Wat doe jij nou eigenlijk in het leven? … autisme en werk

wat-doe-jij-nou

Het lijkt onoverkomelijk dat het ter sprake komt. Onvermijdelijk, helaas. Zelfs in een gesprek dat op het eerste gezicht niets met het onderwerp heeft te maken. Dat aanvankelijk zelfs ontspannen, enerzijds, of louter zakelijk, anderzijds, lijkt te zijn. Een formeel telefoontje, een ‘losse babbel’, een kennismaking bij pot en pint, zoals dat heet. Wat, toch naar mijn gevoel, allemaal verandert nadat die ene vraag is gevallen. Dat ene zinnetje. Wat doe je nou eigenlijk in het leven? Er zijn zeker nog andere instinkers, maar deze verslaat de rest. Zo ervaar ik het tenminste.

Een eenvoudig antwoord zou moeten volstaan. Maar eenvoudig wordt het bijna nooit. Of toch niet zoals ik het aanvoel. Integendeel. Hoe ouder ik wordt, hoe ingewikkelder het lijkt te worden. En hoe pijnlijker de vraag en de daarop volgende momenten worden. Mensen lijken immers vaak te veronderstellen dat je bent wat je doet, en wat je doet gelinkt moet zijn aan bepaalde maatschappelijk vastgestelde voorwaarden.  Ik vind daarentegen dat je ook bent wat je laat (niet doet) en de mate dat je bepaalde van die voorwaarden in vraag wil stellen zonder je volledig af te keren van de samenleving of er niet aan bij te dragen op je eigen manier.

De eerste oplossing is, zoals in veel gevallen, de vraag of zeker het antwoord vermijden. Door Oost-Indisch doof te blijven, als door ‘een natuurlijke traagheid’, of zich van de domme houden. Of door het gesprek over een andere boeg te gooien, een andere wending te geven, een andere thema aan te snijden. En je kan natuurlijk ook gewoon vluchten. De toilet-strategie, in mijn geval. ‘Sorry, ik moet even plassen’.

Een tweede strategie is op zoek gaan naar een antwoord. Ik zou kunnen zeggen dat ik werk. Wat ook wel klopt. Enerzijds, toch. Anderzijds, echter, niet. Ik werk inderdaad. Hard zelfs. Zoals in afbeulen, buffelen, sloven of ezelen. Ik doe van alles en nog wat.

Of is dat overdreven? Misschien niet, aangezien alleen ik weet hoeveel inspanning het vergt om te doen wat ik doe. Misschien wel, als ik een maatschappelijke maatstaf neem. Zoals uren gewerkt in opdracht van een ander, de lengte van een titel, het verdiende inkomen in vergelijking tot mensen van mijn leeftijd en opleidingsniveau.

Soms vraagt de ander om nog wat meer uitleg. Omdat hij of zij het niet kan bevatten. Dat versta ik. Toen Lynn, een van mijn medestudentes toen ik Inkoop studeerde, me vertelde dat zij Quality Supervisor van het Procurement Management Team was geworden, kon ik er mij ook niet meteen iets bij voorstellenMijn Vlengels is namelijk niet zo sterk.

Meestal geef ik dan een voorbeeld van wat ik doe. Ik som een aantal activiteiten op. Of een paar organisaties waar ik ‘iets’ doe of gedaan heb. Teksten voor geschreven, voordrachten voor gegeven, boeken samengevat. Of ik begin over mijn logistiek werk, met mijn handen. Dat ik samen met anderen werk, maar ook zelfstandig. Dat ik een blog heb, maar ook offline werk. Thuis en elders: op scholen, in welzijnscentra, bij organisaties. Vergoed zowel als belangeloos. Belangeloos is nog niet caritatief, stel ik hen gerust. Ik doe niet aan zalvend bekeringswerk.

Als de ander nog nieuwsgieriger is, keer ik terug naar de eerste strategie. Of wanneer ik te horen krijg dat ik ‘veel meer kan’, of iemand zo brutaal is om te vragen wat dat verdient. Natuurlijk kan ik veel meer, wat een huizenhoog cliché, maar mag ik ook wat waardering voor wat ik nu al doe en goed gaat? Bovendien vind ik vragen naar iemands loon onbetamelijk. Daar ligt voor mij de grens. Je zal mij nooit over loon of vergoedingen horen praten.

Het gebeurt ook dat ik een antwoord probeer te verzinnen dat in de buurt van de waarheid komt. Dat is niet eenvoudig, en pijnlijk, maar het is soms noodzakelijk. Bijvoorbeeld bij het invullen van een formulier om iets gedaan te krijgen.

Er zijn bijna geen formulieren, zowel van overheid als bedrijven, die ik naar waarheid kan invullen. Het begint al bij de eerste vraag: man of vrouw. Dan is er de vraag naar de beroepsgroep: bediende, arbeider, zelfstandige, ambtenaar … Met een beetje geluk staat er ook nog ‘andere’ bij. En dan de leeftijd: ik kan toch moeilijk vereenzelvigd worden tot mijn administratieve of biologische leeftijd?

Vandaar dat ik de ene keer een hooggeschoolde vrouw van 55 ben en de andere keer een ongeschoolede man van 31. Omdat ik me op dat moment naar waarheid zo ervaar. Op een andere manier ingevuld zou voor mij als liegen overkomen. Tenzij duidelijk is dat het formulier gelinkt is aan gegevens in het rijksregister, dan moet ik me wel houden aan de administratieve waarheid. En daar hou ik me dan ook aan, in strikte zin.

Gelukkig hoef ik het niet altijd zelf te doen. Als een ambtenaar voor mij een formulier invult, is meestal zowel het geslacht als de leeftijd anders dan op mijn identiteitskaart. ‘Maar u bent toch een vrouw van 26?’. ‘Helemaal niet, ik ben een man van 39’. Aan de telefoon is het vaak nog erger, want daar geloven ze me niet eens als ik hen wijs op de fout. Ik kan er gelukkig mee lachen.

Meestal is het antwoord op de vraag wat ik doe (of wie ik ben) in het leven een kwestie van context. Waarvan ik een deel niet zie, of niet meteen de betekenis ervan in beeld breng. Zoals bij die andere vraag: ‘wat denk jij ervan?’. Of ‘wat denk jij over … (een of ander ridicuul thema, een uitspraak van een politicus of ondernemer of iets dat in de media wind ving)?’. Dan is die context vatten natuurlijk erg belangrijk om te weten a) of die persoon wel echt geïnteresseerd is in mijn antwoord (of gewoon een bevestiging wil of een gesprekje wil aanknopen) en b) wat er van mij wordt verwacht.

Op zo’n moment probeer ik me vooral niet te laten verleiden tot een snel antwoord. Of geef ik eerlijk antwoord: ik weet het niet (en de vele varianten: geen idee over, daar zou ik nog eens over moeten nadenken …). Of ik val terug op de toiletstrategie (‘sorry, even tijd om te plassen’). Waardoor ik vaak de reactie krijg (ook van mijn lief): ‘nou, jij loopt behoorlijk uit, alwéér plassen’.

Wat doe ik dus zoal in het leven? Ik werk. Of ik wandel weg van mensen die me vragen wat ik doe in het leven. Of ik zit op het toilet. Dat is het zowat, denk ik. Oh ja, verder schrijf ik er ook nog stukjes over. Zoals dit. En dat durf ik dan werk te noemen. Zoals veel andere dingen die ik doe. Zo is dat.

1 Comment »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s