Met omwentelingen naar de winter … autisme en heroriëntatie

omwentelingen

Sinds kort heb ik groen voor mijn deur. Als ik ’s morgens opsta, het raam opentrek en naar buiten kijk, is het groene gebladerte het eerste dat ik zie. Als de gordijnen open geschoven zijn en ik naar buiten kijk tenminste. Dat groen heeft wellicht een soortnaam, maar een boom kan je het moeilijk noemen. Al zie ik, vanuit mijn schrijfkamer, een stukje van de groene takken. Dat is best aangenaam, een beetje groen voor je raam.

Natuurlijk zou ik liever een park of een bos voor mijn raam hebben. Met een vijver, met dieren en planten. Met zon die overdag schijnt en regen die ’s nachts valt. Met goudgele stranden, sappige vruchten en innerlijk en uiterlijk mooie mensen. Met een berg met besneeuwde toppen of een vulkaan,, die het liefst altijd naar de andere kant spuwt. Maar … je moet blij zijn met het kleine. Of zo zei de psychiater die lijkt op Nick Cave toch onlangs op de televisie.

Dat kleine, dat is het andere groen in mijn huis. Het Lelietje-van-dalen (of mei klokje of mugette) dat ik op de eerste mei heb gekocht en dat ik doorheen de winter zal loodsen. Nu heeft het natuurlijk geen bloemen meer maar staat het in zijn (of haar) potje plant te wezen.

Dat kleine is een  persoonlijk projectje, waarvan ik er een aantal op touw heb gezet, en waarvan ik hoop dat er toch eentje goed afloopt. Kwestie van er op moeilijker momenten op terug te kunnen kijken. Die projectjes kunnen van alles inhouden, van iets eerder groots (verhuizen, mijn interieur opfrissen, ergens naartoe gaan waar ik al lang niet meer ben geweest) tot iets eerder klein (eens langs een andere weg wandelen, een nieuw woord leren, iets uit het hoofd leren).

Zo heb ik onlangs de opruimtheorie van Marie Kondo toegepast op mijn collectie boeken. Die theorie is vrij eenvoudig: je neemt iets vast, en je vraagt jezelf of het je vreugde geeft. Geeft het geen vreugde, dan gooi je het weg (mits enkele uitzonderingen, zoals juridische documenten die je een bepaalde periode moet bewaren). Voel je wel een vreugdevolle sprankel, zoals zij het zo poëtisch verwoord, dan hou je het.

Vanzelfsprekend is zo’n theorie niet voor iemand die zich bij het opruimen laat leiden door familie, sentimentaliteit, nostalgie of de idee dat je het later ooit nog eens zou kunnen gebruiken. Of bij mensen die bij elk stukje kleding, bij elk stukje techniek, bij elk boek of bij elk meubel vreugde ervaren.

Bij mij werkt zo’n theorie alleen op kantelmomenten. Tijdens een verhuis bijvoorbeeld, en wanneer er niemand is die me toefluistert wat ik volgens hem of haar absoluut moet houden. Vanuit mezelf is er weinig materieels dat mij tot vreugde kan beroeren.

Zo is uiteindelijk zo’n drie vierden van mijn bibliotheek in het afvalpark beland. Hoewel Kondo aanraadt eerst te beginnen met mijn kledij heb ik dat veiligheidshalve maar niet gedaan. Anders zou ik nu in mijn blootje op straat lopen. Verder zijn ook enkele meubels, veel elektronica, nog meer papier en karton en gsm’s afgevoerd. Vervallen medicatie heb ik dan weer netjes naar de apotheek gebracht.

In de plaats kwam er … veel ruimte bij. Zowel letterlijk als figuurlijk. Ruimte voor nieuwe ideeën, en energie voor een defragmentatie van mijn hoofd. Onder andere doordat ik nu iets rustiger woon, hoewel dat natuurlijk relatief is. Te rustig wil ik het ook niet hebben. Letterlijk kwam er wel meer ruimte bij. Die nu ingedeeld wordt met verschuifbare kamerschermen en room dividers. Handig om af en toe een hoekje te maken dat iets knusser is, of meer concentratie oplevert.

De ruimte herinrichten, dat was naast opruimen en verhuizen mijn andere projectje. Al staan tussen plannen en realiteit vaak nog budget, energie en mobiliteit in de weg. Mijn kleinere ondernemingen doen het dus nog het best. Groen voor het raam en mijn Lelietje-van-dalen. Niet dat ik groene vingers heb, verre van. Ook geen blauwe of rode, gele of zwarte … nee, ze zijn maagdelijk blank. Sommige mensen zien weinig goeds in mijn propere handen.

Nochtans ben ik vroeger vaak aangeraden om wat meer op handhygiëne te letten. ‘Leer eens goed je handen wassen’, hoorde ik dan. Nu is het net andersom, en krijg ik ‘je moet je handen vuil willen maken’ te horen.  Het is ook nooit goed voor de medemens.

Wat er ook van zij, mijn plantje doet het voorbeeldig. En dat maakt me enthousiast. Net zoals al die andere kleine projectjes die vruchten afwerpen. Die me energie geven en uiteindelijk een gezond kleurtje bezorgen.

1 Comment »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s