlast zorgt (mij bijten, of ’s nachts blaffen of janken), mogen ze wat mij betreft doen wat ze willen.

Zelf heb ik trouwens ook dieren in huis: een schildpad, een koe die lacht, een wasbeer en een hondje. De schildpad en het hondje heb ik in de Zoo gekocht. De koe heb ik geadopteerd van mijn liefste. En de wasbeer heeft mijn liefste eigenhandig gemaakt. Het zijn, maar dat begreep je misschien al, knuffels.

Dat heb ik natuurlijk nog niet aan mijn buren verteld. Ze vinden het al verdacht (en misschien wel benijdenswaardig) dat ik als man mijn eigen bed heb. Wat het zou geven mocht ik hen bekennen dat ik, als halve eeuweling, knuffels in mijn bed zou hebben, wil ik voorlopig liever niet uittesten.

Soms krijg ik mailtjes met de bezorgde vraag of het nog gebeurt dat autisten op latere leeftijd nog knuffels hebben, al dan niet in bed. Sommige mensen denken blijkbaar dat dit raar of ‘onnatuurlijk’ zou zijn.

Nochtans blijkt uit onderzoek dat één derde van alle volwassenen, zowel mannen als vrouwen, dit doet, hoewel het nog vaak een taboe is. Meer zelfs, ze verstoppen hun knuffel als familie of een date langskomt, en komen er pas mee uit als er volledig vertrouwen is. Er zijn redenen te over om met een knuffel te slapen, zoals veiligheidsgevoel, steuntje of knuffelkussen. Het zou een gunstig effect hebben op je zelfbeeld en je slaap bevorderen ingeval van angst of eenzaamheid. Het enige nadeel is, vanzelfsprekend haast, als het andere (positieve) intieme relaties in de weg zou staan of je zou verhinderen om, bijvoorbeeld, te reizen of initiatieven te nemen die je ontwikkeling of sociale netwerk bevorderen. Dat minpunt kan trouwens ook opgaan als je met een levende (menselijke) knuffel slaapt die je verhindert verder te ontwikkelen of initiatieven te nemen in die richting.

Een andere vraag die ik af en toe krijg is of een knuffel bij autistische mensen een ‘echt’ (levend) huisdier kan vervangen. Sommige mensen, vaak uit de omgeving van een autistische persoon met verstandelijke beperkingen, ervaren die die persoon een huisdier wil, maar denken dat die daar niet voor kan zorgen, of ermee omgaan.

Hoewel ik natuurlijk geen specialist ben op vlak van autistische mensen (met of zonder om het even welke beperkingen), zou ik toch eerst luisteren wat de vraag precies is, wat iemand juist wenst, en niet meteen tot veronderstellingen of oordelen komen. Er zijn heel wat mensen, waarvan de verstandelijke beperkingen niet aangetoond kunnen worden met een intelligentietest, die een dier in huis halen om mee te knuffelen en er absoluut niet voor kunnen zorgen of ermee omgaan.

Ook bij hen zou ik aanraden eerst een goed beeld te krijgen van wat een huisdier hebben precies betekent, welke zorg het nodig heeft, wat de leuke en minder leuke kanten ervan zijn. Het zou ook best kunnen dat de mensen die samenleven met die persoon liever geen huisdier hebben, dat moet ook duidelijk gemaakt worden. In elk geval vind ik niet dat een echt levend huisdier zomaar in huis kan worden gehaald, enerzijds maar anderzijds ook niet zomaar kan vervangen worden door een knuffel, alleen op basis van intelligentie of vermoeden van onvermogen.

Uit reacties van sommige mensen die mij mailen, blijkt dat ze wel eens gevoelens van jaloezie ervaren tegenover de knuffel of om een of andere reden willen dat hun date er afscheid van neemt. Tenzij die knuffel nooit gewassen wordt of tot op de draad versleten is (en een ereplaats verdient in het huis), zou ik dat zelf niet vragen van mijn liefste. Integendeel, ik zie de verzameling knuffels eerder als een manier om elkaar beter te leren kennen, en samen iets moois op te bouwen. Het kan niet de bedoeling zijn iemand die je graag ziet voor zo’n onmogelijke keuze te stellen. Liefde is volgens mij immers iemand accepteren zoals h/zij is, met alles erop en eraan.