Geen aanstellerij

Toen ik in de twintig was, raakte ik bevriend met een man met autisme. Hij was op zijn zevende beginnen spreken, lachte vooral om wat niet grappig leek en trok zich niets aan van omgangsregels of beleefdheid. Hij was zeer rationeel, methodisch en kon sneller dan wie dan ook berekenen welke personen een fortuin op de beurs hadden verdiend. Hij had een fotografisch geheugen en had een mooie verzameling kunst bijeen vergaard.

Toen ik hem eens bezocht op een weekend, liet hij een cd van Philip Glass onafgebroken spelen – alsof het werk van Philip Glass uit zichzelf al niet repetitief genoeg is. Een andere keer, toen ik terloops opmerkte dat ik naar Los Angeles vertrok, gaf hij me ongevraagd tips voor de route naar elke locatie die ik zou bezoeken. Hij legde uit dat hij gefascineerd was geworden door de stad en er vier maand lang tien uur per dag had rondgereden.

We kregen ruzie toen hij weigerde toe te geven dat hij iets kwetsend had gedaan. Ik veronderstelde toen dat het gewoon aanstellerij was waarom hij de sociale regels niet volgde. Pas later begreep ik dat onze vriendschap verwaterd was door een aandoening in de hersenen die niet verholpen kon worden.

Andrew Solomon in Far from the tree: parents, children, and the search for identity (Scribner, 2012) (eigen vertaling)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s