‘Wat irriteert jou in het leven met anderen en hoe ga je ermee om?’ … autisme en samenleven

Wat ergert autisten aan andereAnderhalf jaar geleden vroeg Amber, een lezeres van deze blog, me naar eventuele ergernissen die autistische mensen zouden ervaren bij elkaar (‘wat ergert autisten aan andere autisten?‘). Daar kwamen heel wat positieve reacties op, van herkenning tot verwondering.

Enkele lezers, zoals Thomas, vroegen me of ik zelf ook ergernissen heb, bijvoorbeeld in het samenleven met anderen, en wat ik eraan doe. ‘Ik heb de indruk dat het voor autistische mensen vooral lastig is om dit los te laten, en mildheid te tonen in de omgang met degenen die hun irritaties veroorzaken’.

Een eerste bedenking die ik heb bij die vraag, is dat, als er iets of iemand mij irriteert, in het samenleven, dat natuurlijk niet alleen te maken met mijn autisme maar met wie ik volledig ben en hoe dat past of botst met anderen.  

Van de irritaties die me bezighouden, zijn er tien die eruit steken, die volgens mij op een of andere manier een verband hebben met autisme. Enkele daarvan zijn, toevallig of niet, volgens een onderzoek van Ivox, een marktonderzoeksbureau, ook de vaakst voorkomende ergernissen van Belgische burgers.

Hoe ik met die ergernissen omga, varieert sterk naargelang de situatie en in welke toestand ik op dat moment ben. De meeste irritaties in mijn leven hebben volgens mij te maken met misverstanden op vlak van communicatie, te veel of onvolledige informatie delen, en te veel van elkaars ruimte innemen terwijl we net behoefte hebben aan rust of op onszelf zijn.

Ik vind het inderdaad vaak lastig om die irritaties los te laten, ervoor te zorgen dat ze mijn dag of bepaalde momenten niet verpesten en ook mild omgaan met de veroorzakers van de overlast lukt mij vaak niet. Dat komt vooral, denk ik, omdat het lijkt of die ergernis voor een eeuwigheid zal duren, en ik vaak radeloos wordt om het dominante ervan weg te nemen.

Als iemand geen duurzame levensstijl heeft, of daar nonchalant in is, kan ik me daar redelijk sterk aan ergeren.  Ik irriteer me bijvoorbeeld aan verspilling van elektriciteit, water, gas en verwarming. Zoals wanneer iemand het licht laat branden, de verwarming te hoog zet, onnodig water laat lopen, onvoldoende verlucht waardoor het langer duurt vooraleer het warm is. Ook nalaten afval te sorteren, het gebruik van plastic te beperken en voeding of drank die nog bruikbaar is niet weggooien, vinden wij belangrijk. Als dat toch gebeurt, reageer ik daarop door zelf het goede voorbeeld te geven, maar ieder moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen op dit vlak.

Overmatig gsm-gebruik van anderen in mijn nabijheid, is een irritatie die me ook vaak bezighoudt. Daarmee bedoel ik zowel bellen als de smartphone gebruiken als ik erbij ben, terwijl ik spreek of iets uitleg aan die andere. Een smartphone of gsm is voor mij een louter gebruiksvoorwerp dat zo onzichtbaar mogelijk moet zijn. Ik probeer mijn smartphone dan ook altijd op stil of ‘vliegmodus’ te zetten als ik met iemand praat, en al zeker als ik een auto bestuur. Wat ik doe als ik merk dat de ander zijn of haar toestel belangrijker vindt dan mij, spreek ik hem/haar erop aan en vraag hem/haar of een ander moment misschien beter past, omdat hij/haar misschien een belangrijke boodschap verwacht.

Niet helpen met huishoudelijke taken of luiheid in het algemeen, is een vaak voorkomende ergernis waar mensen, permanent of tijdelijk, samenleven, waar ik ook af en toe last van heb. Vooral toen ik op groepsreis was of op reis als begeleider in een organisatie voor bijzondere mensen op reis, kon ik me ergeren aan bepaalde begeleiders die zich niet geschikt zagen om mee te helpen met opruimen en poetsen.

In onze relatie hebben Roos en ik een goede beurtrol uitgewerkt als het gaat om huishoudelijke taken. Het enige verschil daarin is dat zij het iets minder gestructureerd plant maar het met iets meer structuur uitvoert dan ik. We maken van huishoudelijke taken nauwelijks een strijdpunt. Ik kan me wel ergeren als ik ergens op bezoek ga dat het er stoffig en weinig verlucht ruikt, of dat er gepoetst is met poetsmiddel met ammoniak of bleekmiddel, omdat dit mijn adem beneemt.  Meestal laat ik dat ook weten aan mijn gastheer/vrouw, en vraag ik om de ramen open te zetten, ook al is het bitterkoud.

Een vaak voorkomende ergernis die ik vroeger wel eens had, maar sinds enkele jaren niet meer, is gezeur dat ik huishoudelijke taken moet doen. Sinds er een huishoudhulp regelmatig bij mij langskomt, en ik zelf een goed systeem heb om alles proper te houden, is dat ook niet meer nodig. Vroeger gebeurde het wel eens dat ik dat gezeur moe was. Wat ik er toen meestal mee deed, was degene die zeurde het huis uit zetten. De introductie mindfulness die ik volgde hielp ook een beetje om de negatieve gevoelens tegenover de zeurpieten in kwestie te verhelpen. Pas toen er niet meer gezeurd werd, en concrete en constructieve ideeën kwamen, ben ik aan de slag gegaan.

Niet stipt zijn, is dan weer een ergernis die wel en meer dan ik zou willen mijn leven bepaalt. Het blijkt niet meteen een ergernis die vaak voorkomt bij anderen. Ik hou er zelf nochtans aan om stipt te zijn, dus minstens op tijd. Het lijkt vanzelfsprekend, maar bij velen scoort dat blijkbaar hoog op hun lijst van onmogelijke opdrachten.

Dat anderen mijn spullen gebruiken of nemen zonder te vragen, blijkt vooral voor veel van mijn landgenoten een ergernis van jewelste. Ik heb het zelf ook niet graag, maar soms laat ik het toe, als ik de persoon in kwestie die het vraagt vertrouw.

Geen rust of tijd voor mezelf, blijkt bij veel mensen een ergernis, en ook bij ons is dat soms wel het geval. Dat komt volgens mij ook omdat het niet eenvoudig is op tijd te beseffen dat ik rust of tijd nodig heb voor mezelf. Als het me ergert, is het vooral omdat ik het te laat heb aangegeven, of als de ander het negeert of wegwuift.

Een andere invulling over de inrichting, rommel, gebrek aan orde en netheid vind ik soms ergerlijk, maar ik besef dat dit vaak een kwestie van smaak is. Op dat vlak vinden mijn liefste en ik het belangrijk een eigen ruimte te hebben die we naar eigen smaak kunnen inrichten. Hoe ouder ik ben, hoe meer ik de neiging krijg om van alles van vroeger als rommel te beschouwen. Er blijft dus steeds minder over in mijn woning. Misschien is het omdat ik vaak bij ouderen thuis ben geweest, waar het naar mijn gevoel vaak tjokvol staat met wat ik overgewaardeerde rommel noem.

Luid zijn en onnodig veel lawaai maken kan mij dan wel weer wel heel erg ergeren. Ik vind stilte belangrijk als het gaat om samen leven, en wij zijn zodanig stil dat onze buren zich soms zorgen maken of wij überhaupt nog leven. Het gemiauw van onze kat en nu en dan een glas dat valt, en de schreeuw van een van ons die daarbij hoort, is wellicht het luidste wat je zal horen. Lawaai kan me bijzonder ergeren, maar ook een overvloed van licht, van geur en van beweging vind ik vaak irritant. Als ik weet dat het niet blijft duren, en weet wat ik eraan kan doen, wordt die irritatie wel veel minder.

Een laatste ergernis, onbeleefdheid, tot slot, vind ik erg maar ik probeer daar mild in te zijn omdat ik zelf ook niet altijd aanvoel wanneer een open en eerlijke communicatie onbeleefd overkomt. Eerder dit jaar heb ik een blog gewijd aan 7 situaties waar ik zoal onbeleefd in kan zijn, en hoe ik daar iets aan probeer te doen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.