Tussen woord en daad: hoe ik omga met mensen die ‘A’ zeggen en ‘B’ doen … autisme en communicatie

Ik ben iemand die graag duidelijkheid en voorspelbaarheid heeft. Ik zeg meestal wat ik denk, en ik probeer ook te doen wat ik zeg. Dat is voor mij geen bijzondere eigenschap, maar een vorm van eerlijk en voorspelbaar communiceren. Met autisme kan een duidelijke afspraak mij houvast geven. Als iemand iets belooft, dan ga ik er meestal vanuit dat die persoon dat ook echt van plan is.
Toch merk ik geregeld dat de sociale werkelijkheid anders werkt. Mensen zeggen soms dat ze iets zullen doen, maar doen uiteindelijk iets heel anders. Ze beloven hulp, contact, aanwezigheid of verandering, maar wanneer het moment daar is, gebeurt er weinig tot niets. Ofwel verwoorden ze het zo dat het lijkt of er iets gebeurd is zonder dat dit het geval is. Of ze draaien terug, zonder duidelijke uitleg. Dat kan mij wel eens verwarren, teleurstellen of uitputten.
Het gaat mij daarbij zeker niet om mensen die eens ziek of afwezig zijn, overbelast raken of iets onverwachts meemaken. Iedereen kan een afspraak moeten aanpassen. Waar ik moeite mee heb, is wanneer woorden vaak los blijken te staan van gedrag. Mensen kunnen ook aanwezig zijn en er toch niet bij zijn, of volstrekt onvoorbereid of ongeconcentreerd nakomen wat ze afgesproken hebben. Wanneer iemand herhaaldelijk ‘A’ zegt en vervolgens ‘B’ doet, wordt het nog moeilijker dan andere om nog te weten waar ik aan toe ben.
Ik heb daarom moeten leren dat woorden niet altijd dezelfde waarde hebben voor iedereen. Voor mij voelen woorden vaak als een afspraak. Voor andere mensen zijn woorden soms eerder een hoop die ze geven, een wens, een sociaal antwoord, een manier om een gesprek aangenaam te houden of zelfs een middel om iets gedaan te krijgen.
Waarom mensen niet altijd doen wat ze zeggen
Ik denk niet dat iedereen die een belofte niet nakomt, slechte bedoelingen heeft. Maar ik merk wel dat er verschillende redenen kunnen zijn waarom mensen iets zeggen en daarna anders handelen.
Goede bedoelingen, maar geen realistisch plan
Sommige mensen menen het oprecht wanneer ze iets beloven. Ze willen helpen, langskomen, bellen, reageren of ergens tijd voor maken. Op het moment zelf voelen ze dat waarschijnlijk ook echt zo.
Maar daarna komt het dagelijkse leven ertussen: werk, vermoeidheid, stress, andere verplichtingen of een gebrek aan overzicht. Ze hebben hun tijd, energie of mogelijkheden verkeerd ingeschat. Wat eerst haalbaar leek, blijkt later te veel gevraagd.
Dat kan vervelend zijn, maar het is niet altijd kwaadwillig. Iemand kan goede bedoelingen hebben en toch onbetrouwbaar blijken in de praktijk. Voor mij is dat een belangrijk onderscheid: ik hoef niet meteen te denken dat iemand mij bewust wil kwetsen, maar ik moet wel rekening houden met wat die persoon daadwerkelijk aankan.
Een ‘nee’ willen vermijden
Veel mensen vinden het moeilijk om rechtstreeks nee te zeggen. Ze willen niemand teleurstellen, geen spanning veroorzaken of niet ongezellig overkomen. Daarom zeggen ze soms: “Ja, natuurlijk, dat doe ik wel”, terwijl ze eigenlijk al voelen dat ze het niet willen of niet kunnen.
Op korte termijn lijkt dat misschien vriendelijk. Het gesprek blijft prettig en er is geen ongemakkelijke reactie. Maar op langere termijn ontstaat er juist meer teleurstelling. Want ik reken dan op iets wat nooit echt zeker was.
Ik heb liever dat iemand eerlijk zegt: “Ik weet niet of ik dat ga kunnen”, “Ik heb daar geen energie voor” of “Ik wil daar even over nadenken.” Dat is misschien minder aangenaam op dat moment, maar wel veel duidelijker. Een eerlijk nee is voor mij betrouwbaarder dan een mooi ja dat later verdwijnt.
Zichzelf als behulpzaam of betrouwbaar willen zien
Sommige mensen vinden het belangrijk om zichzelf te zien als een goed, zorgzaam of loyaal persoon. Door snel iets te beloven, kunnen ze zich op dat moment ook zo voelen. Ze zijn dan degene die helpt, steunt, meedenkt of aanwezig zal zijn.
Wanneer ze die belofte later niet nakomen, zoeken ze soms verklaringen of excuses. Ze hadden het druk. Ze waren het vergeten. Er kwam iets tussen. Het was niet zo bedoeld. Soms klopt dat ook, maar soms wordt het een vast patroon.
Ik merk dat woorden dan vooral dienen om een bepaald beeld van zichzelf in stand te houden. De persoon wil graag betrouwbaar lijken, maar neemt onvoldoende verantwoordelijkheid om ook betrouwbaar te handelen. Voor mij is dat moeilijk, omdat ik niet alleen luister naar hoe iemand zichzelf beschrijft. Ik kijk uiteindelijk naar wat er werkelijk gebeurt.
Bewust handelen uit eigenbelang
Er zijn ook situaties waarin iemand iets belooft omdat die persoon daar zelf voordeel uit haalt. Misschien wil iemand mijn vertrouwen winnen, wil die iets van mij gedaan krijgen, wil die vermijden dat ik een grens stel, of wil die mij geruststellen zodat ik niet verder vraag.
Dan worden woorden niet gebruikt om helder te communiceren, maar om invloed uit te oefenen. Dat voelt voor mij veel zwaarder dan een slechte planning of een vergeten afspraak. Zeker wanneer iemand herhaaldelijk belooft, niets doet en daarna verwacht dat ik toch opnieuw geloof wat er gezegd wordt.
Ik probeer daar voorzichtig mee te zijn. Niet iedereen die een afspraak niet nakomt, manipuleert bewust. Maar wanneer woorden en daden structureel ver uit elkaar liggen, moet ik mezelf beschermen. Vertrouwen geef ik dan niet langer op basis van mooie verklaringen, maar op basis van zichtbaar gedrag.
Wat ik heb geleerd over woorden
Vroeger kon ik een belofte heel letterlijk opnemen. Als iemand zei: “Ik bel je morgen”, dan verwachtte ik dat die persoon morgen zou bellen. Als iemand zei: “Ik help je daarmee”, dan ging ik ervan uit dat die hulp er ook zou komen.
Wanneer dat niet gebeurde, voelde het alsof de afspraak geschonden was en ik bedrogen was. Ik ging dan vaak zoeken naar een verklaring. Had ik iets verkeerd begrepen? Was ik te veeleisend? Had ik opnieuw moeten vragen? Was die persoon boos op mij? Zulke vragen kunnen veel energie kosten.
Nu probeer ik woorden meer als informatie te zien, niet meteen als zekerheid. Iemand die zegt dat die iets gaat doen, geeft aan dat dat op dat moment een mogelijkheid, wens of bedoeling is. Pas wanneer er ook actie volgt, weet ik of ik er echt op kan rekenen. Ik veronderstel niet meer dat mensen hun beloften nakomen.
Dat betekent niet dat ik cynisch wil worden of niemand meer wil geloven. Het betekent wel dat ik mijn vertrouwen rustig opbouw. Woorden kunnen een mooi begin zijn, maar gedrag bepaalt uiteindelijk hoeveel waarde die woorden hebben.
Hoe ik mezelf bescherm voor al te veel schade
Ik hou geen rekening met beloften, maar kijk naar gedrag
Ik probeer minder gewicht te geven aan grote uitspraken. Iemand kan zeggen dat die mij belangrijk vindt, mij wil steunen, iets zal veranderen of ergens altijd voor mij zal zijn. Dat klinkt misschien mooi, en ik waardeer het voor wat het is, maar voor mij is het belangrijker wat die persoon vervolgens doet.
Komt iemand afspraken na? Reageert die persoon wanneer dat nodig is? Toont die persoon respect voor mijn grenzen? Is er aandacht wanneer het niet gemakkelijk is? Neemt iemand verantwoordelijkheid wanneer er iets misloopt?
Ik hoef niet te wachten op perfecte mensen. Iedereen maakt fouten, ik hoop het zelf, want zo leren ze en blijven ze menselijk.. Maar ik let wel op de verhouding tussen woorden en daden. Als die verhouding vaak niet klopt, pas ik mijn verwachtingen aan.
Ik herken vaak terugkerende patronen
Eén keer een afspraak vergeten of moeten afzeggen kan gebeuren. Dat maakt iemand niet onbetrouwbaar. Maar wanneer hetzelfde telkens opnieuw gebeurt, wordt het een patroon.
Bijvoorbeeld: iemand zegt herhaaldelijk dat die zal bellen, maar doet dat nooit. Iemand belooft steeds hulp, maar is telkens onbereikbaar zodra er echt iets moet gebeuren. Iemand zegt mijn grenzen te respecteren, maar overschrijdt die daarna opnieuw.
Ik probeer zulke patronen niet weg te redeneren omdat iemand af en toe iets moois zegt. Een patroon vertelt vaak meer dan een verklaring. Ik hoef daar niet per se ruzie over te maken, maar ik kan wel beslissen om minder afhankelijk te worden van die persoon.
Ik maak een plan B
Voorspelbaarheid is voor mij belangrijk. Wanneer een afspraak onverwacht verandert, kan dat mijn planning en energie sterk verstoren. Daarom probeer ik vooraf na te denken over een alternatief.
Als iemand zou langskomen om te helpen, vraag ik mezelf af wat ik doe als die persoon niet komt. Kan ik het uitstellen? Kan ik iemand anders vragen? Kan ik een deel zelf doen? Kan ik de activiteit vervangen door iets wat minder energie vraagt?
Een plan B betekent niet dat ik automatisch het slechtste verwacht. Het betekent dat ik mezelf niet volledig kwetsbaar maak voor de onbetrouwbaarheid van iemand anders. Het geeft mij meer rust, omdat ik weet dat mijn hele dag of planning niet instort als een ander afhaakt. Soms ben ik dan opgelucht dat de persoon in kwestie diens afspraak niet naleeft, omdat ik plan B meestal leuker maak dan plan A.
Ik besteed mijn energie bewust
Ik heb niet onbeperkt energie. Daarom wil ik die niet blijven steken in mensen die vooral veel beloven, maar weinig doen. Als iemand mij keer op keer teleurstelt, hoef ik niet telkens opnieuw klaar te staan, uitgebreide uitleg te geven of grote inspanningen te leveren.
Dat is geen hardheid. Het is zelfbescherming.
Ik kan vriendelijk blijven zonder mezelf voortdurend beschikbaar te maken. Ik kan luisteren zonder alle verantwoordelijkheid over te nemen. Ik kan iemand een kans geven zonder die persoon onbeperkt nieuwe kansen te blijven geven. Vertrouwen hoeft niet alles-of-niets te zijn: het mag groeien, maar het mag ook kleiner worden wanneer iemands gedrag daar aanleiding toe geeft.
Ik probeer duidelijke grenzen te stellen
Soms helpt het om een afspraak concreter te maken. Niet alleen: “Je laat nog iets weten”, maar: “Kun je mij tegen woensdag laten weten of het lukt?” Niet alleen: “Je komt eens langs”, maar: “Spreken we af op dinsdag om 14 uur, en geef je het uiterlijk maandag door als dat niet lukt?”
Duidelijkheid voorkomt niet dat iemand alsnog afzegt of zijn woord niet houdt. Maar het maakt wel duidelijker wat er precies afgesproken is. Bovendien helpt het mij om minder te blijven twijfelen over vage beloften.
Wanneer iemand zijn afspraak niet nakomt, probeer ik niet altijd een uitgebreide discussie te voeren. Ik kan ook rustig benoemen wat het effect is: “Ik had hierop gerekend, dus ik zal voortaan een alternatief regelen.” Dat is geen aanval. Het is een grens en een aanpassing aan de werkelijkheid.
Ik kan anderen niet veranderen
Vroeger probeerde ik soms mensen duidelijk te maken dat hun woorden niet overeenkwamen met hun gedrag. Ik hoopte dat ze zouden inzien wat dat met mij deed, en dat ze daarna anders zouden handelen.
Soms kan zo’n gesprek zinvol zijn. Zeker wanneer iemand openstaat voor feedback en verantwoordelijkheid wil nemen. Maar ik heb ook geleerd dat ik niet kan afdwingen dat iemand eerlijker, duidelijker of betrouwbaarder wordt.
Wat ik wel kan doen, is kijken naar de feiten. Ik kan beslissen hoeveel vertrouwen ik geef. Ik kan grenzen trekken. Ik kan minder afhankelijk worden. Ik kan mijn energie beschermen. En ik kan kiezen welke mensen werkelijk veilig en betrouwbaar aanvoelen in mijn leven.
Dat is voor mij geen kwestie van bitter worden. Het is een manier om realistischer te leren kijken. Niet iedereen communiceert zo letterlijk of consequent als ik. Maar ik mag wel verwachten dat mensen zorgvuldig omgaan met afspraken die gevolgen hebben voor mijn tijd, energie en welzijn.
Woorden krijgen waarde door daden
Er zal waarschijnlijk altijd een verschil bestaan tussen wat mensen zeggen en wat ze doen. Sommige mensen beloven te snel. Sommige mensen zijn conflictvermijdend. Sommige mensen overschatten zichzelf. En sommige mensen gebruiken woorden bewust om invloed te krijgen.
Ik probeer daarom niet alleen te luisteren naar wat iemand zegt, maar vooral te kijken naar wat iemand herhaaldelijk doet. Daden zijn voor mij uiteindelijk de duidelijkste taal.
Door beloften niet meteen als zekerheid te zien, patronen te herkennen, een plan B te maken en mijn grenzen serieus te nemen, behoud ik meer rust en regie. Ik hoef niet iedereen te wantrouwen. Maar ik hoef ook niet meer te doen alsof woorden voldoende zijn wanneer de daden telkens iets anders vertellen.