‘Hoe beoordeel je als autistische mens of iemand liegt of de waarheid spreekt?’ … autisme en communicatie

Het is volgens lezeres Patty een cliché dat autistische mensen er minder goed in zijn te beoordelen of iemand liegt of de waarheid spreekt. Ze raakt vaak geïrriteerd als iemand zegt dat autisten in het algemeen beperkingen hebben in het onderscheid maken, en dus vaker om de tuin worden geleid. Ze vraagt me niet of dat klopt, maar hoe ik zelf beoordeel of iemand liegt of de waarheid spreekt.
De weging van indrukken
Vanzelfsprekend kan ik alleen voor mezelf aangeven hoe ik als autistisch persoon beoordeel of iemand volgens mij liegt of de waarheid spreekt. Ik kan dat niet voor anderen doen, daar bestaan goede onderzoeken over, en ik kan ook niet volledig uitsluiten dat er ook niet-autistische invloeden zijn die navolgende tekst beïnvloeden.
Ik denk dat ik niet op een volledig andere manier beoordeel of iemand eerlijk is. Ik kijk naar wat iemand zegt, hoe iemand dat zegt, naar lichaamstaal en naar de bredere situatie. Maar de manier waarop ik indrukken weeg, de snelheid waarmee ik oordeel, en hoe zeker ik me daarbij voelt, verschilt volgens mij wel van wat de omgeving verwacht van een mens.
Inhoud boven intuïtie
Voor mij zijn de woorden meestal het belangrijkste, zoals de inhoud, de structuur van het verhaal, de logica, de details, of die informatie klopt en past bij wat ik al weet. Als ik moet bepalen of ik iemand geloof of niet, kijk ik naar de details die iemand geeft, eerder dan naar mijn gevoel of lichaamstaal. Als ik op lichaamstaal let is het vooral hoe iemand beweegt, hoe snel die spreekt, of die onrustig lijkt, of de persoon in kwestie wegkijkt of vreemd lacht. Ik heb ervaren dat dit vooral aangeleerd is, en niet zo betrouwbaar is, maar toch is het iets dat ik meedraag. Soms klinkt iets logisch, maar voelt het raar omdat wat iemand zegt en hoe die het brengt tegenstrijdig is, zonder dat ik precies kan uitmaken wat er niet klopt.
Strategisch wantrouwen
Ik las onlangs een artikel waarin stond dat autistische volwassenen meer denken dat iets waar is, en dat ze vaker een fout maken in hun oordeel. Dat herken ik wel. Ik ben intuïtief meer geneigd bij twijfel te kiezen voor eerlijkheid dan wantrouwen, maar door sociale vaardigheidstraining heb ik geleerd dat een basiswantrouwen aannemen me meer oplevert dan het voordeel van de twijfel. Ik herken bij sommige autistische mensen dat zij meer geneigd zijn te denken dat mensen deugen, en dan na een tijdje in het andere uiterste overgaan, dat iedereen een smeerlap is. Ik probeer daarin het midden te houden, dat doe ik bewuster dan ik zou willen.
Voor mij voelt dat als een strategie: als de signalen elkaar tegenspreken, kies ik niet voor het scenario waarin de ander eerlijk is maar voor het tegendeel, totdat er voldoende harde signalen zijn dat de ander het goed genoeg meent. Bij veel mensen om me heen zie ik enorm veel discrepanties tussen wat ze zeggen en hoe ze dat tonen met hun lichaam, zelfs bij mensen met een geschiedenis van vertrouwen. Als ik echt zou moeten vertrouwen op wat ik waarneem, liegen de meeste mensen, of geven ze signalen waardoor ik het niet goed weet. Ik kies dan voor de optie die voor mij het minst beschadigend is, namelijk afstand houden tot het tegendeel echt duidelijk is.
De zoektocht naar intentie
Ik struikel vaak over de bedoelingen van mensen, hun intentie. Wat bedoelt iemand precies? Wat is zijn of haar doel met wat h/zij zegt? Is de voortdurende reeks van leugens iets dat ‘tegen mij’ bedoeld is? Is het gewoon onvermogen van goed communiceren? Is het een kwestie van een hyperreactief systeem van mijn kant? Doen ze dat om mij of iemand anders te beschermen? Die analyse gaat voortdurend door in mijn hoofd.
Ik heb dan ook vaak de neiging om de leugens van anderen toe te schrijven aan onhandige communicatie, communicatieve beperkingen of een communicatiestoornis, gebrek aan informatie, gebrek aan intelligentie … van de anderen. Ik zie het niet zo vaak als een bewust plan om mij schade aan te richten of te misleiden, maar ik zie het wel vaak als een leugen, terwijl de persoon in kwestie het daar vaak helemaal niet mee eens is, en mij achterdocht verwijt.
Vertraging in het proces
Het komt ook vaak voor dat ik eerst iets letterlijk begrijp en pas later ironie of manipulatie in wat iemand zegt kan herkennen. Het gebeurt dus wel eens dat ik misleiding pas vaak later begrijp – pas wanneer ik in een rustiger ruimte de situatie overzie – terwijl anderen dat sneller lijken te kunnen (als ze tenminste niet verblind raken door sociale status).
De ironie van het wantrouwen
Ik vind het best wel pijnlijk ironisch dat ik vaak beticht word van liegen, terwijl ik merk dat anderen haast voortdurend op een of andere manier liegen, en ik zelf vaak te eerlijk ben dan goed voor mij is. Het heeft even geduurd vooraleer ik snapte dat dit logisch is vanuit de manier waarop niet-autistische mensen bepalen wie eerlijk is en wie niet. De meeste mensen bepalen namelijk op basis van oogcontact, een ontspannen houding, bepaalde bewegingen en vlot spreken of ze iemand kunnen vertrouwen. Aangezien ik daar vaak niet in slaag, te druk met informatie ordenen en aftoetsen, lijk ik vaak per definitie op iemand die iets te verbergen heeft.
Dat wordt vooral lastig in situaties zoals een bezoek aan de politie voor een aangifte of bij een arts die moet oordelen of wat ik vertel klopt. Ik heb vaak het gevoel dat mijn eigen eerlijkheid moet vertalen naar een omgeving die mijn gedrag te snel verkeerd leest. Wanneer ik bijvoorbeeld heel direct een ongemakkelijke waarheid verwoord, kan dat tegelijk eerlijk en sociaal “ongepast” worden gevonden, waardoor mensen eerder in de verdediging of in wantrouwen schieten.
wat voor mij werkt in de praktijk
Wat helpt mij dan in de praktijk?
- Ten eerste: Bewust verschuiven van focus naar de inhoud van wat gezegd wordt. Ik probeer minder te vertrouwen op mijn intuïtieve oordeel op lichaamstaal en meer naar concrete vragen: klopt dit verhaal intern, sluit het aan bij eerdere informatie, is er een duidelijk motief voor deze versie van de feiten? Ook al klinkt het cliché, ik kies voor inhoud boven gevoel.
- Ten tweede: Ik gun mezelf meer tijd. Ik heb ervaren dat ik trager maar uiteindelijk goed misleiding kan herkennen. Ik heb baat bij pauzes, dingen opschrijven, ‘mijn agenda ligt thuis’, mogen zeggen ‘ik wil hier even over nadenken’. Als ik die tijd kan afdwingen, zie ik heel wat verbanden en tegenstrijdigheden die mij op het moment zelf ontgaan.
- Ten derde: Ik probeer bewuster na te denken over intentie. Niet alleen “is dit waar?”, maar ook: “waartoe dient deze leugen, als het er een is?” Dat helpt om leugens te herkennen die niet gaan over feiten, maar over het sturen van mijn gedrag of emoties.
Oproep aan de omgeving
In de communicatie met anderen zou ik graag zien dat niet-autistische beoordelaars stoppen met het lezen van autistische lichaamstaal als klassieke leugensignalen. Minder oogcontact, repetitief bewegen, een vlakke mimiek of juist een zenuwachtige lach zijn volgens mij geen betrouwbare signalen dat iemand liegt, maar kunnen gewoon uitingen zijn van sensorische overprikkeling, inspanning of sociaal ongemak.
Ik zou ook willen dat iemand vooral kijkt naar welke informatie ik geef, hoe consequent ik ben en hoe ik reageer als iemand doorvraagt. Verder zou ik graag hebben dat mensen zich bewust worden hoeveel ze liegen in het dagelijks leven, of hoe vaak dit zo overkomt bij autistische mensen. Dat heeft volgens mij minder te maken met de mythe dat autistische mensen een sterke voorliefde zouden hebben voor de waarheid, maar eerder dat ‘sociale leugentjes om bestwil’ mij in de war brengen. Ik begrijp best wel leugens, maar ik zie communicatie vooral als doelgericht, en minder als een sociaal spel.
ter afronding
Als ik als autistische mens beoordeel of iemand liegt of de waarheid spreekt, doe ik dat via een combinatie van inhoud, context, intentie en gedrag – net als anderen – maar ik heb veel moeite met de snelle, intuïtieve sociale contacten waar de samenleving zo op vertrouwt. Ik neig bij twijfel eerder naar aangeleerd wantrouwen dan naar mijn intuïtieve eerlijkheid, ik heb wat meer tijd nodig om complexe misleiding te doorzien, en mijn eigen autistische manier van communiceren wordt helaas vaak als verdacht gelezen terwijl ik juist probeer zo helder mogelijk te zijn.
Voor mij is het antwoord op de vraag dus niet dat autistische mensen leugens “niet snappen”, maar dat we verschillende routes bewandelen om tot een oordeel te komen, en dat die routes in onze samenleving beperkingen kunnen zijn. Het is precies in die spanning dat ik als schrijver en ervaringswerker blijf zoeken naar taal die zowel mijn waarheid als mijn kwetsbaarheid zichtbaar maakt, zonder dat één van beide wordt weggewoven onder een makkelijk stereotype.
… reposted this!
… reposted this!
… reposted this!
… reposted this!
… reposted this!
… reposted this!
… reposted this!