Waarom zomerdepressie iets anders dan dipje, overprikkeling of burnout … autisme en depressie

De zomer is voor de meeste mensen hét seizoen van rust, plezier en buiten zijn. Toch merk ik — onder andere aan de zoektermen waarmee bezoekers op dit moment op mijn blog terechtkomen — dat dit beeld voor deze mensen helemaal niet klopt met hun dagelijkse werkelijkheid.

In plaats van opluchting en vreugde brengt het warme seizoen bij sommigen uitputting, hevige stress en somberheid met zich mee. Het voelt alsof de hele wereld feest viert, terwijl jij vecht om overeind te blijven in de hitte, de drukte en de overprikkeling.

Een opvallende zoekterm

Een van de meest gebruikte zoektermen op mijn blog is “zomerdepressie en autisme”. Ik begrijp die zoektocht, want ik ben zelf officieel gediagnosticeerd met een terugkerende depressie, met pieken in de zomer én in de winter. Als ik er hierover schrijf, is dat alleen als ervaringsdeskundige, niet als klinisch deskundige, dus vanuit mijn eigen (jarenlange) ervaring.

De meeste mensen kijken vreemd op als ik het over mijn (zomer)depressie heb. Van een winterdepressie — of eerder een winterdip — hebben ze wel eens gehoord, maar de zomerse tegenhanger kennen ze niet. Die variant komt inderdaad veel minder vaak voor dan het winterpatroon. Bij mij uit ze zich vooral in verhoogde angst, een gevoel van overweldiging, aanhoudende onrust en een opgejaagd gevoel.

Meer dan een verstoord ritme

Toch bestaan er volgens mij nog veel misverstanden over de combinatie van autisme en zomerdepressie. Het gaat om meer dan het gevolg van een veranderd ritme, andere gewoontes en verstoorde rituelen door de zomermaanden, met een plotse stemmingsdip.

Zoals ik eerder al schreef op deze blog, gaat het bij mij vooral om een geleidelijk verlies van aangeleerde dagelijkse vaardigheden, slechtere slaap, de neiging om me sociaal terug te trekken tijdens de zomermaanden, en de behoefte aan vaste, soms zelfs strikte routines om controle te houden over de innerlijke chaos. Door de jaren heen heb ik daar wel manieren voor gevonden om ermee om te gaan, maar van juli tot september blijft het toch behoorlijk doorbijten.

Niet alle zomerse onrust is hetzelfde

Het is verleidelijk om dit allemaal toe te schrijven aan autisme, en te beweren dat autistische mensen veel vaker een seizoensgebonden depressie ontwikkelen. Dat klopt volgens mij niet. Lang niet alle onrust of over/onderprikkeling door breuk in routines in de zomer is volgens mij hetzelfde als een zomerdepressie.

Ik vind wel dat het leed dat (autistische) mensen in de zomer kunnen ervaren, ernstig genomen mag/moet worden. Zelf voel ik elke zomer — en elke winter — een sterkere botsing tussen mezelf als persoon en een samenleving die op dat moment nog onvoorspelbaarder en luidruchtiger wordt dan de rest van het jaar. Toch geldt dat niet voor iedereen. Sommige autistische mensen die ik ken bloeien juist open door de warmte en het zomerse ritme. Anderen ervaren de hitte, de zintuiglijke prikkels, de verstoorde biologische klok en het verlies van structuur weer zeer verschillend naargelang de omgeving waarin ze zijn.

Burn-out, depressie of hitte-uitputting?

Ik vind het ook belangrijk om onderscheid te maken tussen een (autistische) burn-out, een zomerdepressie en overprikkeling of hitte-uitputting. Ik heb in gesprekken daarover soms de indruk dat die met elkaar worden verward. Een burn-out ontstaat volgens mij na een langdurige mismatch tussen wat de omgeving van je verwacht en hoeveel energie je nog hebt. Een depressie gaat gepaard met het volledig wegvallen van plezier — ook bij je intense interesses —, een gevoel van hulpeloosheid en een geleidelijke verslechtering die niet verbetert door rust (tenzij ze goed wordt behandeld). Overprikkeling of hitte-uitputting draait dan weer om de lichamelijke gevolgen van warmte, uitdroging of drukte.

Wat voor mij helpt

Zelf kom ik de zomer door door mijn basisroutines te bewaken, zintuiglijke aanpassingen te doen, rekening te houden met de manier waarop medicatie en hitte elkaar beïnvloeden, en zoveel mogelijk actief te zijn in de vroege ochtend en de late avond.

Geen eenvoudig antwoord

De relatie tussen autisme en zomerse somberheid laat zich niet vatten in één simpele verklaring. Autistische mensen hebben niet automatisch vaker een klinische zomerdepressie, maar de zomer brengt wél een combinatie van factoren met zich mee die bestaande kwetsbaarheden flink kunnen versterken. Hitte, een overvloed aan zintuiglijke prikkels, verstoorde slaap en het gebrek aan vaste structuur maken van de zomer voor sommigen een extra zware periode.

Door dit noch te bagatelliseren, noch uit te vergroten, vind ik zelf de beste balans. Het serieus nemen van wat er in de zomer met me gebeurt, was voor mij de eerste stap naar een zomer waarin “overleven” stilaan plaatsmaakt voor “opladen”.

Geef een reactie