Naar een goed gewicht …

Al jaren kamp ik met overgewicht. Ooit was ik een kernobees en werd ik daarmee geplaagd. ‘Dikke vriend’, kreeg ik steeds te horen. Nu sta ik naar verluidt eerder aan de rand van het obese spectrum. Al gaat het op en neer, en is het vaak moeilijk in de hand te houden.

Een geluk bij een ongeluk eigenlijk. Ik heb niet echt een hongergevoel, en moet me aanzetten om te eten (via een planning). Ook als het iets is wat ik lust. Het verschil in iets graag of niet graag mogen, zit in het tijdig stoppen ermee. In beide gevallen lukt het moeilijk om te beginnen, maar als ik iets graag lust, lukt het moeilijk om te stoppen.

Ga niet naar een diëtist(e) (tenzij écht nodig)

Mijn eerste ervaring is alvast niet naar een diëtist(e) te gaan (sorry diëtisten die dit lezen). Tenzij de huisarts dat ook echt aanraadt. Ik heb er sinds mijn jeugd – toen ik obees was – al ettelijke versleten.

Met of zonder kennis van autisme. Met of zonder kennis van stofwisselingsziekten. Met of zonder tact. Misschien cru om te zeggen maar in mijn ogen schrijven de meeste vooral een hongerstaking voor. Veel diëtisten hebben naar mijn aanvoelen ook weinig begrip. Terwijl voeding toch een gevoelig thema is.

Overgewicht is volgens complexer dan voeding en lichaam, het is een teken dat lichaam en geest ergens vastlopen. Het heeft uiteraard ook te maken met maatschappelijke factoren. Zoals de lage prijs van dikmakers in de supermarkt, de steeds lekkerder wordende fastfood en ongezond kokende televisiekoks (zoals Jeroen Meus op de VRT).

Relativeer je BMI en stort je niet een dieet

Teveel naar de weegschaal, het BMI of de buikomtrek kijken heeft, heb ik ervaren, zeker geen positief effect. Behalve het gewicht en de lengte, bepalen immers ook andere factoren (bot – en vetstructuur) of iemand een goed gewicht heeft of niet. Of zoals een arts onlangs tegen me zei: soms is een mens met een buikje gezonder dan iemand die iets magerder lijkt op het eerste gezicht.

Ik ben ook gestopt allerlei klassieke en alternatieve boeken over voeding te lezen. Zoals het werk van de nieuwste dieetgoeroe (herinner de voedingszandloper, de bloedgroep-aanpak, De Wever-methode of mijnheer Montignac). Aan vermageringszalfjes, pilletjes, magere (en dure) bioproducten, zweet – en stoombanden, vermageringsarmbandjes … deed ik in ieder geval al niet mee.

Het kan soms wel inspireren maar te fanatiek ermee beginnen kan een mens er alleen maar ziek door maken. Naar het eigen lichaam luisteren en daarbij het gezond verstand gebruiken is volgens mij het belangrijkste.

Breng je voedingsdriehoek in kaart en kijk naar OMA

Om te beginnen kan het wel handig zijn je eigen voedingsgewoonten in kaart te brengen door online de Voedingsdriehoek op te maken. Hierdoor kan je alvast een beeld krijgen van wat je teveel of te weinig eet of drinkt.

Verder is het goed te kijken naar de ontwikkelingsleeftijd, de medische situatie en de invloed van autisme op de houding tegenover eten.

Eten is een complexe aangelegenheid

Sommige mensen met een jongere ontwikkelingsleeftijd (door verstandelijke of andere beperkingen) kunnen moeilijker eten begrenzen. Door een medische situatie (stofwisselingsprobleem, …) kan een opgelegd voedingspatroon nodig zijn. Het metabolisme kan verstoord zijn of ergens haperen (te traag werken) waardoor er overgewicht ontstaat.

Over de invloed van autisme op de houding tegenover eten is op deze blog al een stukje verschenen. Zo is het goed tijd te nemen om te eten (terwijl mensen vaak vooral tijd nemen om het klaar te maken). Bepaalde overgangen in het leven kunnen ook een invloed hebben op het gewicht.

Toen ik pas alleen ging wonen, vergat ik niet alleen vaak te eten (en at dus onregelmatig) maar at alleen wat ik graag at (een weinig evenwicht menu) en kon moeilijk ophouden met eten eens ik erin slaagde te beginnen. Toch was dat maar een kinderziekte van het alleen wonen en is dat opgelost met hulp van ouders en een hulpverlener.

Eten is dus iets wat veel vaardigheden vergt, een complexe aangelegenheid, zoals ‘eetdeskundige’ Thomas Fondelli stelt. Inspiratie vind je misschien ook in zijn boek over eten.

Stem je medicatie af op je lichaamsgesteldheid

Soms volstaat het de voeding af te stemmen, soms is het nodig bepaalde stoffen (calcium, alfacalcidol, schildkliermedicatie, vitamine B) bij te nemen.

Bepaalde medicatie kan ook tot een gewichtsverhoging leiden. Een aantal psychofarmaca zou daartoe leiden. Andere, zoals deze die ik neem, remmen dan weer de eetlust. Hoewel ik niet meteen graatmager ben geworden, ervaar ik het wel. Ook bepaalde pijnstillers en andere medicatie zouden gewicht verhogen (of verlagen).

Meestal staat dit op de bijsluiter of weet de huisarts of psychiater dit. Probeer in elk geval niet, zoals ik onlangs deed, je medicatie plots te stoppen omdat je denkt dat je er flink door aan het verdikken bent.

Stem je gewoontes af op wie je van binnen bent

Bepaalde gewoontes zijn niet bevorderlijk voor het gewicht. Deze veranderen kan helpen, maar met gewoontes veranderen alleen lukt het niet, zoals sommige mensen denken.

Wanneer mijn gewicht een bepaalde grens overschrijdt, stop ik bijvoorbeeld een tijd met alcohol of frisdrank drinken. Al snel zie ik mijn gewicht dan dalen. Snoepen deed ik sowieso al niet, maar het spreekt voor zich dat dit stoppen ook helpt.

Soms kan dat aan het licht brengen dat dit een compensatie was voor een ongenoegen of ontevredenheid. Dan is het misschien goed bij iemand aan te kloppen om dit aan te pakken.

Dat kan een vriend(in) zijn maar ook hulpverlener of therapeut. Het is geen schande als je daardoor lichamelijke gezonder wordt, vind ik. Hoe je er van binnen uit ziet, bepaalt volgens mij hoe je ervan buiten uitziet, en andersom.

Slaap, rust en beweeg voldoende

Ook zorgen dat het slaappatroon niet te veel varieert, op een vast moment gaan slapen en op ongeveer hetzelfde moment opstaan, helpt.

Naar het schijnt zou een overvolle agenda, vermoeid of gestresseerd ook het gewicht opdrijven. Al zal dat misschien meer te maken hebben met de zoektocht naar troost in voeding of drank. Sommige mensen zullen wellicht wel vermageren door stress.

Meer overzicht krijgen in je organisatie of daar hulp in toestaan (huishoudhulp of advies via autismecoach of therapeut met kennis van autisme) kan vaak al een stap in de goede richting zijn. Een tekort aan psychische energie kan ertoe leiden dat je dit probeert te compenseren door meer fysieke energie in te nemen.

Matig boterhammen, vet en avondlijk eten

Verder matig ik mijn boterhammen tot maximum 3 ’s morgens en 2 ’s avonds, bakken wij ’s middags met olijfolie (en eet ik geen aardappelen), en eet ik na het avondmaal niets meer.

Fastfood wordt sterk beperkt: pizza, oliebollen, opwarmmaaltijden, en klassiek fastfood (frituur en McDonalds en co) zijn op een hand te tellen bij ons. Het wordt niet afgeschaft, we bewaren het vooral voor speciale momenten.

Drink voldoende water

Ik let er ook op voldoende water te drinken. Onder andere door een drinkbus van een halve liter drie keer te legen: tegen ’s middags, tegen vier uur en de rest voor het slapen. Die drinkbus vergezelt mij dan ook overal.

Dit kan natuurlijk ook anders georganiseerd worden (na elke activiteit een glas water drinken bv). Behalve die hoeveelheid water drink ik uiteraard ook andere dranken, zoals thee, melk, handmatig geperst fruitsap …

Doe elke dag een avondwandeling

Voldoende beweging helpt uiteraard ook. Een avondwandeling maken na de laatste maaltijd, hoe laat ook, kan helpen een deel van de calorieën eraf te werken, maar zorgt ook voor een betere nachtrust.

Onlangs zag ik op televisie nog Premier DiRupo nog om twee uur ’s nachts zijn avondwandeling maken (zonder hond). Zelf doe ik mijn wandeling meestal rond zeven uur, maar als je een veiliger omgeving woont dan ik kan het natuurlijk de klok rond. Pas wel op voor de politici die u tegenkomt.

Zet voldoende stappen per dag, en fiets

Verder let ik erop voldoende stappen per dag te zetten. Niet dwangmatig echter. Als ik tot een gemiddelde van 8.000 stappen per dag kom, ben ik al heel tevreden.

Het lijkt veel, maar dat is het niet. Ik kom er ruimschoots aan, en voel ’s avonds een gezonde vermoeidheid.

Door zoveel mogelijk te voet af te leggen naar de supermarkt, naar de trein, naar de krantenwinkel, naar de bakker. Door niet veel te zitten overdag – helpt ook tegen bepaalde pijnlijke gewrichten. En door ’s avonds een wandeling te maken. Als ik met de fiets rijdt, tel ik zo’n 1.000 stappen per 10 minuten fietsen erbij.

Door in de auto te zitten of de bus of tram te nemen voor kortere afstanden, of door de hele dag (of hele nacht) vermager je in elk geval niet.

Tot slot: op je gewicht letten doe je niet alleen

Een positieve, meewerkende houding van de omgeving is erg belangrijk als je op je gewicht wil letten.

Tot een goed gewicht, een gewicht dat voor jezelf tot meer tevredenheid en gezondheid leidt, kom je in groep of minstens met steun. Een gezinslid dat lacht met je inspanningen doet veel teniet.

Morele steun vanuit de omgeving en vooral een aanzet om verder te kijken dan het gewicht – hoe je je beter in je vel kan voelen – is volgens mij het belangrijkste van al. Bij deze krijgt iedereen die nu aan het gewicht werkt die alvast van mij. Een (dikke) ‘doe zo voort’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s