Het modieuze autisme, of terug naar normaal …

Het modieuze autisme is een van de drie hypes die momenteel de geestelijke gezondheidszorg domineren. Of minstens, dat beweert Allen Frances, een Amerikaanse psychiater, in zijn boek ‘Terug naar normaal’.

Hoe kunnen we terug naar een normalere samenleving?

In een betoog van 316 pagina’s, dat soms wat te theatraal leest, gaat Frances op zoek naar wat ‘normaal’ is, hoe de ‘diagnostische inflatie’ er is kunnen komen, naar de (diagnostische) hypes van vroeger, nu en de toekomst, en hoe we terug naar een ‘normalere samenleving’ kunnen evolueren.

Dr. Frances is behalve arts, econoom en psychoanalist ook hoofredacteur geweest van de DSM-IV. Vanuit die positie bekritiseert hij in zijn boek ook met autistische grondigheid de DSM-5.

Een voorproefje van een normale samenleving

Wie Frances’ blog en artikelen leest, krijgt het gevoel dat zo’n samenleving er vooral één is waar iedereen zijn eigen problemen oplost en waar enkel een elite van “échte zieken” wordt verzorgd. Een samenleving waar diagnoses niet te grabbel worden gegooid maar waar een lang en duur proces van praten aan vooraf moet gaan.

Een samenleving met minder pillen en meer Platonische ideeën. Waar psychiaters en therapeuten eindelijk verlost zijn van de ‘bezorgde gezonden’ en medisch vertegenwoordigers. Zodat er eindelijk weer wat rust is. Om te analyseren, om te praten, en ‘échte patiënten’ te bestuderen. Althans, zo heb ik het toch begrepen.

Wat is normaal? Wie is normaal?

Hoewel de meeste mensen normaal zijn, en weten wat normaal is, lijkt het onbegonnen werk dit concreet te omschrijven. Velen voelen zich geroepen om over de normaliteit iets te zeggen, weinigen zijn uitverkoren om uit te komen tot iets zinnigs.

Volgens Frances is het wel zeker dat de vijver van de normaliteit steeds verder verpietert tot een plasje water. Als de normale mensen haaien zouden zijn, om Bertolt Brecht te parafraseren, zwemmen ze binnenkort alleen nog in een reusachtig aquarium in een attractiepark waar gestoorden zich aan hen vergapen.

In zijn boek stelt Frances zich dan ook tot doel ‘de normaliteit te willen redden’. In de stijl van een witte ridder, redder des mensen, gaat hij dan ook op zoek. Eerst naar wat normaal en vervolgens naar wat een psychische stoornis is. Welke tak uit de wetenschap onze ridder ook aanspreekt, geen lijkt een bevredigend antwoord te geven. Frances kan zich nog het meest vinden in de utilitaristische definitie.

“Het normale is een kwestie van perceptie en zal per periode, land en cultuur verschillen. Daaruit volgt dat de lijn tussen normaal en psychische stoornis niet moet worden getrokken op grond van een abstracte redenering, maar na een afweging van de positieve en de negatieve consequenties van verschillende mogelijkheden. Streef altijd naar het ‘grootste goed voor het grootste aantal. Neem beslissingen op basis van wat meetbaar het beste werkt.”

Wat is een psychische stoornis?

Tot de omschrijving van een psychische stoornis lijkt voor Dr. Frances veel eenvoudiger.

Enerzijds omschrijft hij het als een nuttig, feilbaar en beperkt construct om een verzameling psychiatrische problemen te bespreken, behandelen en onderzoeken. Zo’n construct is universeel, ongeacht beschaving of cultuur. Dat laatste beïnvloedt alleen de oppervlakkige uitingsvormen van een psychische stoornis. Daarom zijn diagnostische systemen als de ICD en de DSM overal ter wereld perfect bruikbaar.

Anderzijds is een psychische stoornis ook een geheel van symptomen en problemen die de homeostase – een natuurlijk streven naar een stabiel functioneren als mens (en maatschappij) – steeds weer bedreigen. Ziektes, handicaps en uiteindelijk de dood zijn een gevolg van de ontregeling van homeostase.

We verliezen onze natuurlijke veerkracht die we van onze voorouders erfden

Toch is onze natuurlijke homeostase zodanig sterk dat we, met enige tijd, snel terug ‘in vorm’ geraken. In principe hebben de meeste mensen gewone levensproblemen die ofwel direct moeten worden aangepakt ofwel gewoon koelen zonder blazen.

Mensen hebben weliswaar de kracht om tot homeostase te komen geërfd van voorouders maar door ziekmakerij en diagnostische inflatie verliezen ze die stilaan.

Opkomst van de ‘worried well’ (de ‘ongerust gezonden’)

Een term die vaak terugkeert in Frances’ boek is de ‘worried well’ of de ongerust gezonden. Zij zijn massaal ten prooi gevallen aan Big Pharma, een groep neoliberale geneesmiddelenfabrikanten.

Het zijn mensen die eigenlijk geen problemen hebben, maar overreageren, beïnvloedbaar, manipuleerbaar en dom zijn. Ze worden overbehandeld en slikken teveel medicatie, zoals benzo’s, die hen door huisartsen worden voorgeschreven. Hen wordt voorgehouden dat hun leven vervolmaakt kan worden door pillen te slikken die hun brein corrigeren.

Die ‘loosers'(laat Frances uitschijnen) geloven dat pillen niet alleen ziekten genezen maar ook helpen om op chemische wijze een beter leven te bereiken. Terwijl ze eigenlijk placebo’s slikken. Dat kan zomaar omdat het mensen zijn zonder stoornis of ziekte. Maar ze moeten gedumpt worden door artsen en psychiaters. Ze kunnen zich immers uitstekend op eigen kracht redden en hoeven geen hulp, laat staan medicatie.

Van sjamaan tot psychiater

In ‘Van Sjamaan tot psych’, het tweede deel van het eerste hoofdstuk, gaat Frances op zoek hoe onze voorouders creatieve antwoorden bedachten op wat normaal en abnormaal veroorzaakt en wat eraan te doen.

In sneltreinvaart beschrijft hij hoe de psychiatrie zich eerst losscheurde van de religie, vervolgens een obscure tak werd in de geneeskunde en eindigde in de handen van marketingjongens.

Toch benadrukt hij dat er geen financiële belangen waren gemoeid bij de opmaak van de DSM’s. Het is pas achteraf de dat farmaceutische industrie de kans heeft gegrepen haar slag te slaan en er diagnostische inflatie is ontstaan.

‘Slecht’ moet voorrang krijgen boven ‘gek’

In het derde deel van hoofdstuk 1 gaat Frances dieper in op de diagnostische inflatie.

De verlaging van de drempel naar een ‘psychische stoornis’ slaat volgens hem toe in bijna alle geledingen van de samenleving, inclusief de rechtspraak, waar ontoerekeningsvatbaarheid en diverse diagnoses te pas en te onpas wordt gebruikt.

Volgens Frances is het een maatschappelijke en geen medische beslissing of je een misdadiger gek of slecht noemt. De meeste verdachten krijgen volgens hem liever straf dan therapie, want dan wordt hun boodschap niet gemuilkorfd. Slecht zou volgens Frances voorrang moeten krijgen boven ‘gek.

Vier oorzaken voor de diagnostische inflatie

Die diagnostische inflatie heeft er volgens hem toe geleid dat normaal een schaarser goed wordt en dat schijnbare gezondheid iets buitengewoons lijkt te worden. Dit zou een viertal oorzaken hebben.

Preventie maakt ons ziek

Een eerste oorzaak ziet hij bij de preventiehype, het onderzoeken om ziekten te voorkomen, voordat een ziekte op gang komt en kwaad kan doen. Een vroegtijdige diagnose leidt meestal tot een schadelijke overkill aan aandacht en tot een fiasco.

We worden ziek omdat we zeuren over onbestaande maatschappelijke stress

Een tweede oorzaak is het geloof in de mythe dat onze zogenaamde gestreste maatschappij of onze ‘verontreinigende’ omgeving ons zieker maakt. Of dat we niet zieker zijn geworden maar beter in staat ziekten te onderkennen die vroeger over het hoofd werden gezien.

Maar we hebben niet meer stress dan onze voorouders, wel integendeel. Volgens Frances zijn wij van alle vorige generaties zonder twijfel de gelukkigste en het meest bevoorrecht. “We kunnen alleen maar zo in beslag worden genomen door ons psychisch ongemak omdat de meesten van ons niet hoeven te piekeren over hun volgende maaltijd en niet het gevaar lopen te worden opgegeten door een passerende tijger”,
stelt hij.

Ook ons milieu is prima in orde. Net zomin als inentingen of vaccinaties, gifstoffen of andere elementen mensen ‘kapot maken’ en autisme (of andere stoornissen) zouden veroorzaken.

Als mensen zich kapot maken, dan eerder door boeken over maatschappijkritiek te lezen, vaccinaties te weigeren, anti-gif-kuren te volgen of voedingsstoffen (gluten, vlees, …) te weigeren. Of door alcohol en drugs te nemen, hoewel die ook niet meteen de oorzaak zijn van de toename van diagnoses. Vroeger dronken mensen immers ook gevaarlijke drankjes en rookten ze vreemde tabak.

Nieuwe hypes met een uitkering als snoepje

Een derde oorzaak zijn de nieuwe hypes die de diagnostische inflatie bevorderen.

Deze ontstaan doordat ze benoemd worden door artsen en psychiaters, versterkt worden door de media en het internet, met reclame door geneesmiddelenfabrikanten als aanjager en als snoepje de toegang tot ondersteuning of arbeidsongeschiktheid.

Zodra iemand toegang krijgt tot iets waardevols, nemen diagnoses altijd toe, schrijft Frances. Zo krijgen kinderen een diagnose autisme omdat ze zo toegelaten worden tot een klein klasje waarin ze veel individuele aandacht krijgen. Zo krijgen volwassenen de diagnose in tijden van hoge werkloosheid. Omdat ze zo in aanmerking komen voor een uitkering in verband met arbeidsongeschiktheid. Omdat ze zo ondersteuning krijgen in de thuissituatie of van een coach.

Verkeerde cijfers over het aantal gevallen van bepaalde aandoeningen

Een vierde oorzaak ziet Frances in verkeerde cijfers over het aantal gevallen van bepaalde aandoeningen. Natuurlijk is het aantal gevallen autisme niet gestegen, schrijft hij. ‘Je moet de cijfers niet geloven’. Die cijfers worden niet zozeer opzettelijk misvormd, maar alleen omdat het onderzoek naar prevalentiecijfers geen niveau heeft. Omdat het meestal te duur is. Wat leidt tot enorm opgeblazen aantallen, die geen getrouwe weergave zijn van de werkelijke verspreiding in de gemeenschap.

Medicatie die amper nog nevenwerkingen heeft maakt het gemakkelijker

Daarnaast is het veel gemakkelijker dan vroeger medicatie te gebruiken, is die gemakkelijker verkrijgbaar, met veel minder nevenwerkingen en bovendien bestemd voor mensen die het niet eens nodig hebben.

De meeste medicatie is volgens hem gewoon placebo of verslavend snoepgoed. Voorgeschreven door huisartsen die zich willen uitgeven voor psychiater en aan symptoombestrijding doen.

Verzwakking van de samenleving door diagnostische inflatie

De kwalijke gevolgen van diagnostische inflatie zijn de verlaagde prevalentie van mensen zonder diagnose, de toenemende honger naar medicijnen, teveel polyfarmacie (meerdere medicijnen per persoon) en te weinig psychotherapie.

Toch betekent diagnostische inflatie volgens Frances vooral achteruitgang van het menselijk ras, zonder verzachtende omstandigheden. Veel mensen worden kunstmatig ziek gehouden en zo worden delen van de samenleving verzwakt in plaats resoluut veerkrachtig gehouden. De macht om een etiket te plakken noemt hij de macht om te vernietigen, als het stigmatiseren. Terwijl ‘normaal’ zijn belangrijk is voor je overleving binnen de evolutie.

Financiële kosten op korte en langere termijn van teveel diagnoses

Ten slotte kost diagnostische inflatie een pak geld.

Op korte termijn onnodige en te dure geneesmiddelen, doktersconsulteten om ze voor te schrijven, dure complicaties als gevolg van bovenmatig medicatiegebruik en meer dure bezoeken aan de spoedafdeling en ziekenhuisopname.

Op lange termijn zijn er kosten van behandeling van medische en psychische complicaties zoals secundaire obesitas, diabetes en hart – en vaatziekten.

Daarbovenop komen de kosten van de verloren arbeidsproductiviteit.

Mensen met een verkeerde diagnose – en zo zijn de meeste – melden zich vaker ziek of stoppen met werken. Uiteindelijk raken ze arbeidsongeschikt en wordt hun leven miserabel tot en met (volgens Frances). Om nog maar te zwijgen van de zorgverlening die zij nodig hebben.

Alleen een zorgvuldige diagnostiek (multidisciplinair, met uitvoerig aandacht voor de voorgeschiedenis) kan onze samenleving dus nog redden.

Hypes van toen, van nu en van later

Hypes komen en gaan in de psychiatrische diagnostiek. Ze ontstaan door de combinatie van een geloofwaardig idee en de menselijke drang tot nabootsing. Mensen veranderen in feite niet veel, etiketten wel.

Frances probeert in het tweede deel van zijn boek te begrijpen welke rol hypes in het verleden in de psychiatrische diagnostiek hebben gespeeld, welke schade ze op dit moment aanrichten en welk risico er bestaat die nieuw hypes voor ellende zorgen in de toekomst.

Hypes van toen: duivelse bezetenheid en heksenjachten over seksueel misbruik in kinderdagverblijven

Bekendheid met de hypes van vroeger moet ons helpen om sceptischer te kijken naar alles wat nu de diagnose van de dag is.

Volgens hem waren dat die hypes achtereenvolgens duivelse bezetenheid, dansmanieën, vampierhysterie, Wertherkoorts die gepaard ging met zelfmoordepidemieën, neurasthenie, hysterie/conversiestoornis, meervoudige persoonlijkheidsstoornis en heksenjachten als vermoedens van seksueel misbruik in kinderdagverblijven. Ze zijn vooral veroorzaakt door kuddegedrag, neurowetenschappers, klimatologische en sociale omstandigheden.

Zo verklaart Frances de hysterie rond seksueel misbruik in kinderdagverblijven aan de hand van een aantal factoren. De schuldgevoelens van werkende moeders, gezinnen die voor hun werk over grotere afstanden verhuisden (en minder inzicht hadden in de plaatselijke cultuur), minder grootmoeders die beschikbaar waren als oppas en opvang met te weinig expertise … het heeft er allemaal toe bijgedragen.

Ze stonden op zichzelf, waren plaatselijk en hadden een beperkte omvang. Als bij toeval verdwenen ze ofwel door omslag van klimaat of door het opduiken van ander onheil (ofwel doordat psychoanalytici het overnamen).

Hypes van nu

De hypes van nu zijn volgens hem de aandachts-tekortstoornis, bipolaire stoornis bij kinderen, autisme, bipolaire II stoornis, sociale fobie, depressie, posttraumatische stresstoornis en de seksuele stoornis.

De agressieve vermarkting door de farmaceutische industrie, roekeloze opinieleiders, goedgelovige patiënten en artsen, patiëntenverenigingen, media, internet en sociale netwerken … allen zijn ze schuldig.

Ook scholen of mensen die een uitkering nodig hebben, of een plaats willen hebben in de samenleving, hebben boter op het hoofd. Het is echter vooral door de farmaceutische industrie dat het komt, niet zozeer door de DSM-IV. Maar van die laatste is Frances niet toevallig de hoofdredacteur.

Het modieuze autisme

Een van de hypes van nu die eruit springt, is het modieuze autisme.

Dat de prevalentie van autisme van één op tweeduizend tot één op achtendertig is gestegen, heeft volgens Frances drie oorzaken.

Voor een deel is het een gevolg van de grotere oplettendheid en een groter vermogen om zaken te herkennen bij artsen, leerkrachten, ouders en patiënten zelf. Met het onder de aandacht brengen van problemen wordt het stigma kleiner en de kans op herkenning van een probleem groter.

Een deel van de toename is veroorzaakt doordat het syndroom van Asperger (terecht of onterecht) als diagnose werd geïntroduceerd.

Maar de grootste oorzaak is de behoefte aan hulp. De diagnose autisme, en zeker Asperger, is volgens Frances een gemakkelijke weg naar meer aandacht op school en intensievere hulp vanuit de geestelijke gezondheidszorg.

Enthousiaste patiënten met glamour-autisme

De toename kwam er enerzijds door (over)enthousiaste patiënten en anderzijds de toename van het aanbod van schoolprogramma’s en therapeutische methodes waarvoor de diagnose autisme vereist is.

Naarmate meer mensen de diagnose autisme kregen, groeide de achterban die nog meer dienstverlening eist.

Intussen neemt het stigma rond autisme ook aanzienlijk af. Via het internet zoeken lotgenoten steun en sluiten ‘vriendschap’. Via de pers en televisie, in films en documentaires kreeg autisme veel positieve aandacht en werd het sympathiek neergezet (Rain Man, Snowcake, …).

Veel geslaagde mensen (zonder diagnose) herkenden zich bovendien in de definitie van Asperger en sommigen gebruikten het zelfs als deel van hun publiek imago. Asperger kreeg een cultstatus en excentrieke glamour onder hightech types.

Valse Aspergers en op stang gejaagde ouders

Toch gelooft Frances niet dat het gaat om échte autisten. Misschien om zieke mensen, dat wel, maar niet met de juiste diagnose. Ongeveer de helft van de mensen bij wie het Syndroom van Asperger werd vastgesteld voldoet volgens hem niet aan de diagnostische criteria en ongeveer de helft zal de diagnose ontgroeien. De diagnose is volgens Frances niet goed uitgelegd en zo verkeerd begrepen.

Bovendien worden veel ouders volgens Frances misleid en op stang gejaagd door deskundigen die vooral erg deskundig zijn in het ontdekken van autisme zodra er ook maar even een aanwijzing is dat iemand problemen heeft op sociaal en taalkundig terrein.

De nadelen van de popularisering van autisme

De nadelen van de popularisering van autisme zijn meervoudig.

Mensen die ten onrechte de diagnose autisme krijgen, raken gestigmatiseerd, krijgen minder zelfvertrouwen en een slechter zelfbeeld. Dit wordt nog versterkt omdat mensen om hen heen lagere verwachtingen tegenover hen krijgen. Zo worden ze, met autisme of asperger, vaak als ‘achterlijk’ of met een ‘verstandelijke achterstand’ gezien. Ook al mankeert er niets aan hen.

Bovendien zijn er ook nog de kosten die de samenleving betaalt voor de verkeerde toewijzing van uiterste schaarste en kostbare middelen.

Daarmee wil Frances niet zeggen dat kinderen met een verkeerde diagnose géén steun nodig hebben. Het zou alleen beter dat beslissingen die op school worden genomen niet zo nauw samenhingen met een psychiatrische diagnose. Veel kinderen hebben op school speciale aandacht nodig maar zitten helemaal niet te wachten op een diagnose omdat er verder niets mis is met hen. Met hun omgeving (school, ouders, …) misschien wel, maar niet met hen.

De hypes van de toekomst

De hypes van de toekomst zijn volgens Frances driftbuien (Disruptive Mood Dysregulation Disorder), vergeetachtigheid (Minor Neurocognitive Disorder), vraatzucht (Binge Eating disorder), volwassen ADHD, melancholie, passies, heftige psychologische reacties op medische ziektes, gemengde angst en depressie, hebefilie en hyperseksualiteit.

Vooral medische ziekten die voor een psychische stoornis aanzien worden lijken in de lift te zitten. Sommige medische ziekten veroorzaken ernstige lichamelijke problemen maar geen overduidelijke pathologie.

Patiënten met lichamelijke problemen maar zonder duidelijk ziektebeeld, krijgen nu al vaak te horen dat het tussen hun oren zit. Ze worden weggestuurd met de boodschap dat ze een psychiater moeten opzoeken, door een of andere stoornis. Of worden achter de rug voor aansteller uitgemaakt. Door de steeds snellere geneeskunde zal dit in de toekomst nog toenemen.

Daarnaast kunnen medische ziekten ook jarenlang onverklaarbare symptomen opleveren voordat de onderliggende oorzaak naar boven komt. Het kan ook zijn dat sommige mensen heftige psychologische reacties vertonen op bepaalde ziektes, die echter zeer normaal zijn. Omdat ze zich terecht zorgen maken om hun gezondheid of omdat er bepaalde ingrepen van de arts of specialist gebeuren die hij niet naar behoren uitlegt.

Dat zou kunnen leiden tot diagnostische hyperinflatie maar ook tot het omgekeerde. Want volgens Frances zijn veel potentiële patiënten wakker geschud en accepteren ze niet meer zomaar een diagnose die voor hen niet zinvol is.

Hoe kunnen we weer terug naar normaal evolueren?

In het derde en laatste deel belicht de auteur hoe we terug naar normaal zouden moeten evolueren: door diagnostische inflatie in te tomen, door consumenten slimmer te maken en door de psychiatrie te verbeteren.

De diagnostische inflatie intomen kan volgens Frances door de marketingmachine te ontmantelen, de distributie te controleren, slechte medicijnen (zoals Xanax) te doen verdwijnen, artsen in te tomen (door controle van het voorschrijfgedrag), de DSM in te tomen, psychiatrische diagnoses niet alleen aan psychiaters overlaten (maar de overheid laten mee beslissen) en getrapte diagnostiek (eerst feiten verzamelen, dan een diagnose, niet andersom) in te voeren.

Consumenten slimmer maken kan door een betere samenwerking met therapeut of arts, de diagnose als consument zelf na te trekken (vragen stellen wanneer de diagnose niet lijkt te kloppen), eventueel een psychiatrische diagnose laten overwegen (tweede opinie), geen zelfdiagnoses stellen, op je hoede zijn voor populaire diagnoses en voor farmaceutische bedrijven, en de natuurlijke genezing een kans te geven. Omdat dit subhoofdstuk zo interessant is, kom ik er in een ander artikel nog op terug.

‘Ofwel loopt het grondig mis, ofwel raak je er wonderbaarlijk weer bovenop’

Om de psychiatrie te verbeteren haalt Frances een aantal verhalen aan over mensen die op een of andere wijze niet goed zaten met hun diagnose.

Mensen die op een of ander moment in hun leven schizofrenie, bipolaire stoornis, autisme, schizoaffectieve stoornis, depressie, foutieve medicatie, drugsverslaving hadden komen aan bod. Bij hen loopt het dramatisch fout, al worden sommigen ook weer op het laatst gered.

Maar ook de andere kant wordt getoond. Waar het in de psychiatrie wel goed loopt. In een aantal korte gevalsstudies leren we hoe mensen met een ernstige psychische stoornis op het nippertje in leven blijven, vervolgens met vallen en opstaan intensieve therapie volgen, soms met medicatie, en er uiteindelijk (haast wonderbaarlijk) bovenop komen.

Tijd nemen voor de diagnose

Een goede diagnose is volgens Frances dus erg belangrijk. Als die te onzorgvuldig (ongeacht de snelheid) gesteld wordt, kan het dramatisch fout lopen.

Maar dat hangt niet alleen af van de psychiater of het diagnostisch team. Ook de persoon die zich aanmeldt moet een eerlijke en diepgaande beschrijving geven van waar hij of zij tegenaan loopt in het leven of last van heeft.

Het liefst ziet Frances het diagnostisch proces als een groot deel van de behandeling zelf. Hij wil dus heel veel tijd nemen om te komen tot die diagnose, en veel minder daarna. In elk geval is een goed uitgevoerde diagnose belangrijk om tot oplossingen te komen, ook al zijn er niet meteen problemen.

Tot slot: de ‘witte’ redder van de psychiatrie?

Frances eindigt zijn boek zoals hij begonnen is en het geschreven is.

Als een ietwat excentrieke redder die zich graag in de underdogpositie stelt, ook meteen de veiligste positie om een ‘onmogelijk gevecht’, zoals hij zelf aangeeft, tot een goed einde te brengen. Als een ware underdog citeert hij zelfs uit Hendrik VI: ‘We zijn in de minderheid, we zijn de gelukkige minderheid, we zijn broeders in de strijd!’.

Uiteraard heeft hij gelijk dat diversiteit op lange termijn de meeste kans biedt. Maar of diagnoses, zoals autisme, en medicatie, of ‘Big Pharma’, die bedreigen, wordt nergens in zijn wat theatraal geschreven boek duidelijk.

Net zoals Darwin is Frances eerder geneigd bavianen te bestuderen dan mensen en te kijken naar excentriciteit dan naar gewone mensen. Met zijn boek wil hij dan ook helemaal niet terug naar de normaliteit, laat staan die redden, maar eerder de excentriciteit redden.

Op een eerder Don Quichot-achtige manier, die nu eens lachwekkend overdreven, dan weer irritant overkomt. Op het einde van het boek zie ik hem dan ook wegrijden als een Witte Redder op zijn paard Annalytica. Spoorslags de toendra in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s