‘Roept het affectieve en relationele leven dan geen vragen meer op?’ …. autisme en psychoanalytische psychotherapie

Het raadsel autisme

Het is even vreemd om – na de foute gevolgtrekking dat moeders het autisme van hun kinderen veroorzaken – nu te stellen dat een op betekenisverlening en intersubjectiviteit gerichte benadering niets zou kunnen betekenen wanneer een problematiek een biologische basis zou hebben.

Waarom zou bij de aanname van een organische, biologische of neurologische stoornis, elk onderzoek of hypothese over psychogene dimensies en over mogelijke invalshoeken voor psychotherapie, volstrekt onzinnig worden? Roept het affectieve en relationele leven dan geen vragen meer op? Zou het niet net extra veel zorg behoeven aangezien het zoveel kwetsbaarder is? Herleiden wij een persoon met autisme dan niet tot die ‘stoornis’ of tot een beperking, met het risico dat er niet meer over ontwikkelingsmogelijkheden mag worden gedacht, maar enkel over beperkingen en defecten?

Terwijl dit autisme fundamenteel de ‘wijze van in de wereld staan’, beïnvloedt, met andere woorden de wijze om zichzelf en de anderen te beleven, er (moeilijk) te kunnen mee leven, een ‘zelfbeeld’ (niet?) te hebben, ervaringen (niet?) op te zoeken, te vrezen, te vermijden. Hoe hun Zelf – en lichaamsbeleving begrijpen en eventueel helpen ontwikkelen? Hoe hun primitieve angsten beter verstaan en helpen dragen?

Gaston Cluckers,  Christine Leroy en Nicole Vliegen (red.) in Het raadsel autisme. Psychoanalytische psychotherapie? (Garant, 2012)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s