Eerder nu dan nalatenschap … autisme en leren

Er is altijd wel iets dat ik leer. Ongeacht in welke situatie of met welke mensen ik ben. Ongeacht over wat het gaat, wanneer, waar, waarom en hoe het gebracht wordt. Meestal focus ik daarbij niet op wat gezegd, getoond of gedaan wordt. Het komt niet zo vaak voor dat ik het interessant vind. Ik denk (te) vaak dat mensen die mij aanspreken niet weten waarover ze het hebben (of een verborgen agenda achter houden).

Al denk ik dat mensen mij gewoon die indruk geven (en dat niet aan mij ligt). . Soms zeg ik dat ook, maar soms durf ik dat niet.  Vooral als ruzie meer energie vraagt dan het rechtvaardige gelijk. Dat ik gelijk heb, troost ik me dan, is duidelijk, maar ik hoef mij niet vermoeien anderen tot elke prijs daarvan te overtuigen. Als ik dat wel doe, zie ik het vaak als een beperking. Aan anderen nooit meer informatie geven dan strikt nodig is, leerde ik in een van de sociale vaardigheidstrainingen.

Gelukkig ken ik meer mensen die mij niet vervelen, geef ik iedereen een kans en probeer ik – ondanks alle drempels – zo goed mogelijk te luisteren. Ook naar mensen die over iets praten en de indruk geven onzin te verkopen, of anderen na te praten. Of naar mensen die ik moeilijk kan verstaan, of die me een allergische reactie geven of hoofdpijn. Niet langer dan noodzakelijk, maar lang genoeg om uit te maken of het gaat om spam of om ham. Met andere woorden: of het ondanks de indruk van zinloze informatie toch om iets interessants blijkt te gaan. Helaas is mijn spam/ham-filter niet altijd even goed afgesteld. Ik mis wel eens interessante dingen, maar laat ook wel eens gelul door. U ook trouwens, en maak zelfs nu maar eens uit of dit spam of ham is. Of Américain Preparé van de Chef.

Toegegeven, ik word snel afgeleid. Niet enkel door het buitengewoon mooie taal – en stemgebruik, vrouwelijke schoonheid of bewegingen, kledij, en soms zelfs geur. Mijn aandacht kan ook blijven haken op een detail in de ruimte, of aan een bepaald woord dat me om een of andere reden fascineert. Woorden als ontoegeeflijk, vermaledijde, fantastisch, poespas, … of gewoon een nieuw woord dat ik nog nooit voorheen hoorde. Het kan ook zijn dat de spreker mij zodanig verveeld dat mijn aandacht zich verplaatst naar allerlei zinnige en onzinnige vragen.

Allerlei theorieën razen op dat moment door mijn hoofd, talloze mogelijke verklaringen, vergelijkingen van patronen, berekeningen botsen met elkaar en scheppen een afgeronde gedachte. Soms ben ik dan zo in gedachten verzonken dat ik de anderen niet meer opmerk. Vaak ben ik toch nog mee met wat er gezegd wordt en kan ik meteen inpikken als er mij iets wordt gevraagd. Ook van de reacties om mijn ‘aandachtsloosheid’ leer ik trouwens.  Dan begin ik plotsklaps op een stukje papier te ‘krabbelen’. Weer terug thuis leg ik dat dan ergens, en vind ik meestal nooit meer terug. En misschien is dat zelfs niet eens zo erg.

Een psychiater zei me ooit dat alles wat zijn patiënten (zoals ik) neerschreven noodzakelijke uitwerpselen waren van een proces dat zich in hun hoofd afspeelde, en hen een vorm van geluk bracht. Hij zag schrijven dus eerder als iets therapeutisch, iets wat een doel had (of moest hebben). Ik was het daar natuurlijk niet mee eens. Je moet niet alles willen therapeutiseren, vond (en vind) ik. Trouwens: mijn blog als toilet, mijn schrijven als een veredelde vorm van kakken, en u als een bende ‘shitsniffers’ … dat is toch erg wansmakelijk en getuigt van geen greintje respect. Niet tegenover u als lezer/bezoeker, maar ook niet tegenover mezelf en mijn blog.

Toch is zo’n theorie (een van de vele) ook niet helemaal onzinnig. Net zoals ik in elke situatie wel iets leer, zit er ook wel iets in die theorie waar ik, erop terugkijkend, van leer, of dat ik in mijn eigen leven kan toepassen. Zo zie ik een blog schrijven niet alleen als een manier om te leren schrijven, om iets na te laten en te delen met een (lezers)publiek. Het is ook een voorbereiding, een kijk – en denkverslag, en een manier om te ventileren wat diep zit. Het is, zoals Anne Frank zou hebben gezegd, wat in ons hart diep begraven ligt naar boven brengen, en anderen te stimuleren om dat ook te doen. Niet noodzakelijk publiek, op een openbare blog zoals deze, maar bijvoorbeeld in de vorm van een notitieboekje of een beschermd document of een of andere app.

Schrijven is daarbij niet het voornaamste, maar wel een leuk neveneffect. Net zoals iets willen nalaten (voor anderen) of onze stempel drukken op iets of iemand, niet het belangrijk in ons leven zou mogen zijn, vind ik. Het belangrijkste is volgens mij eerder het leven zelf, of het laten leven en laten ontwikkelen van anderen vanuit wie ze aan het worden zijn. Ook al is dat niet altijd zoals we het verwacht hadden. Net zoals mijn leven ook bijlange niet is wat ik er vroeger van verwacht had. Het heeft tot nu toe mijn verwachtingen overstegen. Ik heb geluk gehad in het proces van ervaren, beleven, leren, vruchten kunnen plukken, mogen zoeken (en soms eens vinden) en uitwisselen.

Af en toe wenste ik wel eens om twee levens te hebben. Een eerste om naar hartenlust te kunnen experimenteren, brokken en fouten te maken, en een tweede om daarvan de vruchten te plukken en te genieten. Helaas heb ik de vaak de indruk dat ik door mijn beperking of handicap minder kansen krijg om ‘naar hartenlust te experimenteren’ en fouten te maken. Het moet te vaak meteen goed zijn, zonder fouten, en als ik mijn beperkingen eerlijk beken, krijg ik al eens te horen dat ik mij daarachter verschuil.  Ook voor andere leven, van vruchten plukken en genieten, lijk ik niet zoveel talent te hebben, al doe ik ook daarin echt wel mijn best.

Het duurt bovendien wat langer om wat ik een situatie leer bewust te worden, toe te passen in mijn leven en zeker om het te verwoorden naar anderen, of het te delen. Of ik nu iets leer van een ander of van mezelf. Of ik lessen trek uit wat een ander zegt of doet of de manier waarop ik uit mijn eigen fouten leer (als ik dat al doe natuurlijk). Het duurt langer, van een paar ogenblikken later (in zeldzame gevallen) tot op een moment waarop het allang geen rol meer lijkt te spelen.

Het zou me dan ook niet verwonderen mocht er mij post-mortem van alles te binnen schieten. Gruwelijk laat. Of, positief bekeken, rijkelijk vroeg of niet meer bruikbaar voor het volgend leven dat me te wachten staat.  Als knuffelkoe, keukenmeubel of ringstaartmaki. Al zou ik er altijd wel iets mee kunnen doen, denk ik. Want wat ik ook heb geleerd in mijn leven, één ding heb ik zeker opgestoken: om in elke situatie zoveel mogelijk het positieve te zien, wat wel goed gaat, wat mogelijks helpt en wat nieuwe in – of uitzichten zou kunnen geven. Voor mij is dat de crux van leren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s