Over de vreemde oude man die overdag in zijn auto leeft …

oude man in auto

In onze straat zit een oudere man in een auto. Achter het stuur van een bruine Mercedes uit de jaren tachtig, die steeds op dezelfde parkeerplaats blijft staan. Een voorbehouden blauwe parkeerplaats, voor mensen met een handicap. Ik kan me niet herinneren dat hij er ooit is weggereden en of de auto überhaupt nog kan rijden. Het is niemand duidelijk waarom hij daar zit, of hij ooit van plan is weg te rijden, of dat hij om iets rouwt of er een reden voor zijn gedrag is.

De man zit er elke dag. Van negen tot vijf. Of het regent of mooi weer is, of het sneeuwt of vriest, zolang ik me herinner zit hij er al. Mensen die voorbij wandelen mijden hem. Alleen de politieagent te fiets stopt af en toe, vooral om te kijken of hij nog leeft als hij een middagdutje doet.

’s Morgens leest hij er de kranten. De Morgen, De Standaard, De Tijd, de NRC, The Telegraph. ’s Middags stapt hij uit en gaat lunchen. Klokslag drie kwartier later zit hij terug in zijn wagen. Als het zomert, zit hij er met short en in hemd met korte mouwen. Om vijf uur stipt stapt hij uit, sluit de deur van de wagen, controleert zorgvuldig of alles diefstalveilig is en gaat vervolgens naar huis.

De man woont in het huis aan de overzijde. Hij woont er alleen. Op het derde verdiep. Karig bemeubeld, keurig geordend en alles is er bedekt met een flinterdunne laag doorzichtig plastic folie. Ik weet dat omdat ik er al eens binnen ben geweest.

Dat was een paar maand geleden. Ik zag hem worstelen met zware vuilniszakken, en vroeg of ik hem kon helpen. Zonder me te willen bemoeien, voegde ik er vlug aan toe. Toen kon ik even een verre glimlach ontwaren op zijn vermoeide gezicht. Wat me toen heel erg verwonderde, hij had voordien altijd een marmeren mimiek. Het was toen hij even opkeek en langzaam knikte. Zo kwam het dat wij samen behoedzaam een na een een zestal vuilniszakken buiten zetten. In volledige stilte.

In zijn ruime appartement was alles kraaknet. De man stond erop dat ik mijn schoenen afdeed voor ik binnenging.  Daarop kreeg ik een paar pantoffels en een rol plastic folie. Met het folie moest ik zoveel als mogelijk mijn kousen bedekken. Een erg nette man, dacht ik bij mezelf, er zijn er van alle soorten.

De man gebood me te zitten op een stoel. Niet eender welke. Stilzwijgend wees hij me een geel geschilderde stoel aan. Die stond recht tegenover de deuropening. Met mijn in folie omwikkelde voeten in de veel te grote pantoffels op het erg glad geboende parket schuifelde ik voorzichtig naar de gele stoel. Op de zitting daarvan stond in sierlijke zwarte letters ‘gast’ geschilderd. Duidelijker kon het niet worden.

Wat een moeite om even langs te gaan bij deze man, dacht ik. Maar goed, ik was zelf ook geen held in het ontvangen van vreemden, en deze man had blijkbaar ook een hartstochtelijk verlangen naar overzicht en dat de zaken bleven zoals ze waren.

Eenmaal gezeten op de stoel, merkte ik dat zijn appartement vooral gedomineerd werd door een lange tafel met zestien stoelen. Elk in een ander kleur en met een ander woord op de zitting. Ik twijfelde om hem te vragen wat dat betekende.

De man was intussen naar achter gegaan, naar de keuken vermoedde ik, en kwam terug met een twee glazen met sap. Op de glazen stond ‘vlierbessensap’. Nu twijfelde ik toch even. Voor hetzelfde geld was het dolle kervel. Het was alsof de man mijn gedachten raadde want hij stond even op en ging naar het toilet.

Naast de stoel stond heel toepasselijk een plant, een ficus. Net toen ik mijn glas had uitgegoten, merkte ik achter de ficus een bordje. In minuscuul handgeschreven letters, even sierlijk als deze waar ik op zat, stond er geschreven: ‘Ik lust ook geen vlierbessensap, dank u’.

Ik was nog in gedachten verzonken over wat dit allemaal moest voorstellen, toen de man alweer terug de kamer in kwam, een zwart geschilderde stoel meehad, met daarop in blauw geschilderd ‘mijn stoel’, en naast mij kwam zitten. Waarop zich een boeiend gesprek ontspon.

Het werd een gesprek tussen mannen die geen specialist zijn in gesprekken voeren. Met stiltes en zuchten van uiteenlopende diepte. Afgewisseld met ‘tja’, ‘ja ja’, ‘ja’ en ‘goh’. Ik had wel mijn vragen, maar of hij daar antwoorden op had of die wou delen, betwijfelde ik. Dus liet ik het maar voor wat het was.

Na een kwartiertje stond de man op, deed de voordeur open en stak zijn hand uit. Ik stond op, zette mijn glas op de letter a van gast, schuifelde voorzichtig naar de voordeur, deed mijn schoenen terug aan, knikte en ging naar buiten.

Zo heb ik de man leren kennen die in onze straat elke dag in zijn auto zit. We hebben een band opgebouwd, dat is zeker. Hij steekt zijn hand op als ik de mijne ophef. Als anderen dat proberen, lukt dat blijkbaar niet.

Een oude vrouw die dat opmerkte, zei onlangs dat ik ‘die oude sukkelaar moet helpen’. Ze maakte zich druk dat ik hem niet naar het dienstencentrum meebracht, ‘een kleine moeite voor jou’, voegde ze eraan toe. Toch ga ik daar niet op in. Dat insinueert bemoeizorg en dat is het laatste wat zo iemand wil.

Bovendien doet hij nog boodschappen, poetst zijn huis en belt hij af en toe met luide stem. Het enige wat hem wat vreemder maakt is dat hij een oude man is en dat hij in zijn auto zit. Elke dag. Is hij aan het wachten? Om ergens te vertrekken, om te vluchten, om iemand te halen? Als de tijd rijp is zal het wel duidelijk worden.

9 Comments »

  1. Dit is een pareltje. Bij het lezen van je inleiding, bedacht ik wat een prachtig gegeven er hier was om een non-fictie verhaal bij te verzinnen. Maar verderlezend besefte ik dat dit verhaal ‘af’ is, gewoon perfect. Niets kan deze non-fictie overtreffen. En het verhaal is gewoon naar jou toegekomen omdat je een bijzondere mind hebt (denk ik) : je laat tot je komen en je accepteert, én! je ziet het verhaal. Chapeau. Chique! Bedankt, blij dat ik dit ‘mocht’ lezen .
    (En ik ben het helemaal met je eens dat die mens niet ‘geholpen’ moet worden, WTF.)

    Liked by 1 persoon

  2. Geweldig dat je op de man bent afgegaan Sam.
    Had ik ook gedaan, gewoon omdat niemand anders het doet en ieder mens recht heeft op een beetje belangstelling en hulp.
    Als hij of zij die hulp niet wil – even goeie vrienden.
    Maar dan heb je in ieder geval je goede wil getoond en die mens weet dan dat hij niet helemaal alleen op de wereld staat 🙂

    Liked by 1 persoon

    • @Dina Dankjewel voor je reactie 🙂 Zoals je schrijft is het precies zoals ik het ook ervaar. Het is eigenlijk gewoon medemenselijkheid, maar tegenwoordig is dat een beetje uniek aan het worden hé (jammer genoeg, maar ja)

      Like

  3. Een heel mooi verhaal, dank je wel om dit met de wereld te delen ! Ik wou dat mijn zoon dit ook kon, maar helaas kan hij niet overweg met het internet en bloggen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s