Meester Frank en de Wereld Autisme Dag

Vroeger, toen alles nog zoals … nou ja, vroeger was, las Meester Frank ons, leerlingen van de vijfde klas,  elke dag het blaadje van de scheurkalender voor.

Wangmarteling

Wij luisterden. Niet omdat we braaf waren. Wel uit vrees dat er krijt, een bordenwisser, een polshorloge of een woordenboek naar onze kop zou vliegen. Vooral ook uit vrees dat we zijn beruchte ‘wangoefening’ zouden moeten ondergaan.

Meester Frank kwam dan bij je staan, bulderde in je oor ‘Weet jij wat we doen met ezels en apen?’ We hangen ze aan hun wangen op!’. Waarop hij je wang omhoog trok – wat behoorlijk pijn deed. Mijn wangen zijn vrij ongeschonden gebleven. Slechts één keer is het gebeurd. Meester Frank had de maandag een rothumeur. Hij sloeg paars uit, en liep een beetje waggelend. Waar ik toen om moest lachen. Ik heb het gevoeld.

Wereldonderricht met scheurkalender

Meester Frank gaf Wereldonderricht en liet ons elke dag kennis maken met faits-divers uit de wereld. Van elk blaadje van de kalender had hij een schat van informatie. Verzameld uit kranten, tijdschriften, oude encyclopedieën. Naar het schijnt was deze oude, ongetrouwde leraar iemand die van alles en nog wat bijhield.

Het enige wat hij niet had, was een vaste cursus. Voor de rest hief hij elk lesuur dat we hem kregen op monotone stem een monoloog aan over ditjes en datjes. Met als kern dat ene scheurblaadje.

De hoeveelste dag van het jaar het was, de zon – en maanstanden, het hoog – en laagwater. Hij voegde er soms aan toe hoeveel dagen we hadden tot onze volgende ‘schriftelijke beurt’, of tot de volgende vakantie (als die naderde). Ook wie er die dag ooit geboren, gekroond, gesneuveld, gestorven was of herdacht passeerde de revue.

Daarbij werden uiteraard de Heiligen niet vergeten. Het bleef ten slotte Katholieke onderwijs dat ik volgde. Als er een bepaalde wet of gewoonte was ingevoerd, of als er iets speciaals werd gevierd, kregen we dat ook te horen. Al dan niet met illustratief materiaal om te voelen, te ruiken of te proeven.

2 april: feest van Maria van Egypte, patroonheilige van de boetende vrouwen

Van de 2de april herinner ik me alleen nog Maria van Egypte, de patroonheilige van de vrouwen die boete doen. Meester Frank zag daarin de kans om zijn frustraties over vrouwen te ventileren. Al herinner ik me dat hij toch vooral misantroop in het algemeen was. Hij maakte geen onderscheid tussen apathen, bemoeizuchtigen, christenhonden, gastarbeiders, gehandicapten, hoeren, krengen, leeglopers, luiaards en zatlappen. 

Verder herinner me ook van die dag de sprookjesschrijver Hans Christian Anders, de schrijver Emile Zola (van Nana), Karel de Grote en Hildegard van Bingen van die dag. Onze Meester was eigenlijk een Wikipedia-avant-la-lettre. Hij heeft het Internet zelf nooit gekend, want enige jaren later benam hij zichzelf van het leven, door ’s nachts van het staketsel in zee te springen.

In die tijd was er nog geen sprake van een Autisme Wereld Dag. Evenmin van een Wereld Autisme Dag trouwens. Mensen met autisme leefden toen nog in de achterkamertjes. De Wereld Autisten waren nog zeldzamer dan nu. En ze hoefden zich nog op te trekken aan dode wetenschappers of kunstenaars. 

Soms leefden ze zoals Meester Frank. Die de hele dag (en we vermoedden ook ’s nachts) in zijn lokaal bleef, en altijd een grijze stofjas droeg. Een ‘rare’ noemden zijn collega’s hem openlijk. Of ‘het ventje’.  Een beetje als Bartleby the Scrivener van Herman Melville. 

Ik denk dat Meester Frank misnoegd zou spreken over autisten, en hij het op de veranderende tijden of de watjesmentaliteit zou steken. Zoals hij al het slechte in de wereld stak op de Beatles, en dan vooral John Lennon.

De Wereld Autisme Dag – Avond

Gisteren, op een avond rond wereld autisme dag, moest ik aan hem denken. Misschien kwam het door mensen die vonden dat autisten vroeger geen problemen hadden en geaccepteerd waren.

De avond zelf was trouwens een heel positieve ervaring. Vermoeiend, dat wel, dat was wel te voorspellen. Hoewel alles gedaan was om stress, overprikkeling, irritatie, psychologische allergenen en zo meer te vermijden.

Puik georganiseerd, goede timing, aangename locatie en aandacht voor details. De organisatie (van de Vlaamse Vereniging Autisme, de ouder – en familievereniging) heeft de impact van wat voorspeld kon worden tot een minimum herleid. Al spreek ik hier vooral voor mezelf.

Vermoeiend om een aantal redenen

Toch blijft het een vermoeiend gebeuren. Iemand stelde voor op de derde april, vandaag, een ‘Autismebekaf-dag te organiseren, en zo voelt het ook.

Wat mensen verbaast, is als ik zeg dat het meest vermoeiend niet zozeer de extra inspanningen op vlak van communicatie, sociale omgang en verbeelding zijn. Of de interne stress-barometer in het oog houden. Tegen niemand proberen aan te lopen (of te struikelen). De meeste stress zat in andere aspecten. Veel van die stress-factoren hangen samen met sociale omgang en het concept van ervaringen uitwisselen.

Grillige groepsdynamiek

Eén daarvan is de grillige groepsdynamiek. Op deze avond konden geïnteresseerden, in het begin van de avond kiezen om aan tafel aan te schuiven bij een van de mensen met autisme die een gesprek inleidden rond een drietal thema’s die ze zelf hadden gekozen.

Aan mijn tafel ging het bijvoorbeeld over relaties, onderwijs en diagnose. Andere mensen kozen, vanuit hun ervaringsrijkdom, om te spreken over werk/arbeid, het dagelijks leven, vrijetijdsbeleving/besteding, wonen … Al bleek dat vooral uit te draaien op een gesprek over van alles en nog wat. Ik had eraan toe kunnen voegen over wat ik absoluut niet wou spreken. Of kunnen zeggen dat ik op bepaalde thema’s, die teveel stress gaven, niet wou ingaan. Helaas ben ik zo assertief nog niet.

Verbale communicatie

Ook dat er bij zulke evenementen vooral verbaal, mondeling gecommuniceerd wordt, is een aanzienlijke bron van stress voor mij. In het meest ideale geval zou ik voor een directe tekstuele interactie kiezen. Omdat dit soort avonden echter afgestemd is op neurotypicals, is het mondelinge de communicatietechniek die het haalt.

Zo’n mondelinge getuigenis is wel toegankelijk, maar geeft volgens mij een onvolledig, onevenwichtig en in bepaalde opzichten verkeerd beeld. Minstens van mijn autisme.

Tekort aan verbeelding?

Ik heb ook de indruk dat het veel mensen aan verbeelding ontbreekt om op zo’n moment hoe ik mijn verhaal breng te scheiden van de ervaringen waarover ik vertel. Dat uit zich op uiteenlopende wijzen. Als ik vertel over ervaringen lijken die zelden beluisterd te worden.

Ofwel worden ze aan iedereen toegeschreven. Ofwel wordt gezegd dat iedereen anders. Soms in één adem. Niet lang daarna worden oppervlakkigheden over maatschappelijke evoluties uitgewisseld. Ironisch genoeg zou iemand van drieduizend jaar terug hetzelfde beweren. Voorspelbaar dus. Weliswaar een voorspelbaarheid die ik best vermoeiend vind. Niet elke vorm van voorspelbaarheid is dus voor elke persoon met autisme even positief.

Te concreet of te weinig theoretisch gekaderd? 

Het gebeurt ook dat ik gevraagd wordt of ik de ervaring theoretisch kan kaderen. Die vraag komt meestal voor bij beroepsmatige hulpverleners. Zij lijken niet alleen verbeelding, maar ook (kritische) (zelf)reflectie te missen.

Of misschien verwacht ik gewoon teveel van hen? Zelf verder denken, zelf hypothesen formuleren, zelf kritiek formuleren op de eigen aanpak … dat kan toch goed samengaan met napraten, het netwerk verruimen, socialiseren? Maar ik wil ook niet veralgemenen, er zijn best heel (zelf)kritische hulpverleners die autistisch kunnen denken. Alleen lijken op avonden zoals gisteren maar schaars aanwezig.

Focussen op wat positief ging

Het is dus haast onvermijdelijk dat er stress is op zo’n avond. Dat er platitudes, lastige vragen en confronterende uitlatingen komen. Soms veroorzaken ze rimpels, maar soms ook golven in mijn innerlijke vijvertje (nu ja, zeg maar bergmeer).

Toch probeer ik me te focussen op wat er ook onvermijdelijk bij hoort. Zoals de waardering over de eigen manier hoe mensen met autisme (waaronder mezelf) zich staande weten te houden. Zoals het gevoel van openheid dat ik ervaar, ook toegeven van eigen kwetsbaarheden, en weten dat toehoorders iets aan mijn inbreng hadden.

Tot slot: niet één dag maar het hele jaar door

Wat ik me nu nog afvraag: wat blijft er op maandag over van donderdag?

Wat voor mij overblijft zijn vooral de gesprekken tussendoor, tussenin, en de onverwacht positieve momenten van herkenning en erkenning.

De momenten dat mensen authentiek konden zijn, en niet teruggrepen naar woorden, ideeën, poses om in te schuilen. Op zo’n moment zijn mensen met en zonder autisme immers hetzelfde, en zijn we niet ‘wij en zij’, maar ‘ik en jij’.

Laat dat ‘wij’-gevoel en dat ‘je hoort er toch bij’ maar achterwege. Dat pakt niet. Laat ons het menselijke in elkaar (h)erkennen. Zonder het kwetsbare te herleiden tot iets ordinair, of appels met peren te vergelijken, maar ervaringen gewoon inspirerend te vinden, Niet alleen de tweede april, maar elke dag. Niet alleen in het blauw, maar in elk kleur van de regenboog. Elke dag, het hele jaar door.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.