Bartleby … werken als rare snuiter

Ik lees graag. Het liefst van al verhalen. Van mensen, dieren, dingen, gebeurtenissen, ervaringen. Het liefst zonder een duidelijke rode draad, maar met een intrigerende filosofische grond.

Zonder al te veel relationele of romantische wendingen. Met wat magie, wat realiteit, wat fantasie, wat mysterie. Om bij weg te dromen of bij stil te staan, om verrast door te worden of om toe te passen in het dagelijks leven.

Als u zou denken dat ik alleen lees wat er in mijn boekenrek staat, hebt u het mis. Alles wat classificeerbaar is binnen UDC, DDC, SISO of de meer hedendaagse classificaties, inclusief de ontspanningsliteratuur, wil ik lezen. Bij voorkeur in het Engels, of het Nederlands. Af en toe in het Duits, soms eens in het Frans.

Bartleby the Scrivener

Eén van de meest intrigerende verhalen vind ik ‘Bartleby the Scrivener: A Story of Wall Street’ van de Amerikaanse schrijver Herman Melville. Bij voorkeur in de Engelse versie dan wel.

Herman Melville is misschien beter gekend door zijn Moby Dick, het verhaal van de jacht op de witte walvis. Ook al een verhaal dat ik erg graag heb gelezen.

Bartleby is veel korter,een lang uitgevallen kortverhaal, van 68 bladzijden, maar niet minder heftig. Het verhaal gaat over een oudere, behoudsgezinde jurist die, met vier ondergeschikte werknemers, een kantoor houdt op Wall Street, en in aanraking komt met Bartleby, die zich aanmeldt voor een openstaande vacature.

De taak van Bartleby, die meteen aangeworven wordt, bestaat eruit documenten te kopiëren. De hele dag door. Hij is dus een menselijke kopieermachine. Zijn handschrift is voortreffelijk en maakt indruk. Ook zijn stiptheid en andere goede gewoontes als het om werken gaat, worden geprezen. Alleen komt hij een beetje ‘vreemd’ over. Er is iets met hem, maar niemand weet echt goed wat.

De houding van Bartleby

Laat ik er meteen aan toevoegen dat ik het toeschrijven van diagnoses aan literaire personages onzinnig vind.

Als ik dit verhaal goed vind is het dus niet omdat ik er eventueel autisme of iets anders in zou herkennen. Wel omdat het mij aanspreekt en ik het met u wil delen. Aan u om naar hartenlust te interpreteren of, nog beter, het zelf eens te lezen.

Wat meteen opvalt aan Bartleby, zeker in de verfilming van het verhaal (hieronder), is zijn houding.

Hij loopt kaarsrecht, helemaal in het zwart gekleed, en gaat zelden om met zijn collega’s. Hij lijkt geen sociaal leven te hebben. En op een bepaald moment, wanneer hij gevraagd wordt om een taak buiten zijn routine te doen, zegt hij beslist: ik zou verkiezen dat niet te doen. Waarop de anderen versteld staan, en niet goed weten welke houding zij daarop moeten aannemen.

Het hoofd van het kantoor doet wat de meeste werkgevers doen bij wat zij als ongehoorzaamheid beschouwen: de vraag of de eis herhalen, eerst vriendelijk, dan dreigend, tot slot met stemverheffing. Waarop hij, net als werkgevers doen, overgaan tot ontslag.

Vermoedelijk zou elke werknemer op dit moment meteen opstappen, of een vakbond of advocaat erbij halen. Bartleby doet geen van beiden, hij verkiest niet weg te gaan.

Uiteindelijk komt het zover dat niet Bartleby verhuist maar het kantoor zich verplaatst. Bartleby wordt uiteindelijk opgepakt door de politie en naar de gevangenis gebracht waar hij alle hulp weigert en helemaal alleen sterft.

Zijn werk is zijn leven

Wat verder opvalt is de herhaling en de ogenschijnlijk eenvoudige verhaallijn, die sommige auteurs associëren met autisme. Ook met de deur in huis het verhaal beginnen zou te maken hebben met autisme.

Bartleby komt immers opeens opduiken, en als lezer weten we niets over zijn verblijf, af – of herkomst, zijn familie of wat zijn levensverhaal is.

In de verfilming uit 1946 kan je al iets meer zien, al is dat veeleer de interpretatie van de regisseur. Aanvankelijk werkt hij goed, zelfs perfect, maar dat lijkt plots op te houden.

Maar is het wel zo plots? Niemand kijkt naar hem om, zoals hij naar niemand omkijkt. Ze weerspiegelen elkaars gedrag. Hij zou ziek kunnen zijn, of werken om ergens onderdak te vinden, omdat hij nergens woont tenzij op zijn werk.

Het hele verhaal gaat dan ook door op het werk. Daarbuiten lijkt er niets. Hij werkt er aan een eigen bureau, dichtbij dat van het hoofd, en door een muur afgescheiden van zijn collega’s. Het kleine raampje van zijn kantoor geeft uit op een binnenkoer. Zijn routine is erg vast, slechts af en toe komt een client langs met documenten om te kopiëren.

De werkplaats : een veilige kerker

Het kantoor waar Bartleby werkt, lijkt op een kerker. Hij voelt er zich veilig. Een ander zou zeggen dat het hem isoleert en zelfs vervreemdt van de maatschappij, maar het voorziet hem ook van rust en concentratie, anders dan de lawaaierige, overbevolkte chaotische stad buiten.

Bartleby blijft er ook ’s avonds en in het weekend, zijn werkomgeving bevalt hem dus sterk. Of, wat volgens mij een meer aannemelijke theorie lijkt, hij heeft geen ander onderdak. Of deze omgeving hem echt bevalt, is niet duidelijk, maar het is alvast een beter alternatief dan op straat leven.

De collega’s van Bartleby lijken een doorsnee van de meeste collega’s.

De ene drinkt veel ’s avonds, moet daar ’s morgens van bekomen en is na het middageten al beschonken. De andere heeft een ochtendhumeur maar komt na de middag op dreef.

En dan is er ook nog degene die steeds rondloopt, en versnaperingen haalt voor de anderen. Veel karakter hebben ze niet, en ze lijken gewoon hun werk te doen, dag in dag uit.

Een rare snuiter op het werk

Bartleby zelf lijkt daarentegen toegewijd aan zijn job, door anderen eerder ‘vreemd’ beschouwd maar een kans waard. Dat ze hem een rare snuiter vinden, komt door vier eigenschappen.

Vooreerst is Bartleby iemand met weinig sociale omgang. Hij praat niet over zijn familie of vrienden (als hij die al heeft), en gaat niet om met zijn collega’s, voor wie hij niets lijkt te voelen. Het hoofd van het kantoor ziet hem als een iemand die alleen is in het universum, een soort losgeslagen wrak in het midden van de Atlantische Oceaan.

Verder spreekt hij maar in twee omstandigheden: bij het sollicitatiegesprek en als hij werk weigert. Hij houdt het kort en direct, zonder verdere uitleg over een eventuele motivatie. Als hij spreekt is het louter functioneel, zonder veel verheffing of ritme in zijn stem.

Ook zijn denken is functioneel. Hij denkt vooral in rechtlijnige patronen. Zijn wereld lijkt te bestaan uit het ene, dat voor hem belangrijk is, en het andere, dat hij liever niet zou doen (en dus niet doet).

Aan het einde van het verhaal lijkt hij in het andere gevangen. Er blijft alleen nog de keuze te blijven in het kantoor (en daar te sterven) of te blijven in de gevangenis (en daar te sterven). Andere mogelijkheden ziet hij niet. Of ze passen niet in het beeld dat hij heeft, en moet hij weigeren omdat het aanbod dat hij krijgt er niet compatibel mee is.

Of Bartleby een vorm van autisme heeft of niet, wat al eens voorkomt in een bespreking van dit kortverhaal, doet volgens mij niet ter zake.

Voor mij geeft het wel een goed beeld over de eenzaamheid die iemand kan ervaren op een werkplek, en hoe dit kan evolueren. Ook de passieve weerstand die kan opkomen in het verlengde van die eenzaamheid, herken ik. Dat is wellicht frustrerend voor collega’s, maar het is niet iets waar iemand voor kiest, het overvalt je.

Ook al zeldzaam … Bartleby’s werkgever

Het is natuurlijk erg opvallend, en niet meer van deze tijd, hoe Bartleby’s werkgever hierop reageert. Net zoals hij zeer meegaand is in het aanwerven van iemand zonder weinig presence, laat hij Bartleby zo lang mogelijk blijven.

Het is verrassend hoe hij Bartleby eigenlijk niet ontslaat, maar het hele kantoor verhuist. En wanneer zijn voormalig werknemer in de gevangenis eenzaam lijkt te gaan sterven, zoekt hij hem nog op, en biedt hem bijstand, voedsel en een gesprek aan. Nochtans zijn er veel critici die beweren dat deze werkgever nog te weinig zou hebben gedaan.

Tot slot: welke interpretatie ook, laat het verhaal tot u spreken

Het verhaal laat zich op tal van wijzen interpreteren. Als het verhaal van een arbeider die zichzelf verhongert. Als een slachtoffer van beleggingen die aan lager wal is geraakt. Als ieders lot om blijvend met armoede en armen te worden geconfronteerd, in elke mogelijke zin van armoede (intellectuele, sociale, financiële).

Soms wordt het ook gezien als het verhaal van de schrijver zelf, de relatie met zijn vader en zijn omgeving en de vergeefse pogingen van de schrijver om regulier werk te vinden. Wat ertoe leidde dat hij vaak op zee vertoefde, maar ook schreef, voor anderen en voor zichzelf.

Welke interpretatie er ook aan wordt gegeven, het belangrijkste vind ik dat u het verhaal tot u laat spreken.

In elk geval is het een verhaal dat mij is bijgebleven, om al bovenstaande redenen, maar vooral om de sfeer die eruit spreekt, en die ik met de hedendaagse werkomstandigheden en arbeid associeer. Al zegt dit wellicht meer over mij dan over het kortverhaal en de werkvloer.

1 Comment »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.