Ervaring

Er is om te beginnen goed nieuws. Als u dit leest, is de kans groot dat u (nog) niet dement of dood bent. Fantastisch. Anderzijds … echt levend kunnen we u toch ook niet noemen. U zit of hangt of ligt achter de computer, boven uw iPad, boven uw smartphone en leest een blog. Op dit uur. ‘Terwijl er nog zoveel lieve dingen zijn’, om Toon Hermans te citeren.

Teveel bezig met hetzelfde?

U hebt vast wel al eens ‘Get a life’, ‘zet een stapje in de wereld’, of ‘doe eens iets nuttig’ te horen gekregen. Het zou zelfs kunnen dat u al eens verweten bent dat u te weinig (nieuwe) ervaringen op doet. Een beetje teveel met uw kinderen, uw partner, uw (schoon)ouders, uw beroep, met (uw) autisme of, ergst van al, met uzelf bezig bent. Kortom, teveel met hetzelfde.

Dat terwijl het leven al zo kort is, er zoveel te doen is en zo weinig tijd, en u daar zit, een blog als Tistje te lezen. In plaats van zoals anderen naar de voetbal of de bioscoop te gaan, naar een documentaire of consumentenprogramma te kijken of naar de zoveelste aflevering of herhaling van een soap.

Trek er u daar vooral niet van aan, en lees, vooraleer de wereld in te trekken, rustig verder. Het schuldgevoel dat ik heb, dat u een deel van uw leven aan mij toevertrouwt, zal ik proberen goed te maken door het de moeite waard te maken.

Op zoek naar ervaringen

Wie, zoals u, leest, is meestal op zoek. Op zoek naar kennis, naar informatie, naar iets dat de verbeelding prikkelt, maar vooral naar een ervaring. Die ervaring zou u elders kunnen opdoen, of op een andere manier dan door lezen.

Iets wat zowel het fysieke, verstandelijke, emotionele, spirituele als sociale aanspreekt in u. Bijvoorbeeld door mij als spreker in te huren, voor een democratische prijs.

Uiteraard verliest mijn ervaring door de verwoording ervan, in taal, aan concreetheid. Zeker omdat er, ook door de invloed van autisme, vaak wat misloopt in de vertaling en afstemmen op de context. Waardoor het beeld van de ervaring die ik wil overbrengen al eens vertekend overkomt.

Ervaring opdoen door lezen

Veel van mijn ervaringen komen door lezen. Of zijn erdoor uitgediept. Nu kan ik daar beter mee om dan vroeger. Zeker als jong volwassene wou ik de wereld eerder ‘aan den lijve’ ondervinden en vond ik over iets lezen een homeopathische versie van ‘het echte’.

Hoe ouder ik werd, hoe meer ik dat ben beginnen relativeren. Nu ontmoet ik door te lezen werelden, mensen, ervaringen … die anders quasi onmogelijk zouden zijn. Niet alleen door fantasy of science-fiction te lezen, waar de meeste ervaringen buitengewoon zijn. Ook door het lezen over en van mensen en gebeurtenissen in andere werelden, culturen, tijden. Zonder boeken te lezen zou ik sommige mensen, werelden, ideeën … nooit gekend hebben.

Verzamelwoede

Leven lijkt, in die wereld, tegenwoordig vooral op het verzamelen en stockeren van ervaringen. Mensen hebben een verzamelwoede, zonder er veel mee te doen. Hun levens staan vol stapels kartonnen dozen. Volgestouwd met foto’s van ervaringen. Met daarop in viltstift ‘te sorteren na het pensioen’.

Terwijl iedereen weet dat u dan niet meer de moed of de kracht of de verstandelijke capaciteiten zal hebben om dat werkje te beginnen, laat staan af te maken. Als u de pensioengerechtigde leeftijd überhaupt haalt. Zeker voor mij is dat niet zeker, aangezien tegen die tijd de pensioengrens wellicht op 85 of 90 jaar zal liggen. Of er gewoon tot de naald in het gaatje glijdt zal worden gewerkt. Tot aan het einde van het levenslied.

Tot dan lijken mensen zoveel mogelijk te doen voor ze sterven. Je leeft immers maar één keer. Naarmate het leven vordert komt dan aan de ene kant een toenemende hoop ruwe ervaringen, vaak spam en zelden zinnig, en aan de andere kant een klein hoopje tot inzicht verwerkte ervaring.

Leven in een ervaringsmaatschappij

Wij leven dan ook in een ervaringsmaatschappij. Mensen worden, volgen mij toch, getaxeerd op de ervaringen die ze hebben (of missen), of waar ze toegang toe hebben.

Sommige denkers vinden dat ervaring slechts bestaat uit autobiografische conclusies en veralgemeningen uit bepaalde voorvallen. Mensen zouden op basis van een klein aantal, zeer onvolmaakte waarnemingen tot veralgemeningen komen. Over andere mensen, over hun eigen identiteit en over het leven.

Het zou tegemoet komen aan de behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid. Maar het leidt volgens hen tot een vertekend beeld en ‘autobiografische hardnekkigheid’ die we best loslaten.

Omdat elke mens en elk moment uniek is, en ervaring alleen iets zegt over het verleden, niet over het heden of over de toekomst. Mensen die zich baseren op hun ervaringen om naar de toekomst te kijken, zijn geneigd zich te herhalen, niet te evolueren of te ontwikkelen.

De kansen grijpen die er zijn … of luiaard blijven

Anderen vinden ervaring beleven, analyseren en gebruiken om te plannen, dan weer levensnoodzakelijk en noemen het een wissel op de toekomst. Voor hen lijkt niets tragischer dan het missen van unieke kansen en uit ervaringen niets leren om vooruit te kijken.

Mensen die niet terugblikken of hun ervaringen niet inzetten, worden lui, apathisch, onthecht genoemd. Die laten veel van het leven zomaar voorbij waaien. Zelf heb ik veel sympathie met deze ‘kansenmissers’. Ik ben zelf ook vaak gevraagd of dit of dat niet mis. Terwijl ik me daar ofwel niet bewust van was. Ofwel net wel blij was dat die kelk aan mij voorbij ging.

Als mensen vinden dat ik absoluut een ervaring moet meemaken of zeggen dat ik iets mis, denk ik dat dit soms een projectie van eigen lijden is.

Mensen worden immers elke seconde overweldigd met ervaringen die ze absoluut niet mogen missen. Elk ogenblik, wordt ons gezegd, is er een ‘momentum’ om iets onvergetelijks te beleven. Dat ‘onvergetelijke’ staat dan meestal mijlenver af van wat we eigenlijk doen: het ‘banale’.

Dat roept bij sommige mensen spijt op, of een schuldgevoel, dat ze dan projecteren op anderen die daar ongevoelig voor blijven. Een roep die blijft nagalmen in hun hoofd. Een gemiste kans. Ze wensen zichzelf een terugkeer van dat momentum en hebben het gevoel dat ze hun leven verdoen.

Een hiërarchie van ervaringen

Sommige mensen zien een hiërarchie in ervaringen, waar anderen vinden dat ervaringen per definitie onvergelijkbaar zijn. In elk geval zijn er meer en minder gewenste ervaringen. Minder gewenst zijn ervaringen in drugs, criminaliteit, dood, ziekte, handicap, stoornis, armoede, verlies. Meer gewenst zijn ervaringen in liefde & samenzijn en beroepservaring in de zin van kennis verkregen door observatie, interactie en betrokkenheid. Op basis waarvan iemand inzichten kan verkrijgen.

Wie een aanzienlijke ervaring heeft, met daarnaast ook theoretische kennis op een bepaald gebied, wordt expert of deskundige genoemd. Zijn ervaring wordt dan expertise of deskundigheid. Al moeten die ervaringen altijd wel nog ‘voor echt verklaard’, gevalideerd worden. Door een curriculum vitae met arbeidsverleden en erkende diploma’s voor te leggen. Door een of meerdere referentiepersonen op te geven. Door artikels te publiceren, boeken te schrijven, geld te verdienen. Door foto’s of een film van een product, dienst of reis te tonen.

Als je ervaringsdeskundige wordt genoemd, betekent dat meestal dat je theoretische kennis en aanzienlijke ervaring hebt in minder gewenste ervaringen. Ervaringsdeskundige in de kansarmoede, geestelijke gezondheidszorg of handicap. Of in het autisme. Ook al deze ervaringen moeten, soms tegen de zin van betrokkene, erkend, door een diagnose, in een verslag of met een voorschrift van een of ander geneesmiddel.

Wij zijn allen ervaringswerkers

Veelal lijkt ervaringen verwerven, beleven en delen, zo actueel mogelijk, de voornaamste reden om te leven. Hoe verder je staat van de mogelijkheid om ervaringen meteen te beleven of delen, hoe trager de verwerking of het bewustzijn van die informatie, hoe ernstiger de handicap. En helaas ook vaak hoe minder mens(elijk) de persoon met die handicap.

Wij zijn dus allen ervaringswerkers. Een ervaringswerker is iemand die werkt met de eigen ervaringen en zich laat inspireren door die van anderen. Zelf ben ik dus geen ervaringsdeskundige – ik pretendeer geen deskundigheid vanuit mijn ervaringen – maar ervaringswerker. Onder andere vanuit autisme.

Ieder van ons doet iets met onze unieke ervaring. We verdienen er ons brood mee, we passen ze toe, we delen ze (al dan niet bewust). We benutten ze soms om soortgelijke ervaringen van anderen te verhelderen. Door als klankbord, ventilatiebuddy te dienen. Door input te geven voor beleidswijzigingen of technologische innovatie gericht op de verbetering van ons ervaringsdomein (via panels, via lezersbrieven, door online in fora te posten). Of door programma’s te ondersteunen gericht op preventie of mee te werken aan wetenschappelijke onderzoeken. Zo proberen we de last en het lijden van anderen te voorkomen of af te wenden.

Het spreekt voor zich dat ieder eigen ervaringen heeft, die niet in alle contexten of situaties passen. In sommige situaties kan wat specifieke kennis geen kwaad, bijvoorbeeld door een opleiding ervaringsdeskundige. Waarom het beperkt wordt tot de zorg, weet ik niet. Wat mij betreft, mag het ook in de landbouw, in de visserij, in de (huisartsen)geneeskunde …

In veel, misschien wel de meeste situaties hoeft zo’n opleiding helemaal niet. Als iemand gevraagd wordt begripvol vanuit de eigen ervaringen (in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in de vrije tijd) te getuigen bijvoorbeeld, of te spreken over de eigen oplossingsvaardigheden bijvoorbeeld.

Dan telt vooral de ‘authentieke’, ongeschaafde, niet bijgewerkte ervaring zelf. Bijvoorbeeld hoe als persoon met autisme om te gaan met plotse veranderingen. Of hoe als ouder de waarneming en ontwikkeling van je kind(eren) met autisme te zien evolueren, en in het gezin te zoeken naar situatie – en ontwikkelingsgebonden oplossingen.

Om kunnen met de ‘authentieke’ ervaring

Niet iedereen kan om of accepteert die ‘authentieke’ ervaring zomaar. Zelf accepteer ik ze als iemand zijn eigen ervaringen niet als heilige waarheid aanziet, en altijd ‘het laatste woord’ wil of eist. Ook met ervaringswerkers die zichzelf een professionele allure aan meten kan ik moeilijker overweg. Tenzij ze echt duidelijk aangeven wat hun functie is.

Voor veel mensen lijkt er bij ervaringswerk gebruik van terminologie en een titel te horen. Anders wordt je niet voor vol aanzien, of bezien ze je als een patiënt of, erger nog, aansteller. Als ervaringswerker autisme moet ik dan bijvoorbeeld erkend zijn door beroepskrachten of praktijkdeskundigen.

Door een opleiding, door een diagnose, door een of andere verklaring van betrouwbaarheid. Dat komt volgens mij vooral omdat die mensen autoriteit meer waarderen dan ervaring. Of misschien hechten ze gewoon te weinig geloof aan hun eigen vermogen tot inschatting van de authenticiteit en relevantie van informatie en andermans ervaringen?

Verhouding ervaring tegenover kennis, vaardigheden en houding

Tijdens mijn sociale opleiding heb ik alvast gemerkt dat ervaring, en zeker autisme – of handicap-ervaring, relatief ondergewaardeerd is. Meer zelfs, het wordt vaak als een drempel gezien in de zelfreflectie en in het agogisch handelen met anderen. Het moet in elk geval zoveel mogelijk moeten geneutraliseerd. Door jezelf er bewust van te worden en het betrekken ervan in acties zoveel mogelijk te beperken.

Ook in mijn ervaringen op de arbeidsmarkt waren kennis en vaardigheden toch nog vaak belangrijker. Zelf zag ik veelal een verhouding van 35% vaardigheden (sociale, communicatieve, creatieve en technische, 30% kennis (algemeen en specifiek-technisch), 25% erkende (kennis-gerelateerde) ervaring en 10% houding (deels out of the box denken en deels in de geest van de organisatie). Het hebben van een autisme – of handicap-ervaring werd niet meteen als een pluspunt of voordeel gezien.

De Bucket List

Het meest fascinerende binnen de ervaringsmaatschappij vind ik het fenomeen van de ‘Bucket list’. Een lijst van wat je nog wil ervaren of doen vooraleer te sterven.

Eerst dacht ik dat dit vooral iets was voor vrijzinnigen. Deze moeten het immers, anders dan gelovigen, maar met één leven stellen. Ze moeten dus alles uit de kan halen vooraleer de Opper Vrijzinnige hen de das omdoet. Tenzij ze zich laten klonen natuurlijk, al twijfel ik of de ervaringen als kloon toch dezelfde kwaliteit hebben.

Gelovigen, anderzijds, kunnen, al naargelang hun geloof, op een of andere manier in een hiernamaals of door reïncarnatie toch een aantal ervaringen recupereren in een verder leven. Vrijzinnigen hebben die kansen niet en moeten zich dus beter organiseren.

Vandaar de Bucket-List, dacht ik, maar op internet blijken er ook heel wat radicale gelovigen die zich ermee bezighouden. Veelal om hun zonden, schuldgevoelens en frustraties op een of andere manier goed te maken, zo blijkt.

Confronterende ervaringen

Het valt trouwens niet mee om zo’n lijst op te stellen, heb ik ervaren.

Er is vooreerst de confrontatie met de eindigheid maar ook met beperkingen en grenzen. Weten dat je bepaalde ervaringen die je graag zou ontdekken eigenlijk niet kan. Door fysieke, psychische, verstandelijke, motorische, financiële, geografische, fysische en andere begrenzing.

Bij mij durft dat het opstellen van zo’n lijst al eens leiden tot dwangmatige consumptie -, eet – of roesdrift. Gevolgd door de dwang om te sms’en of mailtjes te sturen naar mensen om te vragen hoe het met hen gaat. Een soort wiedergutmachung en afscheid tegelijk. Ziedaar mijn eerste acties. De kans is dus groot dat ik het opstellen van die Bucket-list niet overleef.

Het opstellen leidt bovendien, indirect, tot een aantal minder prettige, ervaringen. Zoals consumptiedroefheid, donkere melancholie, gepieker, dronkenschap (en een kater), hevige krampen, buikpijn en diarree, winderigheid en boertigheid. En bezorgde mailtjes terug. Of ik er met mij iets mis is? Nee, gewoon een bucket-list aan het opstellen? Vooraleer ik sterf.

Wat nog te doen …

Verder vind ik het erg moeilijk activiteiten te verzinnen die ik nog wil doen. Er is nochtans inspiratie voorhanden op andere blogs en websites, in boeken en in films. Met als motto ‘Beter iets eenmaal te zien dan erover duizend keer over te horen of te lezen’. Op maat gemaakt van de generatie Babyboomers, staat er telkens bij.

Je grootste angst overwinnen. Het hele land doorkruisen. Een gift doen voor een goed doel (zoals autisme). Je lievelingskost eten. De Dikke Van Dale voorlezen aan jezelf. Nog een grote reis maken naar keuze (om de wereld, naar de zeven wereldwonderen, naar de Noord – of de Zuidpool, met een cruise naar de Caraïben). Het meest gênante moment in je verbeelding omzetten in iets positiefs. Nog een aantal boeken lezen (de klassiekers, de religieuze boeken, Hoe jezelf te veranderen voor je sterft).

Een verzameling van iets willekeurigs beginnen en volhouden (op voorwaarde dat het minder kost dan 1% van je maandelijks budget). Een week zonder internet leven. Nog naar een concert gaan. Een aantal films gaan bekijken (bij voorkeur in een bioscoop). Iets gemaakt te hebben met eigen handen (maaltijd, kunstwerk, ambachtsstuk, breiwerk, tuinaanleg). Je huis volledig te hebben opgeruimd en gepoetst.

Terug een kind van 5 zijn. Eén worden met de natuur. Naakt zwemmen in zee of in een rivier. Een wandeling maken in het bos. Het dichtstbijzijnde museum bezoeken. Een fotoreportage maken met je favoriete voorwerp. Een kledingstuk breien. Een vliegtuigticket kopen naar een willekeurige bestemming. De vreemde taal leren van de eerste persoon die je tegenkomt (lijfelijk of in de media).

Rekeningen nog te vereffenen (met anderen, met jezelf). Golf – en tennisterreinen nog te bespelen. Kunst nog te bekijken (in musea, bij kunstenaars, in galerieën). Feestjes nog mee te maken (al dan niet uitgenodigd). Mensen nog lastig te vallen. Casino’s waarin nog te gokken. Misdrijven of misdaden nog te plegen (wel opletten dat het de andere activiteiten niet in gevaar brengt). Geheimen nog te ontdekken. Whisky’s, wijnen, bieren, cocktails … nog te proeven. Auto’s nog mee te hebben gereden. Videogames nog gespeeld te hebben.

Natuurwonderen nog te hebben aanschouwd. Tuinen nog te hebben bewonderd. Plaatsen waar je absoluut een van de 369 erkende seksstandjes moet hebben uitgetest. Voeding nog te hebben geproefd (of bereid)(. Kinderen nog te hebben gemaakt (eentje met autisme …). Stranden waarop je nog moet hebben gesurfd. Pelgrimstochten nog te hebben gemaakt. En ga zomaar door.

Daar word ik zo moe van …

Alleen al het opsommen ervan maakt me moe (en ook een beetje triest). Het doet me denken aan de suggesties die ik vroeger kreeg op mijn herhaaldelijke ‘en wat nu?’-vragen.

Als het geen activiteiten zijn die ik al gerealiseerd heb, zijn het vaak doelen die ontmoedigend veraf liggen. Die verveling oproepen en confrontatie. Waar ik ‘daar word ik zo moe van’, op antwoordde. Dat was trouwens lang voordat Kabouter Lui bestond.

Tot slot … mijn kartonnen dozen en de kriebel tot activiteit

Wat ik mis in deze opsomming, zijn de enige twee punten die op mijn lijst zouden staan, namelijk tijd nemen om wat ik ervaar door te laten dringen en open te staan voor kansen die op mij af komen.

Er staan immers nog te veel kartonnen dozen op mij te wachten. Misschien ben ik wel op een leeftijd gekomen om een bilan op te maken. Het testament van mijn jeugd, zoals Boudewijn De Groot zingt. Al zou de bard ‘het wel hebben gehad’ met dat deel van zijn repertoire, en staat er op zijn bucketlist dat hij ze niet meer speelt. Tijd voor nieuwe ervaringen, zei hij onlangs in een televisieprogramma.

Anderzijds kriebelt het wel nog te veel om gewoon thuis te blijven en mij af te zonderen. Het zal dus wellicht bij een deeltijdse baan blijven, dat bekijken, sorteren en geïnspireerd worden. Nieuwe ervaringen opdoen, samen met andere mensen, dromen daarover, worstelen daarmee ze bewuster beleven en erover vertellen, dat zal het andere deel van mijn leven blijven uitmaken. Als ervaringswerker. En route in de wereld of op deze blog.

2 Comments »

  1. Ik worstel de laatste tijd met de vraag of het idee, of mensen met ASS, in tegenstelling met mensen zonder ASS, zich beter voelen of zich eerder optrekken aan het feit, dat anderen met ASS het minder goed vergaat dan zijzelf ? Ik merk ook dat zelfs mensen met ASS soms over een enorme profileringsdrang beschikken en zich dan ook snel door anderen in de hoek gedrumd voelen. Terecht of onterecht ?

    • Dankjewel voor je reactie Joris. Ik denk dat autisme een rol speelt in het zich goed voelen (zie bv de ‘goed-gevoel-vragenlijst’ van Peter Vermeulen).
      Er zijn volgens mij wel nog een aantal invloeden, zoals zichzelf mogen zijn, evenwicht tussen compensatie en camouflage vinden, de mogelijkheid om te kunnen recupereren, psychische draagkracht, druk van de omgeving, al dan niet zelfdestructieve vorm van gedrevenheid & ambitie …
      Of mensen met autisme zich minder goed voelen? Misschien wel, als je kijkt naar de mensen met autisme die ook een depressie hebben. Het is verstaanbaar, het is ook niet zo eenvoudig te leven met autisme. Zijn mensen met autisme die zich beter voelen dat omdat het anderen minder vergaat? Sommige wel, denk ik, maar dan eerder in een poging zich te conformeren dan af te zetten. Een profileringsdrang en het eigen verhaal ‘pimpen’ tot een succes, zou wel eens in het verlengde daarvan kunnen liggen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s