Start to Wait™

Twee jaar. Die tijd zou een mens gemiddeld verdoen aan wachten. Je kan het zo gek niet bedenken of je kan of moet erop wachten. Al dan niet met tegenzin. Al is er ook veel dat liever op zich laat wachten.

Kunnen wachten, op een plaats kunnen blijven tot iemand of iets komt, is een vaardigheid om te (over)leven. Al vroeg leren we dat iets niet nu maar binnen een bepaalde (en helaas soms onbepaalde) tijd kan gebeuren. Of dat iemand mogelijks niet komt of iets mogelijks niet gebeurt. Wachten is kunnen omgaan met een vorm van onzekerheid.

Vormen van wachten

Zelf ervaar ik wel verschillende vormen van wachten. Ik laat de invulling van wachten bij religies, op een hiernamaals of dichterbij Allah komen en vrede vinden, buiten beschouwing.

Een eerste vorm van wachten is op een wachtlijst staan, zoals op de wachtlijst voor een auto of de nieuwe Ipad, op de centrale registratie zorgvragen of op de lijst van kandidaten voor het huren van een sociale woning. Op die laatste duurt het in onze streek in het beste geval 10 jaar vooraleer je aan bod komt. Daar ben ik dus niet de hele tijd mee bezig.

Een tweede vorm van wachten is een dringende afspraak die niet meteen kan doorgaan. Een afspraak bij een specialist in een universitair ziekenhuis bijvoorbeeld. Dat duurt al gauw een maand of vier tot vijf. Ook een dringende afspraak bij een kaakchirurg of tandarts kan al gauw een maand duren. Dan wordt het wachten al veel moeilijker. De tijd vliegt als je plezier hebt maar verdikt als je pijn hebt. Wellicht heeft het ook wat te maken met verbeelding en inzicht in tijd.

Een derde en laatste vorm is die het meest voorkomt. In wachtruimtes van artsen & ziekenhuizen, in de supermarkt, aan de telefoon, bij een of andere dienst voor sociale dienstverlening (ziekenfonds, vakbond, dienst maatschappelijk werk), bij het keuringsbureau voor motorvoertuigen, bij de kapper, en in pretparken. In aflopende volgorde van besteedde tijd.

Omgaan met niet kunnen wachten

Van nature ben ik wellicht een erg ongeduldige mens. Het is moeilijk te leven met onvoldane verlangens of onvervulde wensen. Al lukt het beter dan vroeger die vervulling uit te stellen. Naar mijn gevoel stel ik ze zelfs een beetje teveel uit. Aanvoelen wanneer je voldoende gewacht hebt is immers niet gemakkelijk. Op hoop alleen kan je immers niet leven.

Meestal kan ik niet zo goed wachten. Tenzij dan als het gaat om doen van wat ik niet graag doe, om anderen trakteren en om geld uitgeven aan nutteloze dingen. Met de tweede en derde vorm kan ik het moeilijkste om. Beiden leidden tot een blokkering van mijn tijdsbesteding, maken een breuk in de tijdslijn onvermijdelijk. En dat vormt een enorm probleem voor mij.

Hoe ik omga met dat probleem is met de jaren gelukkig geëvolueerd.

Met de tweede vorm van wachten kan ik nog steeds moeilijk om. Omdat het meestal gaat om misverstanden, om niet erkennen van de urgentie van de situatie door artsen en specialisten die niet buiten hun denkkader kunnen.

In onze (Belgische) gezondheidszorg kan je helaas alleen het beste hopen, proberen zelf inzicht te verwerven in het medisch denken en verder voldoende kracht putten uit wat je ook drijft (bovennatuurlijk wezen, God, wetenschap, kunst).

Wachten wordt een deel en soms het voornaamste deel van de ingeplande activiteit

Wat de derde vorm van wachten aangaat, probeer ik nu in al mijn voorbereidingen, in mijn tijdsschema telkens wachttijden in te plannen. Zo reken ik erop dat trein, tram en bus minstens 30% vertraging hebben. Een bezoekje aan de supermarkt duurt altijd de helft langer dan ik vroeger voorzag. Voor een consult bij de specialist in het universitair ziekenhuis voorzie ik een wachttijd van 3 tot 5 uur. Wachten wordt dus een deel, en soms het voornaamste deel van de activiteit.

Uiteraard zijn onverwachte vertragingen of meevallers nooit te vermijden. Treinen kunnen uren stilstaan (of net te snel aankomen), bussen kunnen lek rijden te midden de velden (of een paar haltes overslaan), de elektrische deuren van de supermarkt raken al eens geblokkeerd … maar ook voor de stress die daaruit voortvloeit heb ik technieken aangeleerd.

Een epidemie in moeilijkheden van wachten

Tegenwoordig lijkt er wel een epidemie in moeilijkheden met wachten, als je de reacties ziet in wachtzalen, supermarkten, bij sociale dienstverleners, de keuringsbureaus van motorvoertuigen, kappers en in pretparken.

Allerlei initiatieven worden opgezet om de wachttijd te beperken. Op afspraak komen, online bestellen en later komen afhalen, de ‘direct bus’ (om doktersattesten te posten om sneller remgeld terug te krijgen), de self-scan, een snelloket, e-government, … noem maar op.

Op steeds minder moet er gewacht worden. Uitstellen, afstellen of versnellen echter lijkt steeds gemakkelijker te worden. Soms is dat positief, soms wat minder.

Wachten biedt ruimte voor leren

Van thuis uit ben ik nochtans opgevoed met de gedachte dat wachten niet zinloos was, en soms noodzakelijk. Al had ik er wel graag een visueel tijdsbalkje bij, zodat ik me kon voorstellen hoe lang het wachten zou duren.

Als Chris Lauwers in haar meest recente artikel ‘Pret – en spelbederf’ schrijft dat elk moment voor iemand met autisme een leermoment kan zijn, versta ik dat. Zo ben ik het ook aangeleerd. Net zoals anderen voorbijsteken in de wachtrij niet gedaan wordt. Al had ik daar niet meteen problemen mee. Tenzij die anderen mij eerst voorbij hadden gestoken natuurlijk.

De Speedy Pass

Als ik aan wachten denk, dan is het vooral in pretparken en in supermarkten. Sinds kort denk ik daar direct ook ‘Speedy Pass’ bij. Een ticket-formule om absolute voorrang te krijgen voor een attractie in een pretpark. Een formule die ‘voor geen meter’ zou verkopen.

Als kind met een handicap kon ik van het ‘recht’ om langs de uitgang op de attractie te komen gebruik maken. Toch ben ik meestal langs de ingang naar binnen gegaan en, tenzij het echt de spuigaten uitliep, mee gewacht met de rest van de meute.

Ook nu zou ik het niet gebruiken. Hoewel ik wel het ticket ‘persoon met een handicap’ koop (en zo’n kaartje of armbandje). Afhankelijk van de organisatie uiteraard. Soms wordt een handicap echt wel verengd tot zware hulpmiddelen. Al zal het er binnenkort met de Handipas misschien iets eenvoudiger op worden. Bovendien krijgt mijn begeleidster zo ook iets.

Maar meestal wacht ik in pret – en dierenparken dus nog even lang als vroeger. Hoewel het als kind toch iets beter lukte, ik was fysiek dan ook een stuk fitter. In elk geval is er net als toen zicht op iets spannends. Bovendien is het wachten soms leuker dan de activiteit zelf, om mijn moeder te parafraseren. Ze doelde dan zowel op het aanschuiven in rijen als op het wachten tot de uitslag van de nationale loterij. Hoewel ik de loterij toch maar niets vond.

De ‘gehandicapteningang’

Veel later ging ik als begeleider van mensen met een handicap wel langs die uitgang naar binnen. Sommigen vonden dat erg en wilden doen zoals de anderen, in de rij staan. Anderen waren in hun nopjes, en toen de man van de attractie vroeg of ze nog eens in de wildwaterbaan wilden, gierden ze van de pret.

Al stond ik bij de meeste attracties eerder te wachten op de rest van het gezelschap dan er zelf op te gaan. Alles wat mij schudt, ondersteboven keert, pijlsnel in de lucht schiet, doet tollen, of van grote hoogte in de diepte doet storten, bekijk ik liever vanop een afstand. Veilig op de grond, of vanop een terrasje. Samen alle andere ‘schijtluizen’, zoals ze door de ‘durvers’ (degenen die op werkelijk alle attracties wilden) werden genoemd.

Wachten in de supermarkt

En wat met de supermarkt? Om mij heen in de wachtrijen merk ik vooral mensen die zich opvreten. Soms letterlijk het vel van de nagels bijten.

Anderen hoor ik luidop achter me fluisteren: ‘Komaan, doe toch eens voort’. Terwijl de kassadame van kassa 9, volledig zen, een praatje slaat. Alsof het haar niet uitmaakt of er daar een lange rij staat aan te schuiven.

Als ze dan eindelijk mijn blik vangt, neemt ze de handmicro en roept om dat de ‘snelkassa’ opent. Waarop de helft van de mensen voor, achter, links en recht zich rept naar de kassa waar de klant maximum tien artikels mag kopen.

Helaas kunnen de meeste mensen niet tellen. Of ze beschouwen ‘fruit’ en ‘groenten’ als een afzonderlijk product. Om de zinloze discussies die dat uitlokt alleen al te vermijden, blijf ik staan. Waardoor ik meestal ook sneller maar vooral beter bediend ben.

Een kassaband voor mij alleen?

In de krant De Standaard van vandaag heeft journaliste Lieve Van de Velde het erover. Zij vraagt me een kassaband voor te stellen, alleen voor mij. Op voorwaarde dat ik wat extra betaal. Om anderen voorbij te steken.

Niet zoals bij de zogenaamde “snelkassa” van tegenwoordig. Waar snelheid al bij al relatief is. Hier zou het gaan om een HSK, een Hogesnelheidskassa. Die hopelijk niet teveel stil valt of net té snel gaat. Zodat al mijn kortingsbonnen, knipsels en plaksels niet worden mee verrekend. Dat duurt namelijk wel een tijdje.

Betalen om zelf mijn winkelmandje te moeten volladen? Helemaal niet!

Volgens haar zou ik niet veel voelen voor die snelle rij: “Omdat iets in u zou zeggen dat u belazerd wordt. U en de rest van de supermarkt erbij. Plots zou u visioenen krijgen van uw leven na zo’n snelle rij. Verketterd door hen die geen zilverstukken hebben. Voor altijd bedorven door het idee dat geen enkele dienst het nog fatsoenlijk doet zonder extra munten.”

Zelf zou ik inderdaad niet betalen voor zo’n ‘snelle rij’. Gewoon omdat het alternatief, de ‘collect ’n go’-vorm, online kopen en afhalen op een vast bepaald tijdstip, ook betekent dat ik iedereen voorbij snel – bovendien zonder dat iemand het ziet – en snel bediend ben.

Om te kiezen hoef ik, wellicht voor quasi dezelfde prijs, ook niet eindeloos te zoeken maar klik vanuit mijn gemakkelijke bureauzetel wat ik in mijn winkelmandje wil.

Al zou er nu ook al een Nederlandse warenhuisketen zijn die een app heeft ontwikkeld om met de meest efficiënte wandelroute de gekozen producten te vinden. En zeggen dat ik nog wacht op het moment dat er internet komt op mijn mobieltje.

Tot slot mijn voorstel: Start to Wait

Zo worden er voortdurend nieuwe initiatieven genomen om het wachten te verminderen of het sneller te doen gaan. Misschien zou een initiatief eens kunnen focussen op het beter omgaan met wachten? ‘Start to Wait’ bijvoorbeeld. In de lijn van ‘Start to Run’ (een audio-cursus om te joggen).

Op tien weken tijd leer je op een goede manier wachten, en kan je zelfs genieten van het lastigste oponthoud. Zodat u een positieve ervaring beleeft als u met uw kind naar de supermarkt of naar het pretpark gaat, en u die peperdure Speedy-Pass niet kan veroorloven. Of zodat uw kind straks de ultieme kunst van het wachten leert, en zich niet te pletter verveelt maar met elke ervaring iets creatiefs maakt, en binnenkort multimiljonair wordt.

Voor beginners, geoefenden en gevorderden. Voor rustig, matig en intens wachten. Een leuke en gezellige manier om bezig te zijn. In ons eigen centrum met klimaatgeregelde wachtkamers, sauna en massage na het wachten.

Voor een bijzonder voordelige prijs van 300 euro per sessie. Het spreekt voor zich dat wij vragen dit meteen te betalen. Zodat wij niet op ons geld moeten wachten. Alles is al in kannen en kruiken. Wij wachten alleen nog op uw inschrijving. Niet wachten: nu doen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s