Ik ben geen sociaal geheelonthouder … autisme en sociale afstand

Foto van Danielle MacInnes op Unsplash

 

Handen schudden met een vreemde, volle rekken in de winkels, een volle schouwburg, vrijdagavond met vrienden op stap, zonder zweem van angst of  verstijving elkaar knuffelen, de smaak van verbondenheid, even langs gaan bij een vriendin om te kijken hoe ze het stelt, de gebruikelijke haast om op tijd op het werk of op school te zijn, een praatje slaan met een vriend bij een koffie op een terras, het gebrul van een vol stadion, even diep ademhalen, een doodgewone doordeweekse donderdag, het leven zelf … evenmin als nu heb ik het ooit vanzelfsprekend gevonden. Het zou kunnen dat sommige mensen, hoewel lang niet iedereen, dit nu ook zo ervaren.  Het zou kunnen dat sommige mensen dit ook meenemen en, in post-corona tijden terug in hun wereld van veronderstelde nabijheid, zich herinneren hoe het is voor mensen die al die ‘sociale’ dingen niet vanzelfsprekend vinden.

Het is verrassend hoe de oproep tot sociale afstand zoveel doet ontstaan wat altijd al heeft bestaan in mijn leven, in mijn hoofd, in mijn wereld. Sommige mensen zien het als een ‘sociale onthouding’, een soort ‘Tournée Minéerale’ (een maand zonder alcohol) maar dan voor sociaal verslaafden. Sociale onthouding blijkt als techniek al een jaar of tien te bestaan en de doelmatigheid is lang niet altijd even groot. De voornaamste nadelen ervan zijn eenzaamheid en depressie, economische malaise, onder druk staan van burgerrechten en tal van andere basisprincipes van onze moderne samenleving.

Ik vind het ook jammer dat sommige mensen met autisme deze ‘sociale afstand’ als eigen aan autistisch denken zien of het veralgemenen tot alle mensen met autisme.  Dat geeft de verkeerde indruk dat mensen met autisme niet graag sociaal zouden zijn en zich bij voorkeur willen isoleren. Voor mij is deze periode niet helemaal een sociale onthouding, maar toch wel een tijd waarin ik het moeilijk heb, ook omdat een aantal sociale activiteiten met mensen die ik graag heb wegvallen.  Er zijn ongetwijfeld nog wel andere mensen met autisme die deze ‘lock-up’, gedreven door angst en hysterie, ontwrichtend ervaren. Omdat ze alle emoties die ermee gepaard gaan niet of moeilijk kunnen plaatsen. Of omdat ze, net als ik, toch liever ‘maatschappelijk actief’ zijn en die werken en contacten met anderen als noodzakelijk voor hun geluk en welzijn ervaren.

Om verspreiding van het Covid-19-virus te beperken is in de eerste plaats fysieke afstand, lichaamshygiëne en zelfzorg nodig. Het is maar omdat veel mensen dat niet ernstig nemen dat een samenleving als laatste redmiddel gedwongen overgaat tot een ‘lockdown’, letterlijk vertaald als een ‘vergrendeling’.

Voor mij is zo’n ‘lockdown’ in de eerste plaats een juridische term waarbij een werkgever zijn arbeidskrachten om niet-economische redenen naar huis stuurt. Het beroemdste voorbeeld van zo’n ‘lock-down’ is voor mij de sluiting van de chocoladefabriek van Willy Wonka in ‘De Chocoladefabriek’ van Roald Dahl. “He told all the workers that he was sorry, but they would have to go home. Then, he shut the main gates and fastened them with a chain. And suddenly, Wonka’s giant chocolate factory became silent and deserted. Not a soul went in or out, and even Mr Willy Wonka himself disappeared completely.”

Het is bovendien best verwarrend plots over te schakelen van voortdurend sociaal en maatschappelijk geactiveerd te worden (‘doe iets buiten’, ‘kom uit je schulp’) naar erop gewezen te worden thuis te blijven.  Des te meer omdat geen enkel digitaal hulpmiddel, geen enkel systeem blijkt opgewassen voor die plotse omschakeling om te werken, te winkelen en vrije tijd vanop fysieke afstand (online).

Op sociale media verschijnen weliswaar oproepen om boeken te lezen maar de meeste mensen kennen alleen nog ‘de boekjes’, de roddel – en andere bladen. We zouden weer mogen gamen, terwijl enkele weken terug deskundigen nog vermanend zeiden dat games nefast zijn voor de ontwikkeling van het geniale, het creatieve en het empathische. Kijk naar films, laat een pedagoog de bevolking weten in een TED talk, maar een collega riep een tijd terug dat we teveel de wereld vanuit films bekijken. Speel met je kinderen, schrijft een columniste in een mannenblad, maar tegelijk moet diezelfde man (maar ook vrouw) online beschikbaar blijven vooraleer Microsoft Teams crasht.

Teken, denk, schrijf, kook, slaap, speel muziek, dans in je woonkamer, zing, luister naar de radio, bel je vergeten vrienden op, maar blijf vooral thuis, daar lijken de strenge, vaak betuttelende oproepen op neer te komen. Het gaat immers om doden, wordt erbij gevoegd als je een kritische stem laat horen op die hysterische toon. Vreemd dat op andere sterftecijfers (verkeer, griepdoden, allerlei ‘alledaagse’ verslavingen, overconsumptie, vet- en vleesrijk koken, …) niet zo’n reactie komt. Ook vreemd dat dit een vrijbrief blijkt tot wegvallen van allerlei openbare dienstverlening en zelfs elementaire burgerrechten. Ik lees ook zelden de bedenking dat ziek gaan werken (ook als verzorgende) of ziek op bezoek gaan naar hulpbehoevende en kwetsbare mensen of de halve wereld afreizen om de zon te zien wel eens dichter bij de verspreiding van een virus zou kunnen liggen.

Laat het voortaan dus maatschappelijk minder stoer zijn om ziek op je werk te zijn, om je kinderen ziek naar school te moeten sturen, om tegen doktersadvies het werk terug op te pikken onder het voorwendsel ‘dat ze me nodig hebben’. Laat dit ook een aanzet zijn om creatiever te zijn op vlak van werken, wonen, leren en ondersteunen. Soms is lichamelijke aanwezigheid noodzakelijk of gewenst, maar vaak ook niet. Laat ik dat op mezelf betrekken en stellen dat ik best mijn lezingen ook virtueel (via videoconferencing, via skype, …) zou kunnen doen. Zelf vraag ik daar al lange tijd om, maar steeds is dat afgewezen. Laat het mensen dus inspireren om dit toch eens te herzien. Want, om met een slogan van een bekende brillenverkoper af te sluiten: ja, het kan anders.

2 Comments »

  1. “Het zou kunnen dat sommige mensen dit ook meenemen en, in post-corona tijden terug in hun wereld van veronderstelde nabijheid, zich herinneren hoe het is voor mensen die al die ‘sociale’ dingen niet vanzelfsprekend vinden.”

    Treffende post weer.

    Een écht goed bedoelende vriend zei:”Joh, nu snap ik geloof ik pas hoe het voelt om niet de vrijheid te hebben om gewoon te kunnen doen wat je wilt.” (Au, dank je)

    Het beperken van de bewegingsvrijheid, ad hoc kunnen besluiten iets te gaan ondernemen of juist niet; het gemaakte boodschappenlijstje dat in de winkel onbruikbaar blijkt wegens lege schappen…. Het hakt er behoorlijk in bij de neurotypische medemens.
    Volslagen uit hun doen, of om daar niet aan toe te hoeven geven, zichzelf maar onaantastbaar verklaren.

    Ik val niet meer op: het noodzakelijke isoleren om mezelf op deze planeet staande te houden, is norm aan het worden.
    Mooie tijd ook om de flexibiliteit van de zorgsector eens rustig te kunnen overzien.
    En schrikken van ’t gebrekkig empathisch vermogen in die hoek; even contact met de cliënt, die daar juist nu ook extra nood aan heeft, is niet vanzelfsprekend.
    Pijnlijk leerzame tijden.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.