Hebben autisten vaker een autistische partner (of toch niet)? … autisme en relaties

Foto van Scott Broome op Unsplash

Voor sommige mensen waar ik mee in contact kom, buiten mijn leefomgeving, wordt het wel eens te veel. Dat autistische mensen kunnen schrijven, praten, zelfstandig kunnen wonen, een auto kunnen besturen en zelfs werken … dat gaat er nog, met wat moeite, in. Als het echter gaat over autistische mensen die een (volwaardige) (liefdes/partner)relatie hebben, zoals in samen leven en wonen, wederzijdse liefde ervaren en gehuwd zijn … dan haken ze af. ‘Maar dat kunnen er toch niet zo gek veel zijn? Toch niet meer dan pakweg 100? Over wie spreken we dan precies? En wie leeft er daar in godsnaam mee samen?’

Toevallig zag ik, bij mijn bezoek aan de voortreffelijke bibliotheek van Sterkmakers in Autisme in Gent, een recent artikel (begin 2022) in het Wetenschappelijk Tijdschrift Autisme over een onderzoek van onder ander de Nederlandse onderzoeker Sander Begeer, over autistische mensen met een (al dan niet autistische) partner op basis van hun deelname aan het Nederlands Autisme Register. Het NAR verzamelt informatie over de leefsituatie van autistische personen, grotendeels in Nederland en voor een stuk ook daarbuiten, om zo de verschillen en overeenkomsten tussen autistische personen en hun levensloop in kaart te brengen.

Een beperkt aantal autistische deelnemers, met name autistische vrouwen, in de onderzoeksgroep van 1212 volwassenen met en zonder autisme, had volgens dit onderzoek vaker een autistische partner dan de controlegroep van deelnemers zonder autisme. Of autistische mensen meer of minder vaak een autistische partner hebben, zou volgens de onderzoekers gevolgen hebben voor zowel de genetische variatie van hun kinderen als voor de relationele en familiale omgeving.

Hoe de partnerrelatie anders opgevat wordt bij autistische mensen en neurotypicals

Autisme is een van de meest erfelijke aandoening die volgens sommige bronnen lijkt toe te nemen. De onderzoekers stellen dat partnergelijkenis mogelijks een rol speelt in de stijgende toename van autisme. Als autistische personen een partner kiezen met dezelfde diagnose, zou autisme in de bevolking kunnen toenemen met maximaal 50%..

Anders dan vaak gedacht, hebben autistische mensen wel eens een liefdes/partnerrelatie. In Nederland zou dat rond de 18% liggen. Autisten hebben dus minder vaak relaties en zijn in het algemeen ook minder tevreden over die relatie. Nochtans zouden autistische mensen evenveel behoefte hebben aan intimiteit en romantische interesses dan de doorsnee neurotypical.

Bij neurotypicals blijkt die partnerrelatie wel net iets anders opgevat. Het lijkt minder of de partners zich goed voelen bij elkaar, tevreden zijn met hun relatie en enigszins op elkaar gelijken. Een deels of volledige neurotypische partnerrelatie lijkt bij hen meer een driehoeksverhouding met de samenleving, en een ticket tot een reeks sociale netwerken. In een relatie met een autistische partner, zeker als de andere partner ook autistisch is, blijkt dit veel minder het geval. Daar gaat het om een verhouding tussen twee mensen.

Hebben mensen met autisme vaker een autistische partner en houdt dit verband met gender en relatietevredenheid?

Centraal in het onderzoek stond de vraag of mensen met autisme vaker een autistische partner hebben en of dit verband houdt met de mate aan autisme (gemeten door de AQ).

Volgens de onderzoekers heeft de AQ-test voldoende betrouwbaarheid om dit te meten, hoewel dat in andere bronnen veel minder het geval blijkt. In dit artikel zal ik dus veiligheidshalve geen melding doen van resultaten in verband met de autismetrekken.  Daarnaast keken de onderzoekers naar de samenhang tussen partnergelijkenis en gender, en partnergelijkenis en relatietevredenheid.

De deelnemers aan dit onderzoek waren tussen 17 en 85 jaar oud, met een lichte meerderheid vrouwen met autisme, bovengemiddeld tot zeer intelligent, en iets minder dan de helft had een of meerdere bijkomende aandoeningen zoals depressie, bipolaire stoornis, suïcidaliteit of dysthymie.

Autisten kiezen in beperkte mate meer voor een autistische partner

Van de autistische deelnemers hadden autistische vrouwen bijna even vaak een autistische partner dan autistische mannen. In het algemeen kozen autistische mensen in beperkte mate meer voor een autistische partner. Of ze nu met een autistische of niet-autistische partner waren, maakte voor een autistische persoon niets uit op vlak van tevredenheid met hun relatie.

Bij de controlegroep van niet-autistische mensen en neurotypicals was dat anders. Hier waren er iets meer niet-autistische mannen met een autistische man of vrouw als partner. De (niet-autistische) mensen met een niet-autistische partner waren duidelijk meer tevreden met hun relatie dan degenen in de controlegroep met een autistische partner.

Er zijn uiteraard niet-autistische mensen die hun autistische partner als een rots in de branding ervaren, die behoefte hebben aan iemand met een bepaalde emotionele afstand en die zich weinig aantrekt van wat anderen zeggen (wat zeker niet veralgemeend mag worden naar alle autisten), maar die blijken ondervertegenwoordigd in deze controlegroep. Uit dit onderzoek blijkt alvast dat neurotypicals beter gedijen in een relatie met een andere neurotypical dan met een autistische partner.

Vreemde conclusies uit verwaarloosbare verschillen

Vreemd genoeg stellen de onderzoekers, in tegenstelling tot bovenstaande resultaten, dat mensen met autisme ongeveer tweemaal zoveel kans hebben op een autistische partner dan mensen zonder autismediagnose. Het klopt inderdaad dat autistische vrouwen vaker aangeven een autistische partner dan autistische mannen, maar het percentage is volgens mij op het eerste gezicht verwaarloosbaar klein. Het zou natuurlijk kunnen dat ik te weinig van statistiek, en het verschil tussen statistische, betekenisvolle en maatschappelijk relevante verschillen ken, en de kleine percentages onderwaardeer.

Bovendien gaat het om een groep gemotiveerde mensen die via een online platform gerekruteerd zijn, en van zichzelf aangeven behoorlijk intelligent te zijn. De onderzoekers zelf houden ook rekening met dit voorbehoud, evenals met het gebruik van zelfrapportage. Uit onderzoeken is immers al vaak gebleken dat mensen weinig betrouwbare informatie geven als ze zelf moeten aangeven hoe intelligent te zijn, om nog maar te zwijgen of dit betrouwbaar gemeten kan worden ingeval van autisme.  

Niettegenstaande stellen de onderzoekers dan vooral vrouwen met autisme vaker een autistische partner kiezen of hebben. Als reden halen ze aan dat vrouwen over het algemeen kieskeurig zouden zijn dan mannen als het gaat om hun partnerkeuze. Vrouwen zouden immers vaker contact zoeken met een partner die op henzelf lijkt. Bij mannen zou gelijkenis veel minder een rol spelen, zij zijn al lang tevreden dat ze een partner vinden. Als man vind ik dat een eerder bedenkelijke redenering.

De onderzoekers vinden het opvallend dat autistische mensen met een autistische partner niet meer tevreden zijn over hun relatie. In dit onderzoek blijkt de autismediagnose vooral van invloed in een relatie tussen een neurotypische en autistische partner. ‘Mogelijks is een officiële autismediagnose van de partner van grotere invloed op de relatietevredenheid dan een hoog aantal autistische kenmerken’, stellen ze. Het lijkt me ook dat je partner pas autistisch is als h/zij een officiële diagnose heeft, want voordien kunnen deze kenmerken evengoed aspecten zijn van een ander diagnostisch beeld.

Tot slot enkele bedenkingen bij het onderzoek

Tot slot stel ik me toch heel wat vragen over deze studie en de conclusies die uit de gepubliceerde cijfers worden getrokken, ondanks de goede naam van de onderzoekers.

Ik stel me om te beginnen vragen bij het gebruik van de AQ in verband met het meten van autismekenmerken, de rol die bijkomende aandoeningen krijgen in het onderzoek, en de conclusies die de kant opgeduwd worden van ‘autisten hokken het best samen met andere autisten’ en dat ze meer tevreden zouden zijn met elkaar.

Volgens mij is dit veel te kort door de bocht, en eerder een wensdroom dan een realiteit. Er zijn uiteraard gelukkige auti/auti-relaties, maar evengoed is het andersom, en alles daartussenin. Dit onderzoek zou misschien een betekenisvoller resultaat voortbrengen mocht er meer gekeken worden naar een divers publiek van autistische mensen en hun waardevolle ervaringen en relationele beleving. Dit onderzoek kan daartoe een mooie aanzet zijn.

Hebben mensen met autisme vaker een autistische partner? van Sanne Roels en Sander Begeer is verschenen in het WTA 2022/01

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.