10 invloeden die bij autistische personen kunnen leiden tot depressie … autisme en depressie

Foto van Jorge Zapata op Unsplash
  1. Vaker zich sociaal geïsoleerd en/of eenzaam voelen. Autistische mensen ervaren sneller een spanning tussen het werkelijke en gewenste aantal sociale contacten en de kwaliteit ervan. Ze bevinden zich vaker aan de rand van een sociaal organisme en ervaren slechts weinig verbinding met andere personen in dat organisme. Ze ervaren ook vaker weinig of geen contact met andere mensen en nemen vaak minder deel aan sociale activiteiten. Ze kunnen vaak minder beroep doen op andere mensen wanneer ze praktische hulp of emotionele steun nodig hebben. Tot slot vinden ze het moeilijker tot een wederkerige relatie te komen waarbij er contact is buiten georganiseerde activiteiten om. Dat komt zowel omdat autistische mensen moeilijker komen tot interactie, en omdat het autistisch denken niet ingesteld is om te helpen andere mensen beter te verstaan en hoe door sociale contacten te navigeren. Het resultaat kan extreme gevoelens van sociaal isolement en eenzaamheid oproepen door onvervulde sociale behoeften. Om toch tot sociale contacten te komen moeten autistische mensen vaak compenseren, camoufleren en maskeren en dit kan aanzienlijk bijdragen tot een depressief gevoel.
  2. Vaker uitgesloten en minder gerespecteerd door mensen om zich heen en leeftijdsgenoten. Dit komt volgens Attwood niet zozeer,, zoals sommige autistische mensen (inclusief mezelf) wel eens denken, omdat ze minder goed zouden zijn in het aangaan van vriendschappen en ‘informele relaties’. Dat komt eerder omdat autistische mensen andere eigenschappen waarderen in een vriend, compagnon of zielsgenoot dan mensen in het algemeen. Ze waarderen immers trouw, compassie, kennis, meegaan in gedeelde interesses en openheid van geest, eerder dan ze graag mensen aan het lachen brengen door oppervlakkige praatjes, risicovol gedrag, sociaal vlot zijn, sportief aangelegd zijn en als ‘hartstikke leuk’ beschouwd worden.
  3. Mentale uitputting door sociaal succesvol proberen te zijn. Autistische mensen kunnen vaak moeilijker socializen, maar gebruiken hun intelligentie om sociaal erbij te horen en succesvol proberen te zijn. Helaas slorpt dat heel wat energie die ze misschien elders zinvoller zouden kunnen inzetten. De inspanning van het analyseren van elke situatie om te weten wat te doen en te zeggen is vermoeiend. Zoals de beroemde Britse autistische boeddhistische monnik Tom Clements al zei: ‘Voor elk uur dat ik met mensen sociaal doe, heb ik minstens een uur afzondering nodig om mijn energieniveau weer op peil te brengen’. Sociaal zijn leidt al gauw tot oververmoeidheid, wat ook op deze blog al verschillende keren aan bod kwam (bijvoorbeeld in het artikel ‘Volledig op en niets om terug op te laden‘)
  4. Kritiek en kwelgeesten te persoonlijk opvatten. Kritiek en kwelgeesten, los van leeftijd of omgeving, zijn vaak een constante in het leven als autistisch persoon. De ene autistisch persoon vat deze aanhoudende stroom van kritiek, pesten en vernedering persoonlijker op dan de andere, en reageert daar, vanzelfsprekend, ook anders op. Sommigen worden en blijven er depressief door, anderen herstellen zich sneller, nog anderen vermoeien zich met blijven herhalen hoe sterk zij wel zijn, hoe uniek de gaven van autisme zijn en hoeveel talenten autistische (of asperger) mensen hebben. Een minderheid van de autistische mensen ziet in dat kritiek en pesten alleen gericht is tegen het (waan)beeld dat iemand heeft van hen (vaak een projectie van eigen onkunde of onmacht), niet tegen wie zij als autistisch persoon werkelijk zijn.
  5. Geloof dat verandering onwenselijk en onbereikbaar is. Voor heel wat autistische mensen leidt wat onverwachts opduikt of wat foutief voorspeld was tot onaangename spanningen, Nog meer dan mensen in het algemeen associëren ze alles wat consistentie in hun dagelijks leven verstoort met een opgave, iets dat ongewenst is en vermeden moet worden. Een alternatief vinden voor wat niet kan doorgaan is vaak een hele opgave, of lijkt het onmogelijk of ongeloofwaardig om tot verandering te komen. Dat leidt vaak tot depressieve gevoelens, wanhoop of het gevoel dat er niets mogelijk is.
  6. Lang blijven stilstaan en veel aandacht geven aan eigen fouten en wat fout zou kunnen lopen. Als autistische volwassenen zijn we meer geneigd patronen te herkennen en fouten op te sporen en te verbeteren. Dat mag dan wel voordelen hebben die in de media aan bod komen, maar het maakt nadenken over onszelf en over de toekomst er niet gemakkelijker op. Vaak concentreren we ons teveel op fouten en anomalieën, en wordt dit in de arbeidscontext nog eens aangemoedigd ook. Als we dat echter combineren met op onszelf gericht zijn, leidt dat onvermijdelijk tot problemen, depressiviteit en wanhoop. Heel wat mensen die werken getuigen dat ze hun werk nooit echt goed krijgen, en zich vaak hopeloos voelen door hun chronische ontevredenheid over het eindresultaat. Sommige autistische mensen trekken daaruit de conclusie dat ze onherstelbaar beperkt en sociaal dom zijn.
  7. Beperkte zelfreflectie over en omgang met de eigen autismebeleving en autismediagnose. Eens de autismediagnose is gesteld, komen er vaak tal van emoties los, van opluchting over een volhardende zoektocht naar de verklaring van de verschillen tot een afwijzing van de autismediagnose door bezorgdheid en angst over hoe deze door de leeftijdsgenoten geïnterpreteerd zal worden. Sommige autistische jongvolwassenen hebben het te moeilijk met de bevestiging van een andersbedraad brein en vrezen de lawine van verbaal en fysiek geweld die voortvloeit uit de onwetendheid van hun omgeving over de aard van autisme.
  8. Sterk afgestelde emotionele gevoeligheid en beperkte emotionele herstelstrategieën. Veel autistische mensen hebben een, niet altijd van buiten merkbare, sterk afgestelde emotionele gevoeligheid, zowel voor wat of wie zeer dicht bij hen aanleunt overkomt als voor onrecht en onrechtvaardigheid in het algemeen. Soms kan dit leiden tot intense depressie en diepe wanhoop waarbij verschillende uitwegen worden overwogen. Studies geven aan dat de meerderheid van autistische volwassenen zelfmoordgedachten heeft gehad en één op drie minstens eens in hun leven zelfmoord heeft gepland of geprobeerd. Het zelfmoordcijfer zelf is onbekend maar zou rond de 7% liggen Soms kan dit lang gepland zijn, maar het gebeurt ook dat iemand zwaar gewond raakt of overlijdt door een zogenaamde ‘depressie-aanval’. Dit is een overweldigend, zonder enige waarschuwing voor zichzelf, gevoel van intense catastrofale wanhoop die leidt tot een plotselinge dramatische beslissing. Behalve deze emotionele gevoeligheid, zijn er bij autistische mensen vaak weinig emotionele herstelstrategieën. Een aantal van de strategieën die voorgesteld worden (door therapeuten of door andere mensen die ervaring hebben met depressie), werken misschien wel bij andere personen met een depressie, maar werken minder goed of geven zelfs het tegenovergestelde effect bij autistische mensen die depressiviteit of depressie ervaren.
  9. Verhoogde kwetsbaarheid voor de invloed van hevige en veranderende zintuiglijke ervaringen. Heel wat mensen met autisme, maar zeker niet iedere autistische persoon, heeft het moeilijk met de zintuiglijke omgeving die ze als onaangepast ervaren. Bepaalde geuren, geluiden, texturen en lichtintensiteit die in het algemeen niet worden opgemerkt als storend, ervaart een aantal autistische volwassenen als ondraaglijk, intens en pijnlijk. Hulpmiddelen om die te onderdrukken helpen vaak maar beperkt of een tijdlang, omdat dit paradoxaal genoeg de zintuiglijke gevoeligheid kan vergroten. Dit komt omdat de kwetsbaarheid zowel in de voorspelbaarheid van de zintuiglijke omgeving ligt als in de betekenisgeving die voor elk individu met autisme anders en wisselend is. Sommige autistische personen zijn beter in het vinden van coping – of ontsnappingsstrategieën om deze ervaringen te vermijden of te plaatsen, anderen voelen zich eerder wanhopig, depressief en angstig als ze ondanks anticipatie toch onverwachts overweldigd worden.
  10. Familiale voorgeschiedenis van depressie, bipolair gedrag en/of suïcide. In de familiale voorgeschiedenis van autistische personen komen er vaak meer gevallen voor van depressie en andere stemmingsproblemen. Naar schatting 44 procent van de moeders en 28 procent van de vaders zou voor er sprake was van een gezin een depressie hebben gehad, met een genetische aanleg van de autistische personen in het gezin om ook een depressie te ontwikkelen.

Deze tekst is een samenvatting van een aantal posts op de facebookpagina van Dr. Tony Attwood, een Brits-Australisch psycholoog die zich specialiseert in autisme. Als je meer wil weten over autisme en depressie, kan je onder andere dit verslag lezen van een uiteenzetting over autisme en depressie door psycholoog Sylvie Carette (Referentiecentrum Autisme en privé–praktijk als oplossingsgericht therapeut)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.