Waarom ik niet meer wacht tot anderen mijn autisme begrijpen … autisme en begrip

Tot een tijdje geleden dacht ik dat ik twee keuzes had. Ik kon harder mijn best doen om normaal over te komen. Of ik kon wachten tot andere mensen mijn autisme begrepen. De eerste keuze putte me uit. De tweede maakte me passief.
Ik kon ogenschijnlijk kalm en beheerst een vergadering verlaten, om de hele avond niet meer in staat te zijn een berichtje te beantwoorden, te kiezen wat ik ging eten of ook nog maar één beslissing te nemen. Ik noemde dat zwakte. Later begreep ik dat het de kostprijs was.
De verandering die écht hielp, was niet “beter mijn best doen” en ook niet wachten tot “de wereld eerst verandert”. Het was leren om verantwoordelijkheid te nemen voor mijn leven, zonder mijn autisme als een persoonlijk falen te behandelen.
Ik stopte met de vraag hoe ik normaal kon worden, en begon me af te vragen hoe ik mijn leven duurzaam kon inrichten.
1. Ik gebruik uitputting niet langer als bewijs van inzet
Vroeger was ik er trots op mijn doorzettingsvermogen. Lawaai, gehaaste gesprekken, onduidelijke verwachtingen, sociale evenementen, lange dagen: vaak lukte het me wel voor één keer. Het echte probleem kwam pas achteraf. Mijn draagkracht verdween en de meest gewone dingen werden plotseling onmogelijk.
Dat is de valstrik van capabel lijken. Anderen zien de prestatie, maar niet de rekening achteraf. Tegenwoordig stel ik een betere vraag: Kan ik dit herhaaldelijk doen zonder de rest van mijn week te schaden?
Als het antwoord nee is, geef ik niet automatisch op. Ik bereid me anders voor, verminder een andere belasting, vraag om duidelijkheid, om aanpassingen, plan hersteltijd in, of besluit eenvoudigweg dat deze specifieke verplichting de prijs niet waard is. Dat is niet opgeven. Dat is volwassen planning.
2. Ik leer het verschil tussen me aanpassen en onzichtbaar worden
Elke volwassene past zich aan. Ik ook. Ik bereid me voor op moeilijke gesprekken. Ik oefen vaardigheden. Ik leg mezelf duidelijker uit dan ik vroeger deed. Ik verontschuldig me meer als ik te direct ben geweest. Ik respecteer de grenzen van anderen meer, zelfs als ik ze niet meteen intuïtief begrijp.
Maar ik verwar me aanpassen niet langer met mezelf onzichtbaar maken.
Maskeren of camoufleren is nuttig: het helpt mij om mijn weg te vinden op een onbekende werkplek, een afspraak of moeilijk gesprek door te komen, of te voorkomen dat er te snel geoordeeld wordt. Het mag dan wel zijn dat intens camoufleren gekoppeld wordt aan een slechter welzijn, de gevolgen van het tegendeel ervaar ik even negatief voor mijn welzijn. Bovendien erkent onderzoek dat lang niet duidelijk is hoe het komt dat maskeren aan een slechter welzijn is te koppelen, dat er niet een enkele oorzaak is./
De praktische vraag is voor mij het belangrijkste: helpt deze strategie (inclusief maskeren) mij om deel te nemen — of stelt ze alleen andere mensen op hun gemak, ten koste van mezelf?
Ik kan mijn communicatiestijl aanpassen zonder te doen alsof ik geen denktijd nodig heb. Ik kan mensen tegemoetkomen zonder mezelf te verliezen.
3. Ik behandel mijn diagnose als hulpmiddel, niet als identiteit
Leren over autistisch denken, met mijn diagnose als aanzet en hulpmiddel, gaf me een beter beeld van mezelf. Het hielp me begrijpen waarom vage instructies me vermoeien, waarom zintuiglijke overbelasting mijn denken voor een stuk beïnvloedt, waarom ik voorspelbaarheid nodig heb, waarom veel van wat anderen vanzelfsprekend vinden voor mij een raadsel is, en waarom sommige sociale situaties me meer kosten dan ze andere mensen lijken te kosten.
Maar een plattegrond is geen levensplan of een vlag waar ik achter moet lopen. Mijn diagnose bepaalt niet wat ik kan leren, welke activiteiten ik kan nastreven, hoe ik een misverstand herstel, of ik hulp zoek voor angst, slecht slapen, depressie, trauma, metabole last of chronische stress. Het verklaart een deel van mijn startpunt. Het ontneemt me niet mijn handelingsvermogen.
Mijn diagnose verlaagde mijn verantwoordelijkheid niet. Ze maakte mijn verantwoordelijkheid wel realistischer.
4. Ik vraag om ondersteuning die me sterker maakt
Vroeger dacht ik dat onafhankelijkheid betekende dat je niemand nodig had. Dat is geen onafhankelijkheid. Het is vaak isolatie met een betere pr-campagne, en afhankelijkheid van een illusie. Echte onafhankelijkheid betekent dat je weet wanneer een hulpmiddel, aanpassing, behandeling, persoon, routine of dienst je helpt om de regie over je eigen leven te behouden.
Soms betekent dat vragen om schriftelijke instructies in plaats van alles te proberen onthouden wat er in een snel gesprek is gezegd. Soms betekent het herstel inplannen na een veeleisende dag. Soms betekent het therapie, hulpmiddelen, medische zorg, praktische ondersteuning, een rustigere werkomgeving, duidelijkere deadlines, of een vertrouwenspersoon die me helpt nadenken over een moeilijke beslissing.
De omgeving is belangrijk maar slechts een deel van de oplossing. Een lawaaierige werkruimte, ontoegankelijke bureaucratie, slechte communicatie in de gezondheidszorg en vooroordelen kunnen drempels opwerpen die met geen enkele hoeveelheid wilskracht te overwinnen zijn.
Toch worden ze vaak overschat als oplossing. Ik wacht niet op de perfecte omgeving voordat ik begin met het opbouwen van een beter leven Ik begin met erkennen van wat ik kan veranderen. Ik bespreek met anderen wat mogelijk is in de omgeving om die voor mij doenbaar te maken. Ik geef toe dat sommige omgevingen niet voor mij zijn. En ik erken dat bepaalde beperkingen voor het leven zijn. Ik kan vragen. Ik kan onderhandelen. Ik kan veranderen wat veranderbaar is. En waar ik de keuze heb, kies ik voor omgevingen die het mij niet onnodig zwaar maken.
5. Ik beschouw sociale normen niet als heilig of onderdrukkend, maar als streefdoel
Sociale verwachtingen zijn zelden willekeurig, ze zijn historisch gegroeid en ingebed, net zoals wat het is normaal te zijn. Ze zijn absoluut en tegelijk relatief, naargelang de omgeving, situatie en context. Ik mag vinden dat onmiddellijke antwoorden geen bewijs van betrouwbaarheid, oogcontact geen bewijs van eerlijkheid., bepaalde omgevingen niet automatisch productief en constante bereikbaarheid geen morele deugd is, maar als dat zo wordt gezien waar en met wie ik ben, is principieel zijn niet de beste oplossing.
Niet elke norm is onderdrukking. Afspraken nakomen, vertragingen uitleggen, luisteren wanneer iemand zegt dat je hem gekwetst hebt, grenzen respecteren en misverstanden uitklaren horen bij het samenleven met andere mensen.
De uitdaging is om het verschil te zien tussen redelijke wederkerigheid en verwachte conformiteit die voor mij niet mogelijk is op een bepaald moment. Als ik uitgenodigd wordt op een receptie, is dat meestal voor mensen met netwerkambities. Mocht ik hetzelfde willen, wat niet het geval is, kan ik dat ook opbouwen door te schrijven, via gerichte gesprekken, e-mail, gedeelde interesses of goed voorbereide vergaderingen.
Ik hoef ook onmiddellijk te reageren op mails. Maar ik kan wel laten weten: “Ik heb uw mail ontvangen en zal tegen vrijdag 10h35 antwoorden.” En dat doe ik dan ook. Ik hoef evenmin oogcontact te maken. Maar ik kan wel aandacht tonen op manieren die voor mij natuurlijk zijn. Door af en toe te parafraseren, toetsen of ik wel goed begrepen heb wat de andere vertelt of toont. Dat is niet doen alsof ik iemand anders ben.
Het is leren hoe ik bruggen kan bouwen, zonder mezelf in brand te steken om ze warm te houden.
De vraag die mijn leven veranderde
Ik wil geen leven waarin iedereen op eieren om me heen loopt omdat ik autistisch ben, en mensen zich verplicht voelen voorzichtig te zijn en te letten op hun woord (niet ‘met autisme’ maar ‘autistisch’, pas op!).
Ik wil ook geen leven dat in het teken staat van bewijzen dat ik niets nodig heb. Ik wil vaardigheden ontwikkelen, mijn sterke punten gebruiken, leren van fouten, een bijdrage leveren, hulp accepteren wanneer ik die nodig heb, en eerlijk zijn wanneer een verwachting onhoudbaar is.
Dat vraagt een inspanning van mij, maar dat doe ik graag als ik erop vooruit ga en mijn omgeving ook nog eens tevreden is over wat ik hen biedt. Het vereist natuurlijk ook eerlijke voorwaarden van andere mensen. Werkgevers, scholen, families, de gezondheidszorg en openbare instellingen hebben reële verantwoordelijkheden, voor iedereen, niet alleen voor mij.
Maar mijn leven kan niet pas beginnen nadat de rest van de wereld de juiste woordenschat heeft geleerd. Dus stop ik met te vragen: Waarom kan ik niet worden zoals iedereen? En ik stop met de vraag: Waarom accepteert niemand me precies zoals ik ben of gaan niet in op de aanpassingen die ik vraag?
In plaats daarvan vraag ik:
Wat kan ik leren, kiezen, oefenen, vragen en veranderen — zodat ik verantwoordelijkheid kan nemen voor mijn leven zonder mezelf daarbij aan de kant te zetten?
Dat is de soort onafhankelijkheid die ik wil: mezelf aanpassen als eerste stap, niet wachten om gered te worden, maar een leven opbouwen dat ik daadwerkelijk vol kan houden. Een volhoudbaar, duurzaam leven. Dat is vaak beneden mijn verwachtingen, of die van mijn omgeving, maar het is tenminste een leefbaar leven.
Je verhaal is heel herkenbaar. Als ik terug kijk op mijn tijd tijdens mijn werk heb ik dezelfde fases doorlopen. Proberen “normaal” te doen met een paar burnouts tot gevolg.
Daarna bij problemen of niet meer mee kunnen naar een andere baan gaan met de hoop ergens te komen waar wel begrip zou zijn voor mijn autisme. Maar na de zoveelste wisseling toch wel duidelijk worden dat ik die plek niet zomaar zou vinden.
Daarnaast door ouder worden steeds minder de kracht en energie hebben om weer een poging tot begrip te krijgen te gaan doen.
Helaas nu mede door mijn lichaam tot een verandering gedwongen nu volledig afgekeurd en overgeleverd aan een instantie die compleet overwerkt is en ik samen met duizenden anderen alleen maar af kunnen wachten wat er komen gaat. Dus voorspelbaarheid? Nog lang geen zicht op. Alleen maar onzekerheid wat weer stress oplevert.
Daardoor nu in een mindset die eigenlijk ook niet fijn is, namelijk als iemand mij niet snapt en met beetje uitleg ook niet snappen gaat: dan maar niet, jammer dan. Hard? Ja zeker….
Maar geeft wel rust….
Mijn ervaring is helaas dat vragen om mij te ontwikkelen alleen maar zeer negatief ontvangen werd.
Het is een leerproces. Ook voor de naasten. Mijn zoon (16) heeft vorig jaar te horen gekregen dat hij autisme heeft. Een hele omschakeling voor iedereen. Wat werkt wel en wat werkt niet. We zitten nog in het traject dat we hulp hebben, zowel mijn zoon om zichzelf te leren begrijpen en verwoorden dan wij als ouders.
Een proces van begrip, acceptatie, omgang tot … en de juiste benadering.
Soms begrijpen we elkaar nog niet, duidelijke uitleg is essentieel hierin.
Denk dat de “buitenwereld” niet weet hoe hier mee om te gaan, omdat het ze niet uitgelegd word.
Ik wist het ook niet, mijn zoon soms ook nog niet.
Ik ben blij met jou blog, zodat ik hierin ook kan leren