Alleen in de comfortzone vonkt het echt … autisme en creativiteit

Foto van Eric Prouzet op Unsplash

 

Je kent ze vast, die plaatjes met twee cirkels, waarvan de kleinste benoemd is als ‘comfortzone’ en de grotere als ‘het leven van je dromen’ of ‘where the magic happens’. Ze illustreren een idee dat we onder druk moeten staan, ons ontvreemd voelen, uit ons gewone doen moeten stappen, om het beste van onszelf te geven.

Gelukkig wordt die schadelijke mythe steeds vaker doorprikt. De recente getuigenissen van mishandeling en vernedering, bij zowel jonge sporters in balsporten, wielrennen en atletiek als bij bepaalde besloten studentengroeperingen, zijn slechts twee illustraties van wat er gebeurt dat buiten de comfortzone vaak machtsmisbruik heerst.

Ook in allerlei artikelen in tijdschriften wordt geopperd dat buiten de comfortzone vooral angst, stress en trauma liggen. Vooral sporters, sportverslaggeving en de heroïek die hangt rond het ‘overstijgen van je handicap’ in bepaalde kringen wordt daarbij geviseerd als weinig respectvol voor grenzen en eigenheid van het individu. Al zijn er ook binnen de autismegemeenschap bepaalde mensen die voor hetzelfde bekritiseerd worden.

Schadelijke managementtheorieën verkeerd toegepast buiten de context waarvoor ze bedoeld zijn

De houding en veronderstelling dat je uit je comfortzone zone moet stappen om te kunnen groeien, dat je alleen vooruit gaat als je je oncomfortabel voelt, is helaas ingebakken in heel wat gebieden in de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan vormen van gedragstherapie of het subtielere nudging. Voor sommige mensen kan het misschien en tijdelijk van betekenis zijn, maar veel meer mensen dan we denken zijn erdoor beschadigd, getraumatiseerd geraakt.

De idee dat mensen niet in staat zijn om te groeien wanneer ze zich goed voelen, schrijft Jan Rosier, hoogleraar management, in een mooi (weliswaar betalend) opinie-artikel dat verscheen in De Standaard, toe aan een managementtheorie die buiten de bedoelde context is toegepast. Dat is niet verrassend. Het lijkt een gewoonte geworden om dit soort theorieën toe te passen op gebieden waarvoor ze helemaal niet bedoeld zijn. Dat is niet enkel in de sport, in het onderwijs of bij bepaalde ‘talentcoaches’ zo.

Ook in de sociale sector, en bij uitbreiding autismeprofessionals, worden al dan niet (te snel) vertaalde managementboeken graag gelezen en vaak (slordig) verwerkt in een agogische aanpak. Soms worden ze vertaald of (niet altijd juist) herdacht, maar even vaak worden ze klakkeloos overgenomen. De terminologie klinkt misschien wel mooier, maar al bij al past het vaak als een tang op een varken, en is het zelfs gevaarlijk voor patiënten of cliënten (met autisme) die niet passen binnen managementwetten. Het wordt nog dramatischer wanneer patiënten of cliënten op hun beurt die boeken of Ted-lezingen proberen toe te passen op hun omgeving.

Als mens ben ik immers niet gemaakt om meer dan toevallig succesvol te zijn, constant te veranderen, flexibel te zijn en steeds op scherp te staan. Het gebeurt wel eens dat ik uit mijn comfortzone kom, maar dat is dan louter te vergelijken met een vogel die het nest uitvliegt om voedsel en nieuwe takjes te halen. Natuurlijk is het belangrijk af en toe, op een moment dat je je goed voelt, je grenzen te verleggen, iets nieuws te proberen, maar gedwongen worden vind ik nooit goed.

Maar wat betekent het dat ik ‘te veel in mijn comfortzone’ zit?

Ik krijg wel eens te horen dat ik ‘te veel in mijn comfortzone zit’. Dat klinkt uit monden van sommige mensen alsof ik steeds in mijn zetel zit te gamen, films zit te kijken of boeken lees met een kopje thee. Het is vreemd dat zij dat zo interpreteren.

Ik neem zo’n comfortzone alvast niet zo letterlijk, het is voor mij niet alleen de letterlijke plaats maar ook de figuurlijke ruimte waar ik me goed voel. Zo voel ik mij in de leeszaal van de openbare bibliotheek evengoed in mijn comfortzone als op een leeg strand, in een herfstig bos of als ik aan het lezen ben op een bankje met zicht op een rivier of de zee. Mijn comfortzone bestaat dus uit alles waar ik me goed bij voel, en waar ik min of meer gewoon aan ben, wat me rust en inspiratie geeft.

Een comfortzone is lang niet alleen mijn zetel, maar eruit komen blijft een zwaar gevecht

Mensen die me zeggen dat ik te weinig uit mijn comfortzone kom, kijken en luisteren volgens mij niet goed naar wie ik ben, en weigeren vaak te zien wat ik intussen allemaal doe en achter de rug heb. Een therapeut die bijvoorbeeld weigert af te stappen van het ‘zeteltherapie’-gebeuren, en niet af en toe wil beeldbellen of wandelen of mailen, dat noem ik pas binnen je comfortzone vastzitten. Voor mij is elke ontmoeting, elke kleine verandering, oneffenheid in mijn leven, een stuk uit mijn comfortzone komen. Het is telkens hard vechten tegen mezelf, tegen mijn autisme, tegen getrek en geduw om toch weer in het vreemde te komen. Dat vergt af en toe training, maar training kan alleen als ik me goed voel. Het blijft dus zeer paradoxaal.

In die zin zie ik mensen zonder autisme met bepaalde vastgeroeste ideeën over gezinsvorming, wat een man of vrouw doet in het leven, hoe iemand zich kleedt, wat je wel en niet mag zeggen, veel vaker in hun comfortzone blijven. Zulke vastgeroeste ideeën verarmen hun comfortzone volgens mij vooral.

Het vergt moed en sterkte om te kunnen blijven zeggen: ik besta

Ik heb het hier over mij, maar ik ben er zeker van dat iedereen een of meerdere gevechten leveren waarvan de meeste mensen zich niet bewust zijn. Voor sommige mensen is in leven zijn en zoveel mogelijk zichzelf weten te beredderen in deze tijd alleen al een hele stap uit hun comfortzone. Zij redden elke dag een of meerdere levens (inclusief dat van hen) en zijn voor mij echte helden.

Je hoeft daar volgens mij echt geen witte of groene schort voor aan, of een of andere titel te dragen. Het vergt al veel moed en sterkte om te kunnen zeggen: ‘hier sta ik en ik besta, ik besta’. Daar wil ik graag een staande ovatie voor.

De grootste verwezenlijkingen kwamen door mensen die in hun comfortzone zeer actief waren

Het heeft natuurlijk niet alleen met managementtheorieën te maken. Die zijn ook maar een vertaling van eeuwenlang overgeleverde kromme ideeën, zoals ‘no pain, no gain’ (geen winst zonder af te zien, zonder pijn te lijden) of ‘no sweat no glory’ (geen zweet geen glorie). Terwijl de grootste verwezenlijkingen er niet zijn gekomen door mensen die zich pijnigden of gezweet hebben als een rund. Tenzij je, anders dan ik, sportprestaties als verwezenlijkingen ziet. Met alle respect voor mensen die door het lint gaan bij een of andere sportmanifestatie, maar ‘supporteren’ is een werkwoord waar mijn verstand niet bij kan. Voor een paralympiër en special olympiër durf ik nog wel eens een uitzondering maken, maar dan nog.

De verwezenlijkingen die ons echt vooruit hebben geholpen, zijn er meestal gekomen door mensen die zich afzonderden, in hun bed lagen, veel deden wat ze graag deden, of hun werk als een spelletje zagen (en niet andersom). De rode draad in het leven en de werk van de creatieve, innovatieve en geniale mensen op deze wereld, is dat ze doen wat ze graag doen, in de omgeving die ze het liefst hebben, en in overeenstemming met wie ze zijn. In een gebied dat grotendeels of volledig in hun comfortzone ligt. Ze zijn dus niet op zoek naar hun breekpunt, of het einde van hun grenzen.

Mensen presteren steeds minder naarmate zich ongemakkelijker voelen

In zijn opinieartikel in De Standaard geeft managementdeskundige Jan Rosier aan dat onderzoek zelfs aan dat mensen steeds minder presteren naarmate ze zich ongemakkelijker voelen, en hun hun comfortzone zijn. Het enige wat mensen dan doen is zichzelf in stand houden, zo weinig mogelijk energie proberen te verliezen aan uitzonderlijke dingen, en wat ze doen gaat uitsluitend samen met psychologische of lichamelijke schade. Wat dan leidt tot oververmoeidheid, en psychische kwetsuren.

Waarom blijven sommige mensen dan toch halsstarrig het tegendeel doen? Waarschijnlijk omdat ze het opgelegd worden door anderen, die hen de wortel van het winnen en succes voorhouden. Terwijl zij zelf natuurlijk wel in hun comfortzone (en luxe) blijven en goed verdienen aan anderen die opgejaagd worden. Vermoedelijk ook omdat in je comfortzone blijven in geloof en burgerlijke ideeën vaak wordt gelijkgesteld aan berusten, als passief blijven en een mogelijke aanleiding tot vervallen in vaak vervloekte luiheid. Wat dan weer slecht, zondig of verspilling zou zijn.

Tot slot: ik wens je van harte een mooie comfortzone toe

Terwijl luiheid eigenlijk niet zo slecht is, als het met mate gebeurt, en als onderdeel van een positieve dynamiek. Voel je niet schuldig als je regelmatig in je eigen comfortzone blijft, laat je inspireren om die uit te bouwen tot een plek waar je de beste versie van jezelf kan zijn, droom er over wat je zou kunnen doen, ga af en toe buiten een luchtje scheppen en laat je niet gek maken door mensen die ‘the magic’ (wat dat ook moge zijn) buiten hun comfortzone denken te vinden. Een inspirerende, goede comfortzone, dat wens ik je in elk geval van harte toe.

3 Comments »

  1. Uit je comfortzone komen…. af en toe moet ik eens uit mijn comfortzone komen. Buiten komen, ook in coronatijden, maar als dingen echt moeite kosten, als je er echt geen plezier meer aan hebt, dan moet je er mee stoppen. En dat kan ook “therapie” zijn, of “begeleiding”. Ook begeleiding wil je soms dwingen in een richting die de jouwe niet is. Want zij hebben dat in hun boekskes gelezen.
    Het enige wat ik uit ervaring kan zeggen: doen wat je graag doet, en als je het niet meer graag doet, zoek dan iets anders. Ook in werkomgeving: zolang je je amuseert op je werk, doe dat werk, maar o wee, als je je niet meer amuseert, dan moet je op zoek naar iets anders! Maar ook dan mag je je niet laten beïnvloeden door anderen. Alleen jij weet wat je past.

    Geliked door 1 persoon

  2. Uit je comfortzone komen… de intentie van wie je dit adviseert bepaalt mijns inziens het verschil.
    Wanneer iemand je bijvoorbeeld zegt dat je je moet inspannen, dat je ook eens iets tegen je zin moet kunnen doen, dat je anders nooit iets zal bereiken etc. dan wijst dat op een bedekt verwijt voor luiheid en gebrek aan initiatief.
    wanneer echter iemand je voorstelt om een activiteit met hem te delen, in de overtuiging dat je het leuk zal vinden, iets laten proeven dat je lekker zal vinden, muziek beluisteren die je mooi zal vinden: allemaal dingen waarvan hij weet dat je die anders nooit uit jezelf zou doen, dan zal je hem nadien dankbaar zijn voor de verruiming van je horizon. Meestal betreft het dan iemand die je goed kan “lezen” waardoor dan achteraf vooral het aangename gevoel van herkenning is dat je bijblijft.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.