‘Hoe maakt u het?’ … over werk

Het gaat, het gaat. Ik stel het redelijk, ik maak het goed. Het is al erger geweest. Toch verlies ik elk jaar wel een maand of twee aan de seizoenswisseling. Er is nog hoop, maar ik blijf vechten met hoogtes en laagtes. Al van kindsbeen af. Telkens worstel ik ermee terug mijn ritme te vinden. Al was het in mijn kindertijd niet één maar twee keer per jaar. Zowel in januari-februari als in september-oktober. Hoewel dat traag op gang komen niet noodzakelijk op alle levensvlakken even erg hoeft te zijn.  Ik kom traag op gang maar ik blijf gaan. Vandaar dat ik liever niet teveel activiteiten zie komen die mijn moeizaam opgebouwd ritme verstoren. ‘Er even volledig uit zijn’, dat zie ik niet echt als ontspanning.

Zolang ik overzicht over mijn tijd heb, maak ik het goed. Routine, afzondering, concentratie en om de zoveel tijd wezenlijk contact … maken me een tevreden mens. Daarover mag ik niet klagen. Evenmin over de blessures die ik oploop tijdens die contacten. Contact blijft voor mij toch alsof een ander een gaatje in me boort.

Toch weet ik niet goed wat te antwoorden als mensen me vragen hoe ik het maak. Wat ik maak weet ik niet goed. Wat op mijn weg komt waarschijnlijk. Waar ik geen vat op heb. Wat mij ergens naartoe leidt. Nog een geluk dat ik geen ‘self-made’-man ben, de pretentie heb mezelf te hebben gemaakt. Niet alleen biologisch onmogelijk, maar ook psychologisch behoorlijk bizar. Nee, ik ben volledig ‘gemaakt’. Niet door trucjes of show, maar door invloeden die ik opdoe door mijn ogen en oren op te houden, en op tijd mijn mond te sluiten. Meer niet. En door vooruit te blijven gaan natuurlijk. Altijd maar vooruit. Nu en dan met de nodige botsingen, het onvermijdelijke stuiteren, en nu en dan wat betweterij.

Nog moeilijker wordt het wanneer iemand mij vraagt wat mij goed maakt in wat ik doe of maak. Het roept weerstand op om te denken dat er iets goed is, laat staan dat iets goed is gemaakt. Het lijkt veel te pretentieus te denken goed te zijn. In iets. Voor iemand. Uit mezelf. Erover denken alleen al is per slot van rekening hybris, hoogmoed, overmoed. En dat roept straffen op. Ja, dat is doodzonde. En daar wil je je niet mee inlaten. Of je roept oudtestamentische toestanden op. Over jezelf, en over wie je lief hebt.

Over wat mij niet goed maakt, daar kan ik eindeloos over blijven doordrammen. Het is verleidelijk te zeggen dat het de anderen zijn die mij hebben weerhouden een succesnummer te worden. In momenten van zwakte bekritiseer ik wel eens de samenleving of haar structuren, een van de vele stromingen of mijn opvoeding. Meestal blijf ik echter bij mijn werk – en leerpunten die mij niet goed maken. Net zoals veel andere mensen, kost het niet veel moeite om er honderden op te sommen. Intussen weet ik ze ook te omschrijven volgens de SMART-criteria (specifiek, meetbaar, …) en aan te vullen met evenveel actiepunten.

Ook op de vraag wat of wie ik al eens kapot maak, kost het niet veel moeite om te antwoorden. Een hele waslijst van dingen, soms ideeën (af en toe liefde), af en toe planten, onbewust nu en dan een dier, en mogelijks ook mensen. Intussen kan ik me zonder overdrijven een schervenspecialist noemen. Mijn verzameling scherven zou een museum gevuld kunnen hebben. Vazen, glazen, dromen en daden … antiek en modern, neo en pseudo, kitsch en kunst.  Wat mezelf kapot maakt, dat is veel moeilijker te beantwoorden. Dat is, denk ik, mijn grootste beperking. Het inzicht naar binnen, dat is beperkt. Mogelijks maar goed zo.

Waar ik het doe of maak, is sinds enige tijd gelukkig een zekerheid. Het heeft een tijd geduurd vooraleer ik het vond, maar het is gelukt: ik heb mijn eigen bureau. Een ruimte met een deur en een raam. Met elektriciteit en internet. Met een goede, stevige stoel en plaats voor een laptop en een lamp met zacht, indirect licht. Met een slot op de deur en niets aan de muur. En met een kamerbrede boekenkast, van vloer tot plafond gevuld met boeken. Om tot rust te komen, om naar te kijken en te lezen, om inspiratie te vinden.

Voor wie ik het maak, weet ik niet echt. Het liefst maak ik iets waar niemand op wacht. De verleiding is dan ook groot om het voor mezelf te houden. Soms is het zelfs zonde te te verwoorden. Of het lukt me niet. Door een tekort aan woorden, of door te weinig energie om tot een vertaling te komen. Zo blijft het dan liggen. Tot het me irriteert dat het er ligt, en ik het deel. Als er dan toevallig iemand iets aan heeft, dan ontroert het me. In het andere geval is het een tussenfase, een mijlpaaltje onderweg, of gewoon een proeve, een probeersel. Het hoeft wat mij betreft niet noodzakelijk getoond te zijn om iets voor te stellen. Zoals een reactie op wat getoond wordt, niet noodzakelijk iets zegt over de waarde of gelezen worden. Op het internet, en op Twitter in het bijzonder, geldt zelfs het tegendeel.

Waarom ik het maak is evenmin duidelijk. Mogelijks omdat het op mijn pad komt. Om mijn verstand te zuiveren van woorden. Mogelijks ook om er andere mensen mee te bereiken, om hen te ontmoeten, bewust of onbewust. Om op zoveel mogelijk manieren, niet uitsluitend in levenden lijve, contact te krijgen met de wereld. Om te laten zien dat ik besta, terwijl dat maatschappelijk of administratief bijna nergens uit blijkt.

Wat daarentegen wel duidelijk is, of minstens voor mij, is wanneer ik het maak. Altijd, binnen een vaste structuur. Met zicht op groen en op de kat, probeer ik grip te krijgen op wat zich aandient. Om het in beelden om te zetten. Of in iets anders. Soms voor publicatie vatbaar, soms als sample voor later, en soms voor de prullenbak. Zoals nu. Altijd nu.

5 Comments »

  1. Eigenlijk is dat taalkundig een vreemde vraag, als ik er zo bij stilsta. ‘Hoe maakt u het?’ (Wat is ‘het’?) Deze vraag is in mijn begripsniveau analoog aan ‘hoe gaat het met u?’ Maar ook daar, alsof ‘het’ met ‘u’ (ergens naartoe) gaat (met de wagen?). Misschien moeten we eens brainstormen over de vraag die de essentie weergeeft van wat we willen horen. Want trouwens, willen we wel horen wat het antwoord is op de vraag ‘hoe gaat het met u?’ Zucht. Vermoeiend. Maar ik heb jouw bericht graag gelezen Sam.

    Liked by 1 persoon

    • Ik ben het helemaal met je eens dat het taalkundig vreemd overkomt. Mijn blog is geinspireerd door de rubriek met dezelfde vraag van het programma Culture Club van Canvas, die volgens mij alleen online staat. In de rubriek wordt gevraagd naar het creatieve werkproces van kunstenaars. Ik vond ‘t leuk om dat eens op mijn blog te proberen. Dank je voor je reactie en dat je het graag hebt gelezen

      Like

  2. Is het niet minstens net zo hoogmoedig om te zeggen…ik kan niets, ik ben niets. Want ik vind dat je heel goed bent in schrijven. Het is een gave waar je gebruik van mag maken. De woorden in je hoofd vinden een weg naar buiten en ik zie jouw woorden als zaadjes die gestrooid worden. Welke vruchten er uiteindelijk uitkomen is niet altijd duidelijk voor je maar ( na jaren lang je blog gelezen te hebben) kan ik wel zeggen dat ik ben gaan bloggen door jou. Bedankt Tistje, voor de moed die je hebt om toch weer iedere keer je woorden te delen.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s