Autisme en talenten

Elk jaar heb ik het geluk het inspiratieweekend van de Vlaamse Vereniging Autisme te volgen. Dit jaar was het thema ‘accent op talent’. Waar ik een jaartje geleden (toevallig of niet) een stukje over schreef. In hiernavolgende tekst heb ik getracht een samenvatting te geven van de voordrachten en workshops.

Onze talenten, voedingsbodem voor de toekomst

Onze talenten zijn de voedingsbodem voor de toekomst. Dat staat als een paal boven water. Bovendien zijn talenten zowat het enige dat iedereen heeft, ongeacht de maatschappelijke positie of begaafdheid.

Mensen bloeien op als ze iets met hun talenten kunnen doen, als zij voor anderen iets kunnen betekenen en als ze de kans krijgen te genieten van eenvoudige dingen. Zoals de zon op je gezicht, een wandeling in de natuur en een gesprek waarin luisteren en spreken elkaar zorgzaam afwisselen.

Maar wat is talent?

Talent is het vermogen om activiteiten schijnbaar moeiteloos te doen zodat we er meer energie uit halen dan we erin steken. We voelen er ons beter door, we halen er energie uit en het gebeurt schijnbaar moeiteloos.

Als je doet waar je goed in bent, dan vliegt de tijd. Meer zelfs, je ervaart minder of geen druk om iemand anders te moeten zijn en kan je authentieke zelf zijn. En zelfs meer, als we doen waar we goed in zijn, en authentiek zijn, worden we meer zelfsturend, nemen we meer verantwoordelijkheid, maken we autonomer keuzes en worden we een stuk sterker.

We zijn gezien: talent en de anderen

Talent lijkt echter onlosmakelijk verbonden met de invloed van anderen. We hebben het moeilijk zelf onze talenten te ervaren. Anderen moeten ze ons aanwijzen. Dat komt omdat talenten zodanig weinig energie vragen, zodanig moeiteloos gaan dat we er ons onbewust van blijven. En zelfs al wijzen anderen ons erop, dan nog neigen we ertoe ze te ontkennen. ‘Och, dat is niets, iedereen kan dat’, zeggen we al snel.

We moeten dus ‘gezien’ worden in onze talenten vooraleer we die talenten beginnen te waarderen en zelfs te ontwikkelen. Leerkrachten en vormingswerkers hebben dus niet als eerste opdracht leer – of werkpunten aan te wijzen (zoals doorgaans gebeurt) maar moeten net de vinger op onze talenten leggen en zeggen ‘hé, jij kan dat (erg) goed’ en ons zo motiveren in die richting verder te gaan.

Mijn eigen ervaring met mensen die ‘talenten aanwijzen’ is echter dat ze vaardigheden aanwijzen die ik net niet als ‘talent’ zou benoemen, die ik verre van positief ervaar, en eerder als beperking of last ervaar. Aan de andere kant wacht ik vaak tevergeefs op waardering voor waar ik mezelf goed in vind, wat ik goed denk te kunnen. Terwijl ik hen dan zie glimmen van de veronderstelling dat ze weer iemand gelukkig hebben gemaakt. Een beetje inlevingsvermogen kan dus nooit kwaad.

Het gebeurt natuurlijk ook dat het gewoon niet geloofwaardig overkomt als iemand een talent van mij benoemt. Meestal ontwaar ik bij hen, in de dichte mist die hen omringt, meestal een of andere schijn van strategie. Het heeft altijd wel een bijbedoeling als iemand plots over talenten begint. Welke bijbedoeling erachter steekt, weet ik helaas nooit zeker. Maar het kan niet veel goeds betekenen. Ik heb vaak het gevoel ‘gezien te zijn’. Zo van ‘jij kunt iets, bewijs het maar eens en leg de zweep erop’.

Talent en duurzaamheid

Belangrijker is het verband dat bestaat tussen talenten en duurzaamheid. Duurzaamheid of volhoudbaarheid betekent dat beslissingen op korte termijn op lange termijn energie blijven geven. Meestal wordt duurzaamheid gebruikt in bouwen en verbouwen, het aanslepen van duurzame bouwmaterialen en hernieuwbare energie enzovoort.

Wel, talent is een hernieuwbare energiebron. Het is de beste garantie om op lange termijn energie te blijven hebben. We laden er immers psychologisch en fysiek door op.

Natuurlijk is het niet realistisch dat iedereen begint te doen wat hij goed kan. Dat zou, zeker bij neurotypicals, tot massale luiheid leiden, beweren kwatongen. Maar de balans tussen de inzet van onze energie en wat eruit halen is bij alle activiteiten die met onze talenten te maken hebben uitermate positief. Talent inzetten is veel duurzamer dan ‘werken aan jezelf’.

Een probleemgerichte samenleving

Helaas hebben we niet altijd de keuze. Onze samenleving staat veelal in het teken van beperkingen opsporen en die uitschakelen. Wat we hebben laten we links liggen om te ontwikkelen van wat er tekort is. In plaats van ons te focussen op wat er al is, op oplossingen, krachten en talenten die al aanwezig zijn.

Talenten, die er al zijn, inzetten vergt natuurlijk ook grote inspanningen, vergt ook af en toe afzien maar helpt ons wel een stap vooruit. We moeten alvast geen energie meer investeren in het ons eigen maken van wat vreemd is.

Graft versus host

Werken aan beperkingen doet ons niet ontwikkelen. Zeker bij mensen met autisme blijft er immers een ‘graft-versus-host’-reactie, een afstotingsreactie in onze hersenen van wat vreemd is, wat energie vreet.

Een betere manier om met beperkingen om te gaan, in plaats van ze te compenseren of te camoufleren of proberen te overstijgen, is zoeken naar oplossingen voor de effecten van wat we niet goed kunnen. Op voorwaarde dat die effecten de ontwikkeling van onze talenten of die van anderen natuurlijk belemmeren. Als het niemand kwaad kan, kunnen we er beter mee leren leven. Of ‘don’t try to fix what isn’t broken’.

Een mooi voorbeeld is dat van de chaotische agenda. Het is beter oplossingen te vinden om met een chaotische agenda afspraken toch na te komen dan energie te steken in het ordenen van de agenda. Een ander voorbeeld is toen Tiger Woods last had met zijn golfbal uit het zand te slaan. Hij oefende niet om zijn bal uit het zand te slaan maar wel om zijn bal niet in het zand te krijgen.

Geen talent om les te volgen, wel om te leren

We moeten ons dus niet focussen op onze tekorten of gaps maar op wat we al goed kunnen. Zo zijn er mensen die geen talent hebben om les te volgen in het gewone of buitengewoon onderwijs.

Stil zitten, analyseren, luisteren, reproduceren, ook al is het aangepast, is voor hen niet weggelegd. Toch hebben zij recht op ontwikkeling van hun talenten en moeten ze zich kunnen voorbereiden op een (ondersteund) leven in de maatschappij.

Maar er gebeurt iets vreemd als talent in combinatie staat met autisme. Het wordt al snel gepsychologiseerd, zweverig benaderd, als iets buitengewoon gezien.

Op school wordt er bijvoorbeeld ‘gewerkt’ aan talenten. Op zich is er natuurlijk niets verkeerd aan openheid en waardering van talenten van leerlingen en studenten. De manier waarop, dat is soms wat anders. Mijn herinnering aan mensen die over mijn talenten begonnen, was vooral dat ik ze niet verstond. Het moest te maken hebben met ‘mezelf leren kennen’, en ‘groeien’ en allerlei metaforen en zweverigheid.

Overhellen naar het savanteske

Behalve dat het vertoog over talenten vaak ongeloofwaardig of met een dubbele agenda overkomt, helt het ook vaak over naar het savanteske.

Op zich is er niets mis mee over het positieve in (mensen met) autisme te belichten. Alleen geeft overbelichting zelden mooie en juiste beelden. Er is een (groot) verschil tussen waardering hebben voor wat goed gaat, inspanningen en overlevingsvaardigheden erkennen en (kwetsbare) mensen respectloos op een verhoogje plaatsen.

Om eerlijk te zijn heb ik toch liever dat mijn (veronderstelde) talenten toegeschreven worden aan mijn (veronderstelde) persoonlijke genialiteit dan als neveneffect van mijn autisme worden gezien. Zo voel ik mij steeds meer aangesproken als of vergeleken met een savant. Of, als dat niet blijkt te kunnen, beschouwd als een luiwammes of leegloper. Er is sprake van een toenemende polarisatie.

Een hele evolutie in de beeldvorming

In het denken over en de beeldvorming van (mensen met) autisme is er natuurlijk een hele evolutie geweest. Al is het maar de vraag of die evolutie wel zo positief is.

Van symptomen over syndromen naar een vorm van spectrumdenken. Hoewel dat laatste stilaan in vraag wordt gesteld.

Van de idee dat mensen met autisme vooral ernstige en psychische beperkingen hadden naar de vaststelling dat er ook mensen met autisme zijn in de samenleving kunnen functioneren. Hoewel autisme steeds vaker als een psychiatrische stoornis wordt benoemd en mensen met autisme die in de samenleving functioneren ‘niet autistisch’ worden gezien (ook niet door sommige ervaringsdeskundigen).

Van de overtuiging dat een ‘echte autist’ iemand is die in zichzelf gekeerd is en niet kan communiceren tot het uitnodigen van mensen met autisme om te spreken op congressen en studiedagen. Al doen die mensen met autisme op studiedagen vaak alle moeite om te zijn zoals deskundigen.

Een half leeg glas

Soms heb ik het moeilijk met de toon waarop er over talenten en (mensen met) autisme wordt gesproken.

Voor mij is het glas, als het om autisme gaat (en de acceptatie in onze samenleving), halfleeg. Het blijft een handicap. Volwaardig burgerschap in alle facetten blijft een erg moeilijke discussie. En zelfs de vraag wie er problemen heeft, wordt vaak beantwoord met ‘het zijn de nt’ers die een handicap hebben’.

Daarmee wordt volgens mij voorbijgegaan aan een belangrijk talent van bepaalde mensen met autisme, het tonen van zichzelf (en last duidelijk maken) en er ook iets aan willen doen. Dat kan niet gezegd worden van wie voortdurend zegt: ‘het zijn de anderen/de samenleving die een probleem heeft/ziek is’.

Het gedicht ‘Appels met peren’ van ervaringsdeskundige Baukje van Kesteren geeft beter aan hoe ik er over denk. Om haar te parafraseren: ‘Denk niet dat jij het zwaarder hebt dan ik. Je kunt mijn leed niet met het jouwe vergelijken. Een vergelijking heeft maar weinig zin en doet altijd wel weer iemand pijn.’

Het begrip van autisme in de samenleving zou positief geëvolueerd zijn. Van een geestesziekte via ontwikkelingsstoornis naar autisme als cultuur, een anders-zijn in denken en zijn.

In zijn boek ‘A History of Autism’ schrijft Adam Feinstein dat wanneer Kanner en Asperger antropologen waren geweest autisme er heel anders had uitgezien. Wellicht zouden mensen met autisme dan gewoon ‘rariteiten’ worden genoemd en nog meer op de rand van de armoede balanceren dan nu het geval is.

Alternatieve triades

Ook in het traceren van autisme zijn er bepaalde evoluties. Een diagnose autisme wordt tegenwoordig gesteld op basis van gedrag en beperkende leefomstandigheden.

Maar er zijn ook deskundigen die opperen om te kijken naar de positieve kenmerken, naar motivatie, interesse of (lokale versus globale) coherentie.

Een concreet voorbeeld, voorlopig niet meer dan een denkoefening, zijn de ontdekkingscriteria voor autisme die Gray en Attwood hebben ontwikkeld. Wie ze leest, merkt al snel dat het vooral een terminologische discussie is, en het basis denken niet zoveel verschilt van de klassieke triade. De erkenning van talenten komt er ook niet meteen in voor.

Sommige mensen, meestal ervaringsdeskundigen of ouders, gaan een stapje verder en stellen de normaliteit of standaarden in vraag. Dat is natuurlijk nodig, maar tenzij op heel lange termijn en op koude winteravonden helpt het ons niet direct veel verder.

Veel positiefs

Voor mensen die het moeilijk hebben met hun autisme (of dat van hun kind) is het uiteraard een steun in de rug om te weten dat er veel positieve kanten zijn aan autisme. Wie de opsomming leest, merkt dat voor de meest mensen geldt, en behalve veralgemeent ook misverstanden zaait.

Mensen met autisme zijn loyaal, open, eerlijk, beschermen de zwakkeren, zijn niet geïnteresseerd in sociale politiek, zijn georiënteerd naar details, hebben piekvaardigheden, weten doorgaans veel over feiten en cijfers, zijn denkers en volhardend, hebben elk hun enthousiasme, zijn ethisch en principieel, zijn dubbelzinnig, fijn afgesteld en onderzoekend.

Na zo’n opsomming is er altijd wel iemand die recht veert en zegt: ja maar, als dat autisme is, dan heb ik het ook, en dan heeft iedereen het.

Enthousiasmen

Veel mensen met autisme hebben talenten. Het wordt niet altijd zo genoemd. Het zijn enthousiasmen, motivaties, interesses, fixaties, fieps, obsessies, preoccupaties … Tenzij het over iemand met een OCD-etiket gaat, dan is het een aandoening en heeft de persoon in kwestie recht op behandeling.

Mensen met autisme zijn creatief, dat is zeker. Dat is ook nodig in onze samenleving. Creativiteit in de zin van het reconstrueren van de werkelijkheid tot iets aangenaams, rustgevend of eenvoudig om te verstaan en om mee te leven. Creativiteit in de zin van veel doen met weinig, zichzelf een weg door de chaotische wereld bouwen, elke dag opnieuw.

Soms gebeurt dat door repetitief gedrag, door het aanhouden van routines, rituelen, gewoontes. Soms wordt dat gezien als iets dat aangepakt moet worden. Mensen worden aangezet tot doen waar ze niet goed in zijn, waar aan gewerkt moet worden. Jezelf leren kennen, je beperkingen overstijgen, compensatie opbouwen.

Maar wat je niet goed kan steeds maar opnieuw proberen, vreet energie en leidt jaren later tot een psychische crash of burn-out. Zeker als we met autistische doorzettingskracht proberen te bewijzen dat we zelfs goed kunnen zijn in wat we niet kunnen.

Als anderen dan ook nog eens repetitief gedrag afwijzen, bedoeld om tot rust te komen als er niet moet gewerkt worden aan onszelf, dan is er helemaal geen uitweg meer. Dan is er geen leven meer, geen mogelijkheid meer om onszelf te zijn, geen cocon om stoom af te blazen.

Authentiek zijn

In het andere geval, als er ruimte overblijft om enthousiasmen te ontwikkelen en te koesteren, blijft er mogelijkheid om authentiek te zijn. Om te doen waar we goed in zijn. Om talenten te ontwikkelen en ervan te genieten.

Dat kan zich op verschillende manieren uiten. In troost vinden door voorwerpen te strelen, aan te raken, houvast te vinden in moeilijke tijden.

Door het herhalen van woorden. In een interesse onszelf verliezen of net door een interesse sociaal contact of controle proberen te krijgen.

Door herhaaldelijk en repetitief vragen te stellen (‘wat is dat normaal’, ‘wie heeft er problemen’).

Door esthetisch genot na te streven (een stukje wapperend papier voor het oog te houden, details van het vuilnis te bekijken).

Door kunst te maken (luchtbellen blazen, schilderijen maken, speeksel bestuderen in het licht).

Door zich te beschermen tegen de overdadige prikkeling of een overdosis van betekenis (flapperen van papier voor de ogen, dragen van zonnebril, een barrière met de omgeving maken).

Door bewegingen te herhalen (ijsschaatsen, dansen, rope-skipping).

Enzovoort. Zolang het functioneel is voor de persoon zelf en niet compulsief, geen lijden veroorzaakt. Als het geen kwaad kan, moet elke interesse of herhaling kunnen. Bovendien kunnen enthousiasmen, obsessies, repetitieve handelingen leiden tot werk of een vreugdevolle tijdsbesteding die ook ruimte laat voor andere ontwikkelingen.

Het verlies van interesse voor een bepaald enthousiasme, bepaald repetitief gedrag, kan bij sommige mensen een symptoom zijn van depressie of iets dat fout loopt. Bij anderen kan een plotse toename van dit gedrag echter ook een signaal zijn dat er iets zorgwekkend gebeurt.

Kunst van buitenstaanders

Een van de menselijke enthousiasmen die het meest aansluit bij de mondaine cultuur is wellicht kunst. De relatie kunst en autisme staat meer en meer in de belangstelling. Het fascineert mensen immers hoe ‘een verarmd of zelfs verlamd verbeeldingssysteem kan leiden tot mysterieuze creaties’.

Als er over kunst en autisme wordt gesproken, overstijgt dit zelden het niveau van l’art brut (outsider-kunst), postuum gediagnosticeerde (relatief bizarre) kunstenaars of het gebied van creatieve therapieën. Het lijkt of iemand met autisme zonder psychische ziekte die kunst maakt ‘te gewoon’ is om te vermelden.

Autistic Art

Van deze drie is outsider-kunst wellicht het meest interessant. Kunstenaars binnen deze richting zouden het niet doen om de sociale status, maar louter vanuit innerlijke drijfveren.

Binnen de ‘outsider-art’ vormt de ‘autistic art’ een belangrijke substroming. Sommigen spreken zelfs al van een waaier aan vormen van autistische kunst.

De hoofdstroming is zonder twijfel die van de ‘representatieve autistische kunst’ (het louter weergeven van wat er is) met als voorbeeld Stephen Wiltshire. Verder zijn er ook autistische figuratieve en abstracte kunst, de imaginaire werelden (zoals van Gilles Trehin en George Wildener), portretkunst en beeldhouwkunst.

Savantkunst

Het is opmerkelijk dat het in voordrachten of boeken over kunst en autisme vooral gaat over mensen die hetzij savant zijn, hetzij ernstige beperkingen hebben op vlak van taal, beweging of zelfredzaamheid.

Het zijn veelal unieke representaties, een blijvend inzoomen op één aspect (het kleur rood), gedetailleerde replica’s (van dieren bijvoorbeeld), zeer delicate suggesties of een uit het niets geschapen denkbeeldige stad (te vergelijken met de denkbeeldige steden van Italiaans schrijver Italo Calvino).

Zeer zelden wordt de meerwaarde van autisme bij muzikanten, zangers, schrijvers, dichters, acteurs, dansers, fotografen en hun vrouwelijke equivalent erkend, aanvaard en positief belicht. Tenzij het gaat om postume diagnoses.

Postume diagnoses

Als het gaat om postume diagnoses, passeren de boeken van professor Michael Fitzgerald ongetwijfeld de revue.

In zijn boek ‘Genius Genes: How Asperger Talents Changed the World’ beweert Fitzgerald dat maar liefst 21 genieën uit het verleden een autistisch brein hadden. Met veel kunst – en vliegwerk, en dus vrij ongeloofwaardig, slaagt hij erin hun persoonlijkheden, talenten en levensstijl aan autisme te linken.

In ‘the Genesis of Artistic Creativity’ en ‘Autism and creativity’ doet hij dit over voor schrijvers, filosofen, muzikanten en schilders.

Of het nu het ontbijt van Herman Melville is, de afschuw aangeraakt te worden van Simone Weil, de bizarre huwelijksaanzoeken van Ludwig van Beethoven of de onmogelijkheid van Vincent van Gogh om met mensen samen te leven … het heeft allemaal wel van ver of van dicht iets te maken met autisme. Geen van Fitzgerald’s boeken zijn bij mijn weten overigens vertaald in het Nederlands.

Creatieve therapie

Een derde en laatste term die vaak voorkomt in gesprekken rond kunst en autisme is creatieve therapie. Daar ligt de nadruk meestal op het genezende, therapeutische, educatieve en medische.

Het is natuurlijk ook mogelijk creatief te zijn zonder in therapie te gaan, bijvoorbeeld binnen het deeltijds kunstonderwijs. Al hangt het daar vooral af van de openheid van de lesgever in welke mate het anders-zijn positief wordt gewaardeerd of als een last wordt gezien.

Creatieve genieën van bij ons

Op voordrachten rond kunst en autisme zouden we haast vergeten dat er heel wat creatieve genieën in onze streken wonen. Tijdens het inspiratieweekend van de Vlaamse Vereniging Autisme had ik het geluk enkele ervan te ontmoeten.

Elk van de aanwezigen kon alvast op een ‘poster’ (een groot blad behangpapier) de eigen invulling van creativiteit geven. Op mijn poster stond er alvast een savantesk zelfportret met elementen als ‘taal’, ‘helpen’, ‘anderen inspireren’, ‘creativiteit’ en ‘ervaringen delen’.

Met ‘taal’ bedoelde ik woordkunst, schrijven maar ook lichaamscreativiteit (zowel in intimiteit als in beweging). Met ‘helpen’ doelde ik op oplossingen verzinnen voor anderen en een gesprek voeren (creatief luisteren).

Bij ‘ervaringen delen’ stond er ‘ervaringsdeskundigheid’, ‘vrijwilligerswerk’ en ‘meewerken aan wetenschappelijke studies’. Bij ‘anderen inspireren’ stonden dingen als (aangekleed) fotomodel zijn voor mijn fotograferende vriendin en inspiratiebron voor lezers van mijn blog.

En bij ‘creativiteit’ tenslotte stonden dingen als samenstellen van mijn eigen menu elke dag, omgaan met beperkte energie en omgaan met een beperkt inkomen. Die laatste twee talenten koester ik trouwens het meest: omgaan met beperkingen en schaarsheid.

Ingenieuze speelgoedbedenker

Zo was er een grootvader wiens autistische kleinzoon een prachtig idee had voor een bouwdoos met magneetjes en houten blokken waarmee je van alles kon doen (educatief, speels, constructief). Handige grootvader werkte het idee uit en stond er een tijd geleden mee op de speelgoedbeurs in Duitsland. Erg leuk speelgoed trouwens.

Inspirerende beeldbewerker

Er was ook collega die kwam vertellen over een inspirerende persoon met autisme in het bedrijf waar hij werkte. Een zeer technische functie, het controleren van ondertiteling van soaps die op televisie komen, maar toch met af en toe vereiste creativiteit in het vinden van oplossingen.

Aanvankelijk waren ze wat sceptisch: ‘een autist die kwam stage volgen, wat gaan we hier meemaken?’ Maar met de nodige aanpak, een introductieperiode, goede uitleg en vertrouwen geven … waren ze verrast over de snelle leercurve en een kleinere foutenmarge dan verwacht. De werknemer, die pas van school af was, bleek meer gemotiveerd op het werk dan op de schoolbanken.

Via een leercontract met regelmatige evaluatie lukt het nu al drie jaar goed. Zonder al te veel verwachtingen op vlak van sociale vaardigheden van het bedrijf, met wat aanpassingen en de nodige afwisseling en met respect bij andere werknemers weliswaar.

Magische gitarist

Dat mensen met autisme sterk zijn in muziek, hoeft niet te verwonderen. Maar het stukje klassieke gitaar dat we mochten genieten, was van ‘magisch’ niveau. Meer zelfs, er viel weinig meer te doen dan te genieten.

Intelligente gamester

Het ontbrak ook niet aan vrouwelijke genieën. Sanne is een 23-jarige Ass’er en onvoorstelbaar goed in gamen. Van kinds af aan gamet ze tot 16 uur per dag, soms ook ’s nachts. Daarmee leert ze problemen overwinnen, situaties interpreteren en wordt ze bovendien nog beloond. Wat op school veel minder het geval is. Daar ontbreekt het niet enkel vaak aan directe beloning maar ook aan lange termijn-resultaat. En bij gamen wordt er niet voortdurend gewezen op je zwakke punten.

Gamen heeft nog tal van andere voordelen. Het is rustgevend, je kan loskomen van je autisme, in de huid van anderen kruipen, leren omgaan met geld (verdienen, uitgeven en sparen), leren sneller gesprekken aanknopen en omgaan met stress. Dat geld gaf wel wat problemen omdat ze pas verdiend geld aanvankelijk wat te snel uitgaf (aan gamen).

Sanne merkt op dat ze wel heeft moeten leren pauzes nemen. Tijdsbesef is niet haar sterkste kant. Tijdens de games ervaart ze ook geen honger of dorst. Lange tijd had ze last met ouders die haar stoorden. Maar ook daar was een oplossing voor. Nu geven haar ouders signalen met het licht in de gang (knipperen) in plaats van haar te roepen en te doen schrikken.

Gamen is volgens Sanne helemaal niet asociaal, zoals sommige buitenstaanders beweren. Er is een community en gemeenschappelijke interesses vergemakkelijken communicatie en zorgen voor een goede vriendschapsband. Haar ouders staan trouwens versteld van de complexiteit van de puzzels die ze oplost.

Sannes record was vijftig uur gamen vooraleer ze mee deed aan een grote wedstrijd.

Het autisme speelt volgens haar in haar voordeel tijdens die wedstrijd. De uren vliegen immers voorbij. Drie uur is zowat vijf minuten. Haar autisme laat haar ook toe te focussen op de game en zich af te sluiten van de camera’s. Om op tijd te eten en naar het toilet te kunnen, heeft Sanne vooraf iemand aangesproken om haar eraan te herinneren af en toe een pauze te nemen. Na 66 uur heeft ze helaas moeten opgeven, haar lichaam kon niet meer. Het record is uiteindelijk gevestigd op 109 uur.

Sanne heeft naar eigen zeggen vooral geleerd haar negatieve kanten positief te maken. Ook heeft ze een eigen leven weten uit te bouwen naast haar autisme. En dat vergt een grote dosis creativiteit.

Creatrice

Sommige mensen met autisme zijn ook echte scheppers. Zoals Sabine. Zij vertelt hoe ze tot haar creaties kwam vanuit een probleem met vrije tijd.

Vrije tijd zag Sabine lange tijd als iets vervelend. Aanvankelijk werd dat omzeild door een hyperactief te leiden. Met duidelijke doelen en nuttigheid, zoals werk, huishouden, chaos en leegte.

Op een dag ontdekte ze een hobbywinkel, ging er cursussen volgen maar bezocht de winkel vooral om de orde, de fijne uitwerking, om te kijken naar wat anderen er deden.

Daarnaast was en is het hebben van een ruimte buitenshuis om op eigen ritme te kunnen werken zonder al te veel sociale contacten belangrijk voor haar. Sabine vertelt ook dat haar creatief zijn evolueerde. Aanvankelijk had ze moeite om het thuis verder uit te werken. Veel materiaal bleef liggen. Sabine vertelt dat ze ook nog steeds veel variaties op een thema uitwerkt. Wat tot verrassende resultaten leidt.

Een volgende stap die Sabine maakte, is naar Wonderweg. Daar ervaart ze een rustige, ongedwongen atmosfeer. Vooral de geur van het kaarsatelier, de herkenbare visualisatie, schriftelijke uitleg, overal zichtbare planning, schriftelijke communicatie, de labels die tonen wat er in de kasten steekt en waar alles staat, de vaste plaats van dingen en mensen… dat is wat Sabine er aangenaam vind. Mensen die in Wonderweg zijn, kiezen ook zelf hun activiteit en kunnen gebruik maken van de artotheek, deelnemen aan tentoonstellingen en mogelijks samenwerken met kunstenaars.

Sabine vertelt tenslotte ook over Autistrade, het huisjesproject van Autisme Centraal in samenwerking met Museum Dr. Guislain Gent. Elke installatie, elk huisje is een zelfportret, begrensd in tijd en ruimte, met veel symboliek en details.

Tot slot vertelt Sabine dat creëren een aantal voorwaarden heeft zoals een eigen plek hebben, een project om in gang te geraken, een groep om alleen in te kunnen werken en met een beetje ondersteuning bij sociale contacten.

Geïnspireerd door het interview van Luk Dewulf voor VRT-Radio 1, de voordracht van Hilde De Clercq, de uiteenzetting van Linda Pappijn rond de talentkoffer en het interview met Stef Renodeyn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s